Vlaanderen
Klasse.be

Specialist

5 valkuilen bij studiekeuzebegeleiding

  • 6 maart 2017
  • 3 minuten lezen

In het zesde leerjaar staan leerlingen voor een belangrijke keuze: welke studierichting past het best bij hen? Als leraar ben jij de ideale persoon om ze tijdens hun schoolloopbaan te begeleiden bij hun beslissing. Waar moet je op letten? Dr. Simon Boone (VUB) en prof. dr. Piet van Avermaet (UGent) wijzen op 5 valkuilen.


1. Taalgebruik verraadt hiërarchisch denken

Simon Boone: “Veel ouders, maar soms ook leraren, denken heel hiërarchisch over de onderwijsvormen en studierichtingen. Voor velen blijft Latijn het ijkpunt. Leerlingen zijn op 11- of 12-jarige leeftijd heel beïnvloedbaar en nemen dat hiërarchische denken onbewust over. ‘Slim zijn is Latijn aankunnen’, hoor je hen zeggen.”

Piet Van Avermaet: “Ons taalgebruik werkt dat in de hand. Zinnen als: ‘Als je Latijn aankan, is Handel dan wel een goede keuze?’ zijn niet onschuldig. Ze hebben een enorme impact op de beeldvorming over onderwijs. Terwijl, als een leerling geïnteresseerd is in een bepaalde richting, dan is het al dan niet ‘aankunnen’ van een ‘hogere’ richting totaal irrelevant.”

Een zin als: ‘Jij kan Latijn aan’ is niet onschuldig. Hij bevestigt een hiërarchie in studierichtingen.

Prof. Piet Van Avermaet
UGent

2. De waterval: “Je kan altijd nog zakken”

Piet Van Avermaet: “Omdat de hiërarchische verhouding zo sterk meespeelt bij ouders, hebben ze de neiging om ‘hoog te mikken’ want ‘zakken is altijd mogelijk’. De bekende waterval. Maar ouders staan onvoldoende stil bij het effect daarvan op het zelfbeeld van een kind.”

Simon Boone: “Beeld je in dat ze telkens zeggen: ‘Je kan dit niet, je moet naar een andere school’. Dat zijn elke keer faalervaringen voor het kind. Het verliest zijn netwerk en motivatie en bouwt geen zelfzeker zelfbeeld op. Dat kan zelfs een grote impact hebben op de band tussen ouders en kind.”

Piet Van Avermaet: “We zien ook dat ouders en leerlingen uit kansarme milieus zichzelf vaak onderschatten en ‘te laag mikken’. Ze kiezen bij voorbaat voor een beroepsgerichte vorming, terwijl Latijn of Moderne misschien wel de juiste keuze is. Ook leraren trappen in die val. Onbewust schatten ze de mogelijkheden van kansarme leerlingen te laag in.”


3. Informatie bereikt niet alle ouders

Simon Boone: “Informatie over studiekeuze komt vaak enkel terecht bij ouders die het misschien niet echt nodig hebben: zij die een goed netwerk hebben en vaak al weten naar welke school hun kind kan. Ouders uit lagere socio-economische milieus hebben soms minder voeling met het onderwijs en een minder gemakkelijk contact met leraren. Het is belangrijk dat vooral zij genoeg informatie krijgen over opendeurdagen, het scholenaanbod en de keuzemogelijkheden. Daarom is het belangrijk om wederzijds vertrouwen te winnen bij de ouders. Zet in op een goede relatie tussen ouders en de school. Probeer ook de leerling te ondersteunen om het gesprek aan te gaan met zijn ouders. Bij kwetsbare ouders zijn kinderen vaak de belangrijkste bron van informatie.”


4. Talent en interesse worden te weinig gemonitord

Piet Van Avermaet: “Motivatie is een van de belangrijkste factoren om succesvol te zijn. Voor een juiste studiekeuze moet je net daarom kijken naar de talenten van een kind én naar wat het graag doet. Dat vergroot de kans dat een leerling onmiddellijk op de juiste plaats terechtkomt. Nog te vaak wordt er gekeken naar de prestaties voor 2 vakken: wiskunde en Nederlands. Als school monitor je het best de talenten en interesses gedurende de hele schoolcarrière van het kind, vanaf het eerste leerjaar dus. Op basis daarvan kan je een beter onderbouwd studiekeuze-advies geven.”


5. Advies komt vaak te laat

Simon Boone: “De inschrijfperiodes in secundaire scholen vallen vroeg. Start op tijd met de begeleiding in het keuzeproces. De centrale rol van de leraar is veel groter in de uiteindelijke keuze als de leraar tijdig en proactief advies geeft. Maak ouders in het vijfde leerjaar bewust dat de inschrijfperiodes in de secundaire scholen al vroeg starten. Bespreek de studiekeuze al bij het eerste oudercontact in het zesde leerjaar. Wacht niet tot ouders zelf advies vragen op het oudercontact. Heb je het gevoel dat je de leerlingen op dat moment nog niet voldoende kent? Toets je advies af bij je collega’s uit de lagere klassen.”


Dr. Simon Boone en prof. dr. Piet Van Avermaet volgden ruim 3000 leerlingen op 36 scholen in Gent en Antwerpen en hun ouders op de voet bij hun studiekeuze in het kader van het Transbaso-onderzoek. Inspiratie om met het thema studie- en schoolkeuze aan de slag te gaan, vind je op pro.vanbasisnaarsecundair.be.

Tim Paternoster

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


R

Raf Boelen

8 maart 2017

Een mooi overzicht van valkuilen en suggesties van aanpak!
Jullie voorstel op de eerste valkuil baart mij als ouder en als CLB-er behoorlijk zorgen. Als ouder heb ik ondertussen een derde kind in het zesde leerjaar. We zijn nu maart en op behoorlijk wat plaatsen in Vlaanderen zijn inschrijvingen lopende. Ik kan niet anders dan vaststellen dat mijn zoon, net zoals de twee anderen, op dit moment niet klaar is om die keuze te maken. School en CLB steken hun nek uit om de keuzebegeleiding goed te doen. Als je dat goed wil doen, vraagt dat tijd. Als CLB-er weet ik dat maar al te goed. Het vraagt ook dat je oog hebt voor het tempo van kinderen en ouders.
De eerlijke oplossing kan niet liggen in advies vervroegen. Zeker voor kwetsbare kinderen en ouders maak je de kloof alleen maar groter. Eigenlijk is geen enkel kind of ouder met deze oplossing gediend. Als we echt willen dat kinderen en ouders goed begeleid worden, moeten we ervoor zorgen dat basisscholen en CLB-ers daar de tijd voor krijgen. Er is daar één ding echt voor nodig: de inschrijvingsdata naar achter te schuiven.
Deze papa en CLB-er hoopt bij jullie steun te vinden om de overheid te motiveren hier werk van te maken.

Reageren
G

Gino Willems

8 maart 2017

Als CLB-directeur kan ik de mening en het voorstel van mijn collega (inschrijvingsdata naar achter) alleen maar onderschrijven...

Reageren
A

An Vermander

8 maart 2017

Ik sluit graag aan bij bovenstaande collega's. Ik pleit graag voor latere inschrijvingen.
Daarnaast geven sommige lagere scholen zelf aan dat een (te) vroeg advies kan leiden tot demotivatie bij de leerling. Leerling denkt 'men heeft al gezegd dat ik toch best dat kan doen, ik ben er nu al klaar voor' OF 'men heeft toch al gezegd dat ik dat best niet kan niet, ik zal het niet kunnen, waarom nog proberen'. Beetje fatalistisch, alsof er niets meer te doen is voor de rest van het schooljaar, de 'beslissing' is toch al gevallen. Zonde.

Reageren
G

Gert

23 maart 2017

Zelf vind ik dat studiekeuzes op basis van de resultaten in de basisschool niet veel waard zijn. Meer vertrouwen heb ik in het oordeel van de leerkrachten. Waarom schrijf ik dit? Omdat ik zelf volledig verkeerd werd beoordeel door het toenmalige PMS, de vertegenwoordigers van deze centra vertelden (rond 1979) mijn ouders dat ik nooit een meer theoretische doorstroom richting aan zou kunnen en dat een snelle beroepsopleiding mijn beste optie zou zijn. Dit bleek algauw complete onzin, ik verzeilde in een technische school waar ik me dood verveelde en heel onhandig voor de dag kwam. Ik ben het jaar nadien naar een ASO richting overgeschakeld in een andere school, wat een verademing betekende, maar helaas was ook dit niet echt uitdagend. Later behaalde ik een graduaatsdiploma en nog later een GPB, bachelor en een master.

Reageren
G

Guy Mertens

19 december 2017

Ben het er als directeur basisschool helemaal mee eens dat de inschrijvingsdatum moet opgeschoven worden. Het probleem is nog te vaak dat basisscholen (directies?) er prat op gaan dat een groot percentage van de zesdeklassers nog kiezen voor ASO en in het bijzonder latijn. Ouders (en daarmee hun kinderen) trappen bij het maken van een keuze daar dan ook nog steeds in. Secundaire scholen zouden ook veel beter moeten screenen vooraleer ze jonge kinderen 'toelaten' tot om het even welke richting. Ik ijver al jaren voor een betere samenwerking tussen derde graad basis en eerste graad secundair onderwijs. En dit bereiken we niet alleen maar door een bezoek te brengen met onze zesdeklassers aan het secundair onderwijs. Dat is een mooi initiatief maar slechts een druppel op een hete plaat. Leerkrachten secundair verenigt u en maak werk van een goede begeleiding van onze kinderen in het basisonderwijs. Zak eens af naar onze basisscholen en maak gebruik van onze beperkte middelen om kinderen warm te maken, te motiveren, te sturen in de juiste (goede?) richting.

En ik weet dat mijn uitspraak me hoogstwaarschijnlijk kwalijk zal genomen worden. En ik besef ook dat mijn uitspraak niets te maken heeft met "de valkuilen bij studiebegeleiding".
Wat zijn zal, moet zijn. Wanneer stopt men nu eindelijk die onderwijsstrijd? Wanneer zal er nu eindelijk één onderwijsnet zijn? Dat al die verschillen precies ons onderwijsniveau omhoog krikken? Hmmm, bedenkelijk hoor. Het maakt wel dat op heel wat plaatsen de strijd niet meer om onderwijs gaat maar om leerlingen. Ah ja want leerlingen vertegenwoordigen geld.
Welke onderwijsminister steekt zijn nek uit om hier een eind aan te maken.

Reageren

Laat een reactie achter