Gepubliceerd op
Specialist

5 valkuilen bij studiekeuzebegeleiding


In het zesde leerjaar staan leerlingen voor een belangrijke keuze: welke studierichting past het best bij hen? Als leraar ben jij de ideale persoon om ze tijdens hun schoolloopbaan te begeleiden bij hun beslissing. Waar moet je op letten? Dr. Simon Boone (VUB) en prof. dr. Piet van Avermaet (UGent) wijzen op 5 valkuilen.

  1. Taalgebruik verraadt hiërarchisch denken

  2. Simon Boone: “Veel ouders, maar soms ook leraren, denken heel hiërarchisch over de onderwijsvormen en studierichtingen. Voor velen blijft Latijn het ijkpunt. Leerlingen zijn op 11- of 12-jarige leeftijd heel beïnvloedbaar en nemen dat hiërarchische denken onbewust over. ‘Slim zijn is Latijn aankunnen’, hoor je hen zeggen.”

    Piet Van Avermaet: “Ons taalgebruik werkt dat in de hand. Zinnen als: ‘Als je Latijn aankan, is Handel dan wel een goede keuze?’ zijn niet onschuldig. Ze hebben een enorme impact op de beeldvorming over onderwijs. Terwijl, als een leerling geïnteresseerd is in een bepaalde richting, dan is het al dan niet ‘aankunnen’ van een ‘hogere’ richting totaal irrelevant.”


    Een zin als: ‘Jij kan Latijn aan’ is niet onschuldig. Hij bevestigt een hiërarchie in studierichtingen.

    Prof. Piet Van Avermaet - UGent
  3. De waterval: “Je kan altijd nog zakken”

  4. Piet Van Avermaet: “Omdat de hiërarchische verhouding zo sterk meespeelt bij ouders, hebben ze de neiging om ‘hoog te mikken’ want ‘zakken is altijd mogelijk’. De bekende waterval. Maar ouders staan onvoldoende stil bij het effect daarvan op het zelfbeeld van een kind.”

    Simon Boone: “Beeld je in dat ze telkens zeggen: ‘Je kan dit niet, je moet naar een andere school’. Dat zijn elke keer faalervaringen voor het kind. Het verliest zijn netwerk en motivatie en bouwt geen zelfzeker zelfbeeld op. Dat kan zelfs een grote impact hebben op de band tussen ouders en kind.”

    Piet Van Avermaet: “We zien ook dat ouders en leerlingen uit kansarme milieus zichzelf vaak onderschatten en ‘te laag mikken’. Ze kiezen bij voorbaat voor een beroepsgerichte vorming, terwijl Latijn of Moderne misschien wel de juiste keuze is. Ook leraren trappen in die val. Onbewust schatten ze de mogelijkheden van kansarme leerlingen te laag in.”
     

  5. Informatie bereikt niet alle ouders

  6. Simon Boone: “Informatie over studiekeuze komt vaak enkel terecht bij ouders die het misschien niet echt nodig hebben: zij die een goed netwerk hebben en vaak al weten naar welke school hun kind kan. Ouders uit lagere socio-economische milieus hebben soms minder voeling met het onderwijs en een minder gemakkelijk contact met leraren. Het is belangrijk dat vooral zij genoeg informatie krijgen over opendeurdagen, het scholenaanbod en de keuzemogelijkheden. Daarom is het belangrijk om wederzijds vertrouwen te winnen bij de ouders. Zet in op een goede relatie tussen ouders en de school. Probeer ook de leerling te ondersteunen om het gesprek aan te gaan met zijn ouders. Bij kwetsbare ouders zijn kinderen vaak de belangrijkste bron van informatie.”
     

  7. Talent en interesse worden te weinig gemonitord

  8. Piet Van Avermaet: “Motivatie is een van de belangrijkste factoren om succesvol te zijn. Voor een juiste studiekeuze moet je net daarom kijken naar de talenten van een kind én naar wat het graag doet. Dat vergroot de kans dat een leerling onmiddellijk op de juiste plaats terechtkomt. Nog te vaak wordt er gekeken naar de prestaties voor 2 vakken: wiskunde en Nederlands. Als school monitor je het best de talenten en interesses gedurende de hele schoolcarrière van het kind, vanaf het eerste leerjaar dus. Op basis daarvan kan je een beter onderbouwd studiekeuze-advies geven.”
     

  9. Advies komt vaak te laat

  10. Simon Boone: “De inschrijfperiodes in secundaire scholen vallen vroeg. Start op tijd met de begeleiding in het keuzeproces. De centrale rol van de leraar is veel groter in de uiteindelijke keuze als de leraar tijdig en proactief advies geeft. Maak ouders in het vijfde leerjaar bewust dat de inschrijfperiodes in de secundaire scholen al vroeg starten. Bespreek de studiekeuze al bij het eerste oudercontact in het zesde leerjaar. Wacht niet tot ouders zelf advies vragen op het oudercontact. Heb je het gevoel dat je de leerlingen op dat moment nog niet voldoende kent? Toets je advies af bij je collega’s uit de lagere klassen.”
     

    Dr. Simon Boone en prof. dr. Piet Van Avermaet volgden ruim 3000 leerlingen op 36 scholen in Gent en Antwerpen en hun ouders op de voet bij hun studiekeuze in het kader van het Transbaso-onderzoek. Inspiratie om met het thema studie- en schoolkeuze aan de slag te gaan, vind je op pro.vanbasisnaarsecundair.be.

Nog geen abonnement op Klasse Magazine?

  • Krijg 4 dikke magazines voor maar € 10.
  • In december ontdek je hoe je conflicten kan aanpakken binnen je team.
  • Je Lerarenkaart 2019 valt gewoon in je brievenbus.

*Betaal vóór 25 oktober.
Rechthebbende abonnees krijgen dan zeker hun Lerarenkaart thuisbezorgd.