Specialist
Heeft zittenblijven zin? Dit zegt onderzoek
Onderzoek toont dat zittenblijven soms een positief effect heeft op korte termijn, maar die verdwijnen meestal op lange termijn. Daarom is zittenblijven een laatste maatregel. Al kan het voor sommige leerlingen toch de juiste beslissing zijn.
Elk jaar kraken leraren harde noten in juni: heeft zittenblijven zin of beter overgaan? Ze wikken en wegen op basis van cijfers, context en eerdere ervaringen. En volgen soms ook hun buikgevoel. Maar wat zegt de wetenschap?
Professor Mieke Goos (UHasselt en UCLL) licht toe wat studies zeggen over zittenblijven. Directeur Yvan Vonck geeft een inkijk in hoe scholen daar tijdens de klassenraad mee omgaan.
© Alexandra Bertels

Over de expert
Professor Mieke Goos geeft les in de master basisonderwijs van UHasselt-PXL en is als onderzoeker in onderwijswetenschappen verbonden aan UCLL. Haar expertise: zittenblijven, leerloopbanen en onderwijsongelijkheid.
Cijfers: telt Vlaanderen veel zittenblijvers?
Zittenblijven betekent dat een leerling hetzelfde leerjaar opnieuw volgt omdat hij of zij onvoldoende leerdoelen behaalde om over te gaan naar het volgende jaar. In Vlaanderen gebeurt dat relatief vaak.
Mieke Goos: “Vlaanderen staat in de top 5 van Europa wat het aantal zittenblijvers betreft. In het lager onderwijs bleven 2.1% van de leerlingen zitten in schooljaar 2024-25. Dat zijn 8382 leerlingen. In het secundair onderwijs 4.7% of 21.391 leerlingen. Dat zijn 30.000 moeilijke gesprekken. “
“In de lagere school is het eerste leerjaar dé plek waar leerlingen het vaakst haperen. Voor het secundair spannen het derde en het vijfde jaar de kroon, de oneven jaren na een studiekeuze. “En het overkomt jongens duidelijk vaker dan meisjes, althans in het secundair: daar is liefst 62 procent van de zittenblijvers een jongen.”
Wat zegt onderzoek over zittenblijven?
Mieke Goos: “Op korte termijn zie je soms positieve effecten, vooral als leerlingen intensieve ondersteuning krijgen, maar op lange termijn is de impact overwegend negatief.”
Onderzoek naar zittenblijven komt vaak tot dezelfde conclusies:
- Op korte termijn verbeteren sommige resultaten.
- Die voordelen verdwijnen vaak op langere termijn.
- De impact op motivatie en schoolloopbaan is gemiddeld negatief.
- Extra ondersteuning is cruciaal als een leerling blijft zitten.
Op de hamvraag ‘heeft zittenblijven zin’ vind je onder leraren voor- en tegenstanders. “Ook wetenschappers zijn het niet altijd volledig eens. Dat komt omdat niet elke onderzoeker dezelfde criteria hanteert. Kijk je naar effecten op korte of lange termijn? Vergelijk je zittenblijvers met leeftijdsgenoten of met hun nieuwe klas?”
Daarom werden in een metastudie 84 eerdere onderzoeken samengebracht. “We vergeleken zittenblijvers met leerlingen die niet bleven zitten. Om te vermijden dat we appels met peren vergelijken, selecteerden we enkel studies die leerlingen met dezelfde achtergrond en dezelfde cijfers vergelijken. Het enige verschil: waar de eerste groep toch de kans kreeg om over te gaan, bleef de andere groep zitten.”
“Dichter bij een interventie- en controlegroep kunnen we niet komen. Die leerlingen werden verder opgevolgd. Wat deed zittenblijven met hun mentale welzijn en hun motivatie? Hoe evolueerden hun cijfers op korte en lange termijn? Hoe vaak haalden ze een diploma?”
“Samenvatting van onze bevindingen: op korte termijn zie je soms positieve effecten, vooral als leerlingen intensieve ondersteuning krijgen. Maar op lange termijn is de impact overwegend negatief. Tot die conclusie komt ook Leerpunt.”
Waarom lijkt zittenblijven soms zinvol?
Veel leraren hebben het gevoel dat zittenblijven zin heeft en leerlingen kan helpen. “Dat is begrijpelijk: leraren registreren vooral de gevolgen op korte termijn. En zien hoe leerlingen het vaak beter doen bij een tweede poging. Logisch ook, herhaling werkt. Maar die bonus is van korte duur. Leraren kijken dus verbaasd op van onze conclusies. Hun gevoel zegt immers vaak iets anders.”
Daarnaast is het moeilijk om volledig objectief te blijven bij leerlingen die je goed kent. “Niemand kan eromheen: onderzoek toont dat leerlingen met een zwakkere sociale achtergrond vaker blijven zitten dan leerlingen uit kansrijke milieus, ook als ze exact dezelfde cijfers hebben. Voelen leraren meer druk van ouders met een hoger diploma of inkomen? Is je vertrouwen in een positieve afloop groter omdat je meer kansen op extra ondersteuning binnen het gezin ziet?”
“Of interpreteren we signalen van kansarmoede verkeerd? Vergeet niet dat leraren meestal zelf uit de middenklasse komen. Desinteresse bij ouders, een gebrek aan motivatie bij de leerling: soms schuilt achter die houding de schaamte om hulp te vragen. Ze gaan ervan uit dat een ambitieuze keuze niet voor hen weggelegd is. Of ze missen de achtergrond om hun weg te vinden in ons onderwijssysteem.”
© Alexandra Bertels

Zijn er ook positieve effecten van zittenblijven?
Toch komt ook uit academische hoek kritiek op een negatieve beoordeling van zittenblijven. Sommige wetenschappers wijzen op de positieve kortetermijneffecten. “Want wie de vergelijking maakt met jaargenoten, kan snel en duidelijk aantonen dat zittenblijvers beter scoren.”
Onderzoek naar de zin van zittenblijven en de langetermijneffecten is voorlopig beperkter. Want vaak kan je pas na veel jaren – en hoge budgetten voor onderzoek – duidelijke resultaten op tafel leggen. Uit Vlaams onderzoek weten we wel dat zittenblijvers minder kansen hebben tijdens sollicitatiegesprekken. Negatieve effecten van zittenblijven werken dus zelfs door op de arbeidsloopbaan. “Om die discussie tussen de effecten op korte en langere termijn te beslechten, is meer onderzoek nodig.”
“We weten ook nog niet wat de invloed is op de rest van de klas, als je iedereen altijd laat doorstromen. Een zorg van sommige ouders: hun kind ondervindt er nadeel van dat leraren nog meer remediëren met minder tijd voor de sterkere leerlingen. We weten uit onderzoek niet of dat zo is.”
“Grotere niveauverschillen in de klas leggen meer druk bij de leraar. En dus zien kritische stemmen een parallel tussen het dalende aantal zittenblijvers en de mindere PISA-scores. Toeval of niet? Ook dat kan enkel grondig onderzoek uitwijzen.”
Wanneer kan zittenblijven toch zin hebben?
Als je naar het buitenland kijkt, zie je veel variatie. “In Noorwegen blijft niemand zitten. In de VS zijn flexibele leertrajecten de norm. Dan vertraag je enkel voor vakken die moeilijk lopen.”
Maar in ons onderwijssysteem met jaarklassen vraagt dat veel van scholen. “En wat verkeerd aanvoelt: als je ervoor kiest om een leerling extra te ondersteunen zodat die toch de overstap kan maken naar een volgend leerjaar, krijg je daarvoor geen extra middelen. Terwijl een zittenblijver meestal een leerling is die een jaar langer blijft, en dus extra middelen oplevert.”
Exact hetzelfde programma opnieuw afwerken, zonder extra ondersteuning, helpt een leerling niet vooruit. Daarover bestaat geen discussie. “In ons lager onderwijs is een copy-paste sinds 2016 dan ook verboden.”
Toch blijft zittenblijven soms een laatste optie. “Voorkomen is beter dan genezen. Leraren doen hun uiterste best om de achterstand van leerlingen tijdens het schooljaar weg te werken, en zien zittenblijven pas als een laatste noodgreep. Een lastige beslissing, die ze in eer en geweten met de beste bedoelingen nemen. Want dat zittenblijven gemiddeld genomen een negatief effect heeft, betekent ook dat die beslissing voor sommige leerlingen misschien wél de juiste keuze kan zijn.”
Hoe beslis je op een deliberatie over zittenblijven?
Aan leraren die straks op een deliberatie knopen moeten hakken, geeft Mieke Goos 3 aandachtspunten mee:
- Denk eraan dat 100 % objectief blijven onmogelijk is.
- Als leraar zie je zelden de negatieve impact op lange termijn. Je hebt geen glazen bol en je kan nooit voorspellen hoe het voor die ene leerling uitdraait.
- Een leerling gewoon laten zitten, werkt niet. Als je die ingrijpende beslissing neemt, vraag je dan meteen ook af: “Wat kunnen we anders doen om die leerling volgend schooljaar wél te helpen groeien?”
Hoe beslist GO! Atheneum Campus over zittenblijven?
Yvan Vonck is directeur van GO! Atheneum Campus Kompas in Wetteren. Vanuit zijn dagelijkse praktijk begeleidt hij leerlingen en ouders bij studiekeuzes, attestering en oriëntering.
Yvan Vonck, directeur GO! Atheneum Campus Kompas, Wetteren: “Het is mijn taak om te bewaken dat elke beslissing correct tot stand komt. Wij zijn een middelgrote school met 400 leerlingen in de tweede en derde graad. Ik kan dan ook alle klassenraden voorzitten van doorstroom- en dubbele finaliteit, mijn beleidsmedewerker die van arbeidsmarktfinaliteit. Dat we iets verder van de leerlingen staan, helpt.”
Op een klassenraad kan de onderlinge dynamiek de beslissing bepalen, zeker bij de twijfelgevallen. “Je hebt leraren die het voortouw nemen, volgers en collega’s die meer op de achtergrond blijven. Dan moet je als voorzitter van de klassenraad je rol opnemen. Ook de zwijgers en de tegenstem het woord geven. En de lastige vragen stellen: ‘Hoe heb je die leerling begeleid? Hoe verklaar je dat tekort? Stroken de resultaten met de basis- of uitbreidingsdoelen?’”
“Soms raakt de discussie verhit, nemen emoties de bovenhand. Je gaf een leerling ontelbare kansen, en dan vragen je collega’s je om nóg eens over je hart te strijken en het belang van je vak te verloochenen? Zeker als die leerling het uithing, is het menselijk om de hakken in het zand te zetten.”
© Alexandra Bertels

“Een C-attest mag geen straf zijn, wel een oplossing. Een nieuwe kans voor een leerling die wat aanmodderde, maar de richting écht aankan. En voor wie we geen toekomstdeuren willen dichtgooien.”
“Daarom proberen we vaak eerst te oriënteren naar een richting die beter past bij de talenten van de leerling. In onze school delen we alles bij elkaar weinig C-attesten uit. En een B-attest met een bindend advies overzitten of niet, helpt om de leerling goed te oriënteren. Als een leraar aangeeft dat een leerling inhoudelijk stevig tekort komt voor zijn vak, luister ik. Daarna zoeken we samen: in welke richting komen zijn talenten het best tot hun recht? Dat advies spreken we grondig met de leerling door.”
“We proberen samen met leerlingen al tijdens het schooljaar andere pistes uit te zoeken door samen dieper in te gaan op de interesses en talenten van de leerling. Dan durven ze die stap wél zetten tegen dat het zo ver is. Soms kiezen leerlingen tegen hun interesses en voor hun vrienden. Ergens logisch: dat B-attest voelt als een mislukking, dan zoek je stabiliteit.”
© Alexandra Bertels

Wat maakt een beslissing voor een jaar overdoen zo moeilijk?
“Slechte resultaten hebben vaak een diepere oorzaak: problemen thuis, gebrek aan motivatie of ze voelen zich niet goed in hun vel. Op de moeilijkste beslissingen bots je bij leerlingen die een heel jaar niet laten zien wat ze kunnen en voor het ene na het andere vak onvoldoendes halen. Pak je dan de oorzaak wel aan door ze te laten zittenblijven? Voor die leerlingen schieten we nog tekort.”
“Daarom willen we in de toekomst problemen vroeger opsporen: meer eigenaarschap over hun leerproces, elke maand een gesprek met de klascoach en 2 keer per jaar zit de leerling zijn oudercontact voor. Zo willen we problemen vóór zijn die anders pas op de volgende klassenraad aan de oppervlakte komen.”
“B- of C-attesten uitdelen, doen we altijd in het belang van leerlingen en met de grootste zorg. Soms houden we het bij een advies tot heroriëntering. Maar dat is niet bindend, en ouders zijn niet altijd bereid om het te volgen. Dan schuiven de problemen mee naar het volgende schooljaar en leiden ze met vertraging toch tot een C-attest of B-attest met of zonder advies zittenblijven.”
“Tegelijk moet je achteraf soms toegeven dat je je vergist hebt, en die leerling een pak verder springt dan je voor mogelijk hield. Het besef dat je nooit helemaal weet waartoe een leerling in staat is: die twijfel houdt me scherp telkens ik een klassenraad binnenstap.”
Kort samengevat:
wat moet je weten over zittenblijven?
Heeft zittenblijven zin?
Zittenblijven heeft soms positieve effecten op korte termijn, maar die voordelen vaak verdwijnen op langere termijn.
Wat zegt onderzoek over zittenblijven?
Studies tonen dat leerlingen die blijven zitten gemiddeld genomen op lange termijn minder gunstige schoolloopbanen hebben. Extra ondersteuning speelt een grote rol.
Wat is een alternatief voor zittenblijven?
Scholen proberen steeds vaker alternatieven:
- extra ondersteuning tijdens het schooljaar
- zomerscholen of remediëring
- huiswerkbegeleiding
- flexibel leertraject voor bepaalde vakken
- betere studiekeuzebegeleiding
Log in om te bewaren






Frans D
14 juni 2022De heer Vonck zal zijn werk waarschijnlijk wel goed doen,
zelf heb ik volgende ervaringen:
- leerlingen die niks doen in de klas
- zinloze klassenraden zonder remedie, dossiers worden verticaal geklasseerd
- op het eind van het schooljaar hebben de leerlingen voor 7,8 of 9 vakken onvoldoendes
- de directeur manipuleert de uitslagen zodanig dat alle lln een A-attest krijgen
- wat kunnen die lln volgend jaar gaan doen?
- op welk niveau moeten de leerkrachten van volgend jaar beginnen met les geven?
- en dan maar klagen dat het Vlaams onderwijs blijft dalen in kwaliteit
- en dan maar klagen dat je geen leerkrachten kunt houden
Annelore Delbecque
14 juni 2022Attest spreiding in de tijd is een verademing voor ouders, leerlingen en leerkrachten in een OV4 type 3.
Leerlingen met dezelfde capaciteiten, maar een enorme rugzak, moeten in een A-stroom kunnen blijven en dat is dan vaak de enige en ook beste manier.
Op die manier vermijden wij het watervalsysteem, maar leveren we gekwalificeerde jonge mensen af.
Niet onbelangrijk om deze kant eens te belichten.
Annelore Delbecque
Directeur Element
G. De Vos
19 juni 2022Begin jaren negentig had België het slechtste onderwijs van de OESO-landen. Discreet werd aan eindtermen gewerkt. Begin deze eeuw waren we bij de beste. Plots werd ons onderwijs een politiek thema. Via digitale media werd opgeroepen tot verzet tegen de eindtermen. Niet meer vertrekken van de kennis van de leerlingen - een basisprincipe in de didactiek - maar van de leerkracht. Forceren en selecteren i.p.v. stimuleren en oriënteren. Onder druk van de polarisatie tussen actieve en passieve leerstijlen verlieten veel leerkrachten het onderwijs. Het kennisniveau van de leerlingen zakte dramatisch en bereikte een dieptepunt tijdens corona. Als we weer willen aansluiten bij de Scandinavische top moeten we de eerste vier jaar van het middelbaar uitsluitend bezig zijn met talent. De laatste twee jaar moet elke leerling zijn afstudeerrichting gevonden hebben: studiegericht, arbeidsmarktgericht of beide. Cultureel, economisch, medisch of technologisch. Tijdens het uitrollen van de huidige - afgekeurde - hervorming kan al worden nagedacht over de volgende. Van kwantiteit terug naar kwaliteit. Van cognitie naar intelligentie.
Wim Van den Broeck
10 november 2023Dit klopt m.i. van geen kanten. In het onderzoek waarnaar verwezen wordt, is het kernprobleem wel degelijk dat er appelen met peren vergeleken worden. Zittenblijvers vormen nu eenmaal een (negatieve) selectie uit de populatie. De overgrote meerderheid van de studies proberen die selectie wat tegen te gaan door te zoeken naar zgn. vergelijkbare leerlingen die niet bleven zitten. Het is wiskundig aantoonbaar dat dit de negatieve selectie wel wat kan milderen, maar nooit volledig opheffen. Er bestaan wel degelijk geëigende methoden om dit probleem echt op te lossen, nl. in zgn. longitudinale studies waarbij men naar veranderingen kijkt binnen de subjecten (dus niet tussen subjecten). Die studies laten zeer duidelijk grote en langdurige positieve effecten zien van zittenblijven.
Cherline De Maeght
23 november 2023Bedankt voor je reactie. We sturen die door naar de specialist uit dit artikel.
Mieke Goos
24 november 2023Voor dit artikel werd me gevraagd om duiding te geven bij een gepubliceerde meta-analyse over effecten van zittenblijven (https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S1747938X21000245). Aan deze meta-analyse werkten verschillende collega's, waaronder ikzelf, mee. Het betreft een synthese van 84 studies, waaronder ook 11 Vlaamse studies. Meningen kunnen of mogen verschillen, maar de duiding in dit artikel is genuanceerd en onderbouwd. Wij zochten naar studies die voldoen aan de huidige standaarden zoals beschreven in het Cochrane handbook for systematic reviews en door BEE en What Works Clearinghouse. Meer concreet werden studies opgenomen met een experimenteel design of 1 van de volgende quasi-experimentele designs: (a) regression discontinuity methodes, (b) propensity score methodes, (c) instrumentele variabele methodes, (d) difference-in-differences methodes, of (e) factor analytic methodes. Het design van een studie doet er toe. Studies met een RD design tonen de positiefste effecten, niet de studies waar u in uw reactie op hint. Verder doet het er ook toe waar je specifiek naar kijkt (bv. schoolse prestaties, psychosociaal functioneren), hoelang je zittenblijvers volgt, met wie je zittenblijvers vergelijkt (leeftijdsgenoten of jongere klasgenoten) en of en hoe zittenblijven gecombineerd wordt met een reeks andere remediërende maatregelen. Het is dus zeer complex. Wij vonden in de 84 studies geen aanwijzingen voor “grote, langdurige positieve effecten van zittenblijven”, waarover u spreekt, eerder integendeel. Ook recenter Vlaams onderzoek van collega’s van UGent (teams van prof. Baert, prof. Demanet en prof. Van Houtte) wijst eerder op het tegendeel. Maar zoals ik in het artikel al aangaf, is meer onderzoek wenselijk. In afwachting daarvan wilden we evenwel tussentijds reeds onze genuanceerde conclusies delen met de leerkrachten(teams) die ‘vandaag’ in de dagelijkse realiteit moeten beslissen over de toekomt van de leerlingen, goed wetend en beklemtonend dat dit heel moeilijke beslissingen zijn…
Wim Van den Broeck
27 november 2023Dank voor uw uitvoerige reactie, maar ze bevat helaas geen antwoord op mijn bemerkingen betreffende het probleem van selectie-bias. Ik ben wel verheugd over de meer genuanceerde uitspraken betreffende de effecten van zittenblijven en meer specifiek de geuite onzekerheid daarover. Dat klonk een tijd geleden heel anders, toen u en uw collega’s er zeker van waren dat die effecten negatief zijn en dat zelfs aanbevolen werd zittenblijven af te schaffen (Rapport “Zittenblijven in vraag gesteld”, 2012). Er werd toen zelfs een heel actieplan uitgerold “Samen tot aan de meet” om deze boodschap in het Vlaamse onderwijs aan de man/vrouw te brengen. En dat allemaal op grond van het toenmalige onderzoek. Ook al is het correct dat de meeste studies toen tot het besluit kwamen dat de effecten eerder negatief zijn, veruit de belangrijkste conclusie was die van de meta-analyse van Allen e.a. (2009), nl. “Results challenge the widely held view that retention has a negative impact on achievement”. Deze conclusie, die nergens te bespeuren was in jullie toenmalige communicatie, had samen met het in de VS sterk benadrukte probleem van zomaar laten doorstromen zonder voldoende basiskennis en daardoor vastlopen, alle alarmbellen moeten doen afgaan. Niet alleen omwille van evt. ongenuanceerde en veel te vluchtige praktische conclusies, maar vooral omdat in die studie van Allen e.a.. heel duidelijk bleek dat naarmate de controles op selectie-bias groter werd, de geobserveerde effecten minder negatief werden en zelfs lichtjes positief (bij de betere studies). “Betere” studies, betekent niet dat die studies “sound” zijn (zoals u ze noemt in uw recent artikel). Integendeel, quasi alle door u genoemde methoden zijn erop gericht de initiële selectie-bias te verminderen, maar behalve het regression discontinuity design (de enige methode in uw studie die wel positieve effecten laat zien) elimineren deze methoden aantoonbaar de bias niet volledig. Een goed voorbeeld daarvan is uw eigen studie uit 2013, waarin u via propensity score stratification probeert de groep zittenblijvers te matchen met de groep doorstromers. Zoals ik heb toegelicht in een open access artikel (https://osf.io/preprints/psyarxiv/7g3sa/) blijkt op grond van uw eigen gegevens dat beide groepen na matching nog altijd een gigantisch grote bias vertoonden van 2.54 standaarddeviaties. M.a.w., uw toenmalige conclusie dat zittenblijvers het slechter doen dan de doorstromers kan volledig worden toegeschreven aan het feit dat zittenblijvers per (operationele) definitie vooraf al zwakker presteerden dan de andere leerlingen. Deze sterk gebiaste studie werd door u meerdere malen opgenomen in uw recente meta-analyse. Hetzelfde probleem, zij het in wisselende mate, speelt ook een rol in quasi alle door u opgenomen studies. Van de veruit meest frequent gehanteerde methode, nl. propensity score matching, is inmiddels ook in methodologische kringen bekend gemaakt dat deze methode het biasprobleem niet altijd oplost (cf. King & Nielsen, 2019). Het aantal studies dat evt. op een nul of negatief effect zou wijzen, speelt daarom weinig of geen rol. Wat wel telt, is hoe geloofwaardig een studie het probleem van de selectie-bias heeft aangepakt, en daar heeft u in uw recent artikel geen rekening mee gehouden. In mijn artikel heb ik gebruik gemaakt van een longitudinale methode die de bias wel doeltreffend elimineert. Dergelijke methoden komen, voor zover ik kan zien, niet in uw meta-analyse voor, en ze zijn zeker geen analyse-categorie. Overigens viel me ook op dat een zeer bekende studie met positieve effecten in het secundair onderwijs, die zoals in mijn studie ook gebruik maakt van panel-data, helemaal niet is opgenomen in uw meta-analyse, nl. die van Marsh e.. (2017). De Gentse studies in de groep van Van Houtte waarnaar u verwijst, bevatten slechts zeer zwakke controles voor bias en laten daardoor geen conclusies toe. Ik heb over mijn analyses al op verschillende congressen gerapporteerd, en er volgt meer.
Mieke Goos
28 november 2023Voor meer informatie, zie ook https://leerpunt.be/toolkit/toolkit-leren-lesgeven/zittenblijven
Laat een reactie achter