Vlaanderen
Klasse.be

Specialist

Sterke band met leerlingen: goed voor leerprestaties (en meer)

  • 6 januari 2026
  • 6 minuten lezen

Als leerlingen voelen dat je ze ziet en eerlijk behandelt, versnelt hun leerproces. Diezelfde band geeft je meer opties als het toch eens misloopt in de klas. Verbinding met leerlingen verdient vernieuwde aandacht, vinden lerarenopleiders Claudia Lento en Kristel Stinckens (PXL). Daarom weerleggen ze 5 uitspraken.  

Uitspraak 1

“Een kennismakingsrondje in september moet volstaan” 

Kristel Stinckens: “Leerdoelen bereiken lukt beter als leerlingen een band hebben met hun leraar. Daarom start bijna elke leraar het schooljaar met een kennismakingsrondje of gouden weken. In de basisschool ken je de kinderen die je klas binnenkomen, en ze kennen elkaar. Je hernieuwt vooral de groepsdynamiek na de zomervakantie. Wat is er anders, wat er speelt nu? En je herhaalt schoolregels en routines. Dat laatste doe je ook in het secundair onderwijs, maar je maakt daarnaast tijd om die nieuwe gezichten te leren kennen: hun namen, interesses en karakters.”

Claudia Lento: “Nieuw meta-onderzoek van Elmslander onderschrijft dat een goede relatie leidt tot meer motivatie bij leerlingen en een sterkere band met klasgenoten en de school. En onderzoeker John Hattie registreerde ook al een middelgroot effect op leerresultaten.”

“Maar investeren stopt niet na zo’n kennismakingsrondje. Dan zit je met een set weetjes waar je achteraf niets mee doet en voelt de klas dat je uitgestoken hand niet authentiek is. Oprechte nieuwsgierigheid is werk van elke dag: kleine prikjes waarmee je leerlingen laat voelen dat je ze ziet en wil begrijpen.” 

Kristel Stinckens: “Probeer alert te zijn voor je eigen referentiekader. Natuurlijk heb je makkelijker een band met leerlingen in wie je een stukje van jezelf herkent. Als je graag een blokje loopt, informeer je sneller naar sportieve prestaties van je leerlingen. Ben je introvert, dan staat een verlegen kind sneller op je radar.” 

“Maar ook voor kinderen met wie het wat schuurt of over wie je in het verleden negatieve geluiden opving, moet je interesse tonen. Nét die winnen extra als je in hen investeert of een gedeelde interesse vindt. Valt het je om 16 uur op dat je een leerling niet hoorde in de klas of op het schoolterrein? Noteer op een briefje: morgen spreek ik die snel even aan. Je kan niet met iedereen even diep en vlot klikken, maar je mag geen enkele leerling over het hoofd zien.”  

Uitspraak 2

“Verbinden: ik heb daar geen (les)tijd voor” 

Kristel Stinckens: “Verbinding met leerlingen kost wat tijd, daar moeten we niet flauw over doen. ‘Eerst connectie, dan correctie’ klonk het vroeger. Nu hoor je vaker: ‘Begin met regels, bouw daarna een band.’ Maar regels of routines installeren, verbinding maken en leerstof aanpakken, dat gaat allemaal mooi samen. Afspraken maken over hoe leerlingen de klas binnenkomen, kan heel verbindend zijn. En een kringmoment rond de actualiteit waaraan je doelen van aardrijkskunde en geschiedenis koppelt, ook.”

“Zie je een klas maar 1 uur per week of tel je meer dan 100 leerlingen? Toch besteed je verbinding beter niet helemaal uit aan de leerlingenbegeleider of klastitularis die meer uren heeft. De relatie met je leerlingen draagt immers bij tot je werkplezier, zelfeffectiviteit en klasmanagement. Natuurlijk zullen leerlingen je les soms nog verstoren. Maar die brandjes blus je wel sneller.”  

Claudia Lento: “Verbinding met leerlingen zit tijdens het schooljaar vooral in subtiele, snelle micro-interventies. Je leerlingen aanspreken bij hun voornaam in plaats van ‘jij daar’. Kinderen begroeten aan je klasdeur in plaats van achter je bureau. Het eerste schept een band, het tweede afstand. En het kan ook zonder woorden: een knipoog, een glimlach of een handsignaal.”

“Leraren die elke dag met kleine acties laten voelen dat je belangrijk genoeg bent om gezien en aangesproken te worden: die staan bovenaan de lijst als we onze studenten vragen om hun voorbeelden te beschrijven. De leraar die op vrijdag haar gitaar bovenhaalt en die het ziet als je glimlach verdwijnt, de leraar die mee naar huis loopt als je het moeilijk hebt, zelfs de leraar die elke middag vrolijk ‘smakelijk’ roept in de refter. Wat ze delen? Tijdens de les bieden ze stabiliteit, structuur en veiligheid. Tussendoor leggen ze dat gouden laagje persoonlijke verbinding erop.” 

Uitspraak 3

“Verbinden schaadt mijn autoriteit” 

Claudia Lento: “Soms verwarren we verbinden met beste vrienden zijn met leerlingen. Of met alles door de vingers zien. Maar wie die definitie aanhoudt, slaat de bal mis. Connecteren of een band opbouwen met je leerlingen doe je altijd binnen duidelijke, veilige grenzen. Onderzoeken tonen glashelder: de meest effectieve leraren bieden structuur én zijn nabij. Zonder muren geen deuren, dat vat het mooi samen.”

Kristel Stinckens: “Onze studenten in de lerarenopleiding krijgen geregeld het advies om zo streng mogelijk te starten. Moet ik de harde tante spelen en roepen, vragen ze. En ben ik mijn klas dan niet van meet af aan kwijt? We stellen ze gerust: je autoriteit bouw je niet op door te schreeuwen. Wel door duidelijk, rechtvaardig en geïnteresseerd te zijn. Leerlingen respecteren je dan en aanvaarden sneller dat je ze corrigeert als ze weten dat jij het goed met hen voorhebt.” 

Claudia Lento: “Voorbeeldgedrag maak je tot de norm. Maar je moet ook durven benoemen wat niet door de beugel kan. Materiaal stukgooien, dat doen we niet. We dragen zorg voor spullen. Een klasgenoot pesten: stop, je overschrijdt een lijn! We tonen respect voor elkaar.”

“Sommige kinderen kregen vaardigheden als zorg dragen of samenwerken niet mee van thuis. Dat moet je ze aanleren, net als wiskunde of Nederlands. Loopt het een keer fout? Dan beschrijf je dat gedrag, geef je aan wat wél gepast is en oefen je samen. Alleen zo krijg je een aan aangenaam leerklimaat op school.”  

lerarenopleiders Claudia Lento en Kristel Stinckens over de band met leerlingen
Claudia Lento (links): “Connecteren met leerlingen doe je altijd binnen duidelijke, veilige grenzen.”

Uitspraak 4

“Tieners zitten niet te wachten op een band met hun leraren” 

Claudia Lento: “Leraren zijn belangrijke tijdelijke gehechtheidsfiguren voor hun leerlingen. Vooral bij jonge kinderen is dat heel duidelijk: ze zoeken hun leraar op, vragen een knuffel of willen een high five aan de schoolpoort. Leraren zijn nabij, bieden zorg en steun. Daardoor ervaren leerlingen hen als een veilige haven. Ze kunnen bij hen terecht als ze verdrietig of onzeker zijn.”

“Maar hoe zit het met tieners? Die lijken vooral te hengelen naar de goedkeuring van leeftijdsgenoten en de steun van peers. Blijft de relatie met hun leraren belangrijk? Jawel! Studies tonen aan dat de band in die levensfase juist een beschermende factor vormt – zeker bij kwetsbare leerlingen die extra nood hebben aan volwassenen die voorspelbaar reageren, vertrouwen geven en emotioneel beschikbaar zijn.” 

Kristel Stinckens: “Leraren zijn vaste waarden in hun leven. Daarom is je impact gigantisch: je kan de norm meegeven. Hier op school gaan we anders met elkaar om dan op straat. Met duidelijke afspraken en consequente reacties help je veel tieners vóór het fout gaat.” 

Uitspraak 5

“Een keer stevig botsen en de band spat stuk” 

Kristel Stinckens: “Voor elke relatie geldt: als het fundament goed zit, kan je even ruzie maken. Een band met je leerlingen werkt dus preventief. Het geeft je de kans om bij conflicten rustig in te grijpen. Lerarenteams die vinden dat moeilijkere momenten binnen relaties mogen bestaan, zoeken langer naar oplossingen en vinden vaker de juiste knoppen.”

“Foeteren op een kind dat te laat komt? Dat lucht lekker op, maar de oplossing ligt meestal elders. Denk aan een gesprek met de ouders. En een leerling na 2 weken wegsturen van school: hoeveel kansen op verbinding kreeg die dan?”  

Claudia Lento: “In dat voorbeeld zien leraren gedrag uitsluitend als een probleem, niet als een signaal. Dat sijpelt onvermijdelijk door in hoe ze over leerlingen spreken. Het eerste wat we soms horen als we op stage komen? ‘Die leerling heeft ADHD, die stoort altijd de les.’ Het kan ook anders. Door gedrag te benoemen én te waarderen wat er achter zit. ‘Lisa roept soms impulsief, maar is zo betrokken bij taallessen.’ Of: ‘Samir kan vaak druk zijn, maar wil altijd helpen met praktische taakjes en heeft veel humor.’” 

Kristel Stinckens: “Nog erg krachtig: schoolafspraken die elke leraar mee opvolgt en voorleeft. En collega’s die onderling goede relaties aangaan, want dan stijgt de kans dat leerlingen dat ook doen. Maar in de hectiek van lesdagen en zorg voor kinderen, schiet dat informele momentje met collega’s er soms bij in. Iedere leraar verdient nochtans elk dag vragen als: hoe gaat het? Wat heb jij nodig om je werk graag en goed te doen?” 


Claudia Lento en Kristel Stinckens zijn lerarenopleiders en onderzoekers van PXL Onderwijsinnovatie. Ze werkten samen aan EmpowerED: een onderzoeksproject dat leraren helpt om te gaan met moeilijk hanteerbaar gedrag.  

Bart De Wilde

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter