“Twijfelen is de beste bescherming tegen nepnieuws”
Sanne Hermans, expert nieuws- en informatie-geletterdheid bij Mediawijs
Schooltips
Een misleidend filmpje op Instagram, deepfake naaktbeelden op Tik Tok: nepnieuws is overal. “Jongeren vinden het moeilijk om fake news te herkennen op sociale media”, zeggen Zara Mommerency en Sanne Hermans (Mediawijs). “Mediawijsheid zit dus beter niet in 1 vak, maar bij elke leraar.”
Waarom moeten leraren zich met nepnieuws bezighouden?
Sanne Hermans, expert bij Mediawijs: “Omdat desinformatie vandaag niet meer weg te denken is. Artificiële intelligentie maakt het nog eenvoudiger om realistische video’s, foto’s of artikels te fabriceren die helemaal verzonnen zijn. Wie denkt dat leerlingen dat vanzelf doorzien, vergist zich. De hoeveelheid foute informatie is geëxplodeerd. Ook als volwassene is het erg moeilijk om je niet te laten beetnemen.”
Zara Mommerency, expert bij Mediawijs: “Nepnieuws zit overal: in filmpjes op TikTok, berichten op Instagram, ook in wat leerlingen elkaar doorsturen. De Nieuwsbarometer toont dat 1 op de 5 jongeren het moeilijk vindt om foute berichten écht te herkennen. Ze overschatten ook hun vaardigheden. Ze ‘checken de bron’ of ‘letten op de schrijfstijl’ maar in de praktijk scrollen ze vaak vluchtig. Leraren kunnen leerlingen helpen om die reflex te versterken. Niet met een apart vak, maar gewoon binnen hun eigen lessen.”
Is het niet vooral de leraar Nederlands die zich over fake news kan buigen?
Zara: “Zeker niet. Fake news kan je in elk vak opnemen. Zo kan je in de les biologie complottheorieën over vaccins bespreken, in chemie het gerucht dat zonnecrème schadelijk is en in wiskunde de cijfers achter nieuwsberichten en clickbait analyseren. Zo koppel je mediawijsheid aan de leerstof én aan wat leerlingen bezighoudt.”
Sanne: “Dat maakt het concreet. Een leraar die een nieuwsitem over zijn eigen vak gebruikt, toont hoe kritisch denken overal nodig is. En het hoeft niet altijd veel tijd te kosten. 10 minuten reflecteren over een post die leerlingen zagen, volstaat vaak. Het gaat niet om extra leerstof, maar om een gewoonte.”

Sanne Hermans, expert nieuws- en informatie-geletterdheid bij Mediawijs
Hoe start je zo’n gesprek zonder leerlingen te stigmatiseren?
Sanne: “Vermijd de vinger. Wie zegt: ‘Hoe kon je dat geloven?’, krijgt weinig openheid terug. Jongeren delen soms iets omdat het grappig of spannend lijkt, niet omdat ze willen misleiden. Vertrek vanuit begrip en zorg voor een omgeving waar leerlingen hun mening vrij en veilig kunnen uiten. Zo voelen ze zich gerespecteerd om wie ze zijn en wat ze denken. Ze kunnen zo ook hun ideeën bij elkaar aftoetsen en van elkaar leren.”
Zara: “Nieuwsgierigheid werkt beter dan kritiek. Vraag wat leerlingen online zien en wie ze volgen. Toon oprechte interesse: ‘Leg mij eens uit wat daar gebeurt.’ Dan ontstaat er een gelijkwaardige uitwisseling. En geef gerust toe dat jij ook al eens in nepnieuws bent getrapt. Dat maakt het menselijk en herkenbaar.”
Sanne: “Laat je leerlingen meedenken. Vraag hen via het digitaal platform van de school een post door te sturen waaraan ze twijfelden en ga samen op onderzoek. Zo werk je met actuele voorbeelden uit hun leefwereld. Je toont dat fouten maken mag, zolang je er maar over praat.”
© Eugene and Louise

Welke signalen kunnen jongeren leren herkennen?
Zara: “Emotie is het eerste alarmbelletje. Fake news lokt vaak boosheid, angst of euforie uit. Leer jongeren om even te pauzeren: ‘Waarom raakt dit mij?’ Zeker bij pubers is dat belangrijk, hun brein reageert sterk op emoties.”
Sanne: “Berichten die simpele antwoorden geven op complexe problemen zijn ook verdacht. ‘De schuld ligt bij 1 groep’, of ‘De oplossing is makkelijk’, dat zijn rode vlaggen. Laat leerlingen oefenen met 2 artikels over hetzelfde thema. Wie schrijft het? Wie profiteert ervan? Zo leren ze de motieven achter een boodschap zien.”
Zara: “En bespreek expertise. Een influencer die veel weet over fitness is geen specialist in chemie of gezondheid. Dat onderscheid lijkt evident, maar in een online wereld waar iedereen ‘expert’ kan zijn, is het dat niet meer.”

Zara Mommerency, expert nieuws- en informatie-geletterdheid bij Mediawijs
Jongeren volgen vooral nieuws op TikTok en Instagram. Hoe kunnen leraren daarop inspelen?
Sanne: “We mogen sociale media niet mijden. Jongeren volgen daar nieuws, alleen is het korter en sneller. Leraren kunnen helpen om betrouwbare accounts te tonen, zoals Karrewiet, krantenwebsites, nws.nws.nws. Die spelen in op wat jongeren bezighoudt.”
Zara: “Die kanalen maken nieuws op maat van de jongeren en luisteren naar wat hen bezighoudt. Ze reageren ook op ‘direct messages’ (DM’s) van jongeren die vragen of een bepaald filmpje of foto wel echt is. Als de vraag breed leeft, komt daar een item van. Uit het onderzoek van Apenstaartjaren blijkt dat een jongere die ooit een factcheck bekeek nepnieuws beter herkent.”
Sanne: “Jongeren zijn wel geïnteresseerd in nieuws, maar ze willen dat op hun maat. Als je als leraar zegt dat ze vooral het journaal of de krant moeten volgen, gaan ze met hun ogen rollen. Geef in plaats daarvan de reflex mee: zie je iets passeren, zoek dan eens bij een andere bron of die daar hetzelfde over zegt. Je kan jongeren ook aanmoedigen om verschillende profielen te volgen om een breder beeld te krijgen.”
Zara: “Gebruik sociale media als oefenterrein. Laat leerlingen hetzelfde nieuwsfeit bekijken op hun feed, in een krant en op VRT NWS. Ze zullen zelf verschillen zien: welke beelden kozen ze, welke woorden gebruikten ze, welk gevoel roept het op? Die kan je bespreken en zo toon je hoe framing werkt.”
“Leer leerlingen om uit hun filterbubbel te stappen. Vraag: ‘Welke stemmen hoor je niet in je feed?’ Dat maakt hen niet alleen kritischer, maar ook meer empathisch. Ze leren dat meerdere perspectieven naast elkaar kunnen bestaan.”
Wat is jullie advies voor leraren die aan de slag willen?
Zara: “Begin klein. Vraag aan je leerlingen wat ze online doen. Zo toon je dat je hun leefwereld belangrijk vindt. En praat erover in de lerarenkamer. Vaak merken verschillende leraren dezelfde trends op: een hardnekkig gerucht, een misleidende video. Deel die observaties en bedenk samen een aanpak.”
“Je hoeft zeker geen AI-specialist te zijn. Het belangrijkste is: ga het gesprek aan. Fake news verdwijnt niet, maar je kan leerlingen wel leren om stil te staan bij wat ze lezen of delen. Dat is een vaardigheid die hun hele leven meegaat.”
Sanne: “Je hebt als leraar meer invloed dan je denkt. Een leerling die leert twijfelen aan wat hij online ziet, denkt ook kritischer na over wat hij hoort in de klas of thuis. Dat is precies wat goed onderwijs doet: leren nadenken voor je klikt of deelt. En vergeet de mildheid niet. Iedereen trapt weleens in een foute boodschap. Door daarover te praten, leer je samen. Mediawijsheid draait niet om wantrouwen, maar om bewustwording. En dat begint met luisteren.”
Misinformatie is foute informatie die per ongeluk wordt verspreid, dat kan door een journalistieke fout of een onjuiste interpretatie.
Desinformatie is informatie die bewust is gemaakt om mensen te misleiden of te manipuleren (met intentie).
Aan de slag? Op Mediawijs.be vind je tools, lesmateriaal en projecten, de Fact Check Challenge is een gratis klaswedstrijd om fake news te ontmaskeren. En de VRT Edubox biedt interactieve modules over nieuws en mediawijsheid.
Duik in meer onderzoek: Mediagebruik in 2024: wat zeggen kinderen en jongeren nu zélf? | Apenstaartjaren | Nepnieuws | Mediawijs
Log in om te bewaren
Laat een reactie achter