Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Jobcrafting met vakleraren in de basisschool  

  • 20 augustus 2026
  • 10 minuten lezen

GO! Basisschool De Telescoop in Laken creëert jobs op maat. Ze kiest voor vakleraren in de basisschool en houdt rekening met talenten en uitdagingen. Directeur Rob Huijghe: “We schrappen de stukken die leraren minder graag geven uit hun takenpakket.”

Freinetschool De Telescoop in Laken staat op een scharnierpunt. Na 2 negatieve doorlichtingen lijkt sluiten de enige uitkomst. De school bivakkeert tijdelijk in krappe containers, ouders halen hun kinderen weg en leraren zoeken naar lesopdrachten in de buurt. Maar Rob gaat tegen de stroom in. Hij solliciteert voor de job van directeur.

“Een vriendin die zorgcoördinator is in de scholengroep, speelde me de vacature door. Waar anderen het afvoerputje ruiken, zie ik een kans om te vertrekken van een wit blad. Hier kon dat: een kleine school met een simpele structuur, ontegensprekelijke tekorten en de wetenschap dat wanneer iets al jaren in de soep draait, doorzetten op dezelfde manier zinloos is.”

Directeur Rob Huijghe over vakleraren in de basisschool
Rob Huijghe, directeur: “Collega’s die zich mogen focussen op materie die ze écht boeit, vinden zo hun job minder belastend.”

Stroeve wiskunde

Hoe anders staat De Telescoop er vandaag voor. De school zet zichzelf niet langer als ‘freinet’ in de markt omdat ze 1 methode niet toereikend vindt voor haar leerlingen. Data en wetenschappelijke inzichten drijven haar werking aan. Met succes: de leescijfers stijgen spectaculair, het leerlingenaantal klimt. De school vond een vaste verblijfplaats aan de rand van het Koninklijk Domein. Een neoclassicistisch herenhuis werd verzoend met nieuwbouw. Het leverde de architect in 2023 een prijs op voor beste grote ingreep in Brussel.

Maar de grootste ingreep op de schoolwerking? Die zit in de personeelsaanpak. Directeur Rob valt met de deur in huis: “We begonnen klassiek: elke leraar een eigen klas. In het tweede leerjaar stond een taalmens. Top voor spelling en lezen, maar de lessen wiskunde liepen stroef. Maandenlange coaching leverde weinig op. Toen ging het licht aan. Waarom verwachten we van een leraar in het basisonderwijs effectieve lessen voor alle vakken én op Moederdag een verbluffend cadeau? Kan dat wel?”

De expertise van vakleraren

“Ik verwijs met een boutade graag naar musicalartiesten”, lacht Rob. “Die zijn overal goed in, maar niet de absolute uitblinkers in zang, dans of acteerwerk. Dat riskeren we ook als leraren alles moeten geven. Diep vanbinnen weten we dat. Sport schuiven we al lang door naar specialisten. Omdat we beseffen dat niet elke leraar trefzeker basketballen in de ring gooit. Maar wat met de didactische en inhoudelijke verschillen tussen wiskunde en Nederlands? Ook de lerarenopleiding is nog op die allrounder-leest geschoeid.”

“De school proberen we terecht aan te passen aan de noden van onze leerlingen. Maar waarom doen we dat niet voor onze leraren? Die verdienen ook maatwerk. Daarom stapten we over van klasleraren naar vakleraren in de basisschool. Collega’s mogen zich focussen op materie die ze écht boeit. Daardoor boeken ze meer leerwinst en vinden ze hun job minder belastend. Ook al werken ze even hard.”

“Denk aan de leraar uit het zesde leerjaar die zich onzeker voelt voor Frans. ’s Avonds zwoegt die lang op een lesvoorbereiding, ’s anderendaags volgt een middelmatige les – hopelijk komt de directeur niet observeren – en de volgende avond sleept die zich weer naar zijn bureau. Waarmee zijn we dan bezig?”

Leraar Hanne Lingier over vakleraren in de basisschool
Hanne Lingier, leraar: “De eerste maanden mocht ik dubbel lopen met een ervaren collega die hulpmiddelen stap voor stap afbouwde.”

Te zweverig?

Leraar Hanne Lingier draait intussen al een paar jaar mee in De Telescoop. Ze koos na het secundair onderwijs voor een opleiding architectuur, maar werd niet betoverd door die baan. Dus volgde ze de lerarenopleiding en gaf ze 5 jaar les in een OKAN-school. Daarvoor zat ze dagelijks urenlang op de trein.

“Brussel, kleine school, specifieke focus op wetenschappen en wiskunde: de vacature in De Telescoop bood veel lekkers voor me. En dat ik mijn reistijd decimeerde – slechts 20 minuten fietsen, ideaal om uit te waaien – compenseerde voor mij het loonverlies. Toch zat ik met enkele twijfels. Naar het basisonderwijs, weet ik dat wel zeker? En een methodeschool, is dat niet te zweverig?”

“Een gesprek met de directeur overtuigde me. En het feit dat ik goed omringd zou worden. Niet zoek-het-zelf-uit, maar een sterke vakgroep om inhoudelijk af te spreken en samen klasdynamieken aan te pakken. Niet de verwachting dat alles vanaf de eerste dag goed loopt, maar de luxe om een half jaar dubbel te lopen met een ervaren collega. Eerst gaf zij de les, daarna bouwde ze hulpmiddelen af. We bereidden lessen nog samen voor, maar ik kreeg het stuur. Dat deed me groeien.”

“Klasmanagement was voor mij een werkpunt. Van mijn OKAN-leerlingen kon ik perfect inschatten wat ze aankunnen. Maar mag ik aan kinderen van het derde leerjaar 20 minuten diepe focus vragen, ze vervolgens even lossen en daarna opnieuw naar de hoogste versnelling schakelen? En hoe vaak moet ik afspraken en regels herhalen voor ze blijven kleven? Dat leerde ik met vallen en opstaan.”

“Als leraar kan je hier echt aangeven wat je nodig hebt: van ondersteuning tot een aanpassing in je opdracht. Een collega switchte sterk begeleid van sport naar wiskunde omdat hij de decibels in de turnzaal steeds moeilijker verteerde en meer structuur zocht. En ik klopte bij de directeur aan vanuit een andere nood. Mijn zoon schuift stilaan op naar het derde leerjaar. Dat schooljaar sta ik liever minder in de klas. Geen punt voor Rob en het team: we zoeken samen oplossingen.”

Ankerpunt

Hanne ziet veel voordelen aan het systeem van vakleraren in de basisschool. Hyperfocus op leerstof waar ze zelf enthousiast van wordt, collega’s die sterk samenwerken en een rijk perspectief op leerlingen als je over hun toekomst moet beslissen. Toch valt het haar op dat stagiairs die komen observeren bijna allemaal luidop dromen van hun eigen klas.

Die reflex verrast Rob niet. “De klas loslaten is niet makkelijk. Een ervaren collega vertrok toen we overschakelden naar vakleraren in de basisschool. Bang dat ze niet dezelfde sterke band kan opbouwen met de kinderen. Ook de inspectie vroeg zich voorzichtig af of onze leerlingen geen ankerpunt missen.”

“Wij zien het anders. Je zal maar het kind zijn dat niet connecteert met die ene klasleraar. Hier vinden leerlingen tussen 4 vertrouwde leraren die lesgeven in hun leerjaar allemaal een volwassene met wie het klikt. En geen enkele leraar staat 10 maanden lang elke lesuur voor de onrustigste klas van de school. Dat geeft collega’s zuurstof.”

Directeur Rob en vakleraar Eline en Hanne
Rob Huijghe, directeur: “Vakleraren hebben geen schrik van werkpunten. De oplossing ligt immers in hun zone van naaste ontwikkeling.”

Geen breuklijnen

Rob: “Wie voltijds werkt, geeft een vak in een bepaalde graad en neemt wat uren zorg in de voorafgaande graad, dat is ons basisprincipe. En er is overleg binnen graadteams en vakgroepen. Zo stroomlijnen we onze getrapte werking voor onze leerlingen bij taal en wiskunde. Wie de maaltafels in het derde leerjaar niet helemaal mee heeft, sluit 3 weken aan in het tweede leerjaar. Een klasgenoot die excelleert in meetkunde, volgt 3 weken mee in het vierde leerjaar. Op die manier zit zorg in onze klaswerking.”

“Sofie bijvoorbeeld leert kinderen in het eerste en tweede leerjaar lezen en schrijven. Maar ze komt voor taalverwerving ook enkele uren in de kleuterklassen. Zo verzacht ze de breuklijn tussen kleuter- en lager onderwijs. Ze ziet kinderen 4 jaar en weet wat elke leerling nodig heeft. Omgekeerd kennen kinderen haar routines. Ze verliezen geen tijd of bandbreedte aan vragen als ‘slijp ik eerst mijn potlood of haal ik mijn boek boven?’”

“Onze keuze voor vakleraren in de basisschool heeft praktische consequenties. Collega’s pendelen tussen lokalen en werken net als in het secundair onderwijs met lessen van 50 minuten. Dat vonden sommige leraren in de eerste maanden lastig. Mag mijn les niet meer uitlopen? Nee dus. Maar iedereen kreeg tijd om daaraan te wennen. En we werken met een vervangrooster. Ziekt een collega thuis uit na een griepaanval, dan nemen vakcollega’s uren over. Leerlingen belanden nauwelijks in de studie.”

Verbeterplannen

Het mooiste neveneffect van de ommezwaai? Dat wie zich terugplooit op één vak de school niet uit het oog verliest. Rob verklaart: “Iedereen voelt zich binnen zijn vak verantwoordelijk voor de groei van élke leerling. Zonder alle details te kennen, weet iedereen hoe kinderen het in andere vakken doen. Pas sinds een recente nascholing kan ik de term kleven op dat vertrouwen in ons kunnen dat de voorbije jaren groeide in onze school: collective teacher efficacy.”

“Een praktisch voorbeeld: de Vlaamse toetsen wijzen in veel scholen vraagstukken aan als zorgenkind. Ook bij ons lag er op dat wiskundeonderdeel werk op de plank. ‘Het ligt niet aan mij, mijn jaarplan is mooi afgerond’: die menselijke reflex hoor je hier niet. Werkpunten boezemen onze vakleraren geen angst in. De oplossing ligt immers in hun zone van naaste ontwikkeling.”

“In geen tijd startte de vakgroep een professionele dialoog op rond data, hakte ze knopen door en verstevigde ze de verticale leerlijn. Een team dat bijleren ziet als een groeikans en van sterke resultaten een erezaak maakt, is een zegen voor je onderwijskwaliteit.”

Leraar Eline Hendrickx over vakleraren in de basisschool
Eline Hendrickx, leraar: “Wiskunde kan ik niet met dezelfde overgave geven als taal, zelfs met alle ruimte en tijd om me te verdiepen.”

Problemen bij de wortel

Dat de school geen klasleraren maar experten in een vakdiscipline zoekt, maakt ze duidelijk in haar vacatures. Leraar Eline Hendrickx kroop vorig jaar in haar pen voor de functie taalzorg. Zij gaf jarenlang Nederlands in het zevende jaar arbeidsmarktgerichte finaliteit.

“Ik verloor mijn hart aan Brussel, wil er wonen én werken. Maar exact hetzelfde doen als in Gent? Dan kon ik beter blijven, want ik was graag in die school. Taalnoden bij de wortel aanpakken in een basisschool, daar lag voor mij een mooie uitdaging. Zeker omdat ik logopedie bijstudeerde.” 

“De vraag naar leraren is groot in Brussel. Maar ik zag mezelf vooral als zorgcoördinator omdat ik niet geschoold ben als klasleraar in het lager onderwijs. Ik weet van mezelf: wiskunde kan ik niet met dezelfde overgave geven als taal. Zelfs al krijg ik alle ruimte en tijd om me in meetkunde en getallenleer te verdiepen, leerlingen blijven voelen dat mijn passie daar niet ligt.”

“Uiteindelijk stuurde ik maar één sollicitatiebrief: zorgleraar Nederlands in De Telescoop. Tijdens het gesprek besefte ik dat de school zorg in haar klaswerking integreert. En dat de opdracht als vakleraar inhoudt dat ik lesgeven in de derde graad combineer met enkele uren taalzorg in de tweede graad. Het perfecte plaatje, want ik kan de klas niet missen.”

“Dat de school modellen als zelfregulerend leren en EDI centraal in haar werking plaatst, ligt me. Zeker omdat collega’s in de voorgaande graden leerlingen daarin stapsgewijs meenemen. En mijn taalbagage kan ik hier ook kwijt. Mijn zoektocht lag elders: voorkennis inschatten, het juiste schrijftempo vinden, niet te snel parafraseren. Maar na een aantal maanden en met tips van collega’s vang ik dat intussen op.”

Talenten en energie waar je niets mee doet, dat is onvergeeflijk

Rob Huijghe
directeur

Witte merels

“Onze vacatures raken een snaar”, vertelt Rob. “Tussen de reacties zitten witte merels. Ervaren leraren die vanuit het secundair overstappen, afgestudeerde studenten met een diepe voorliefde voor een vak en zij-instromers uit allerlei sectoren. Zoals een Amerikaans-Italiaanse musicoloog en een acteur die muzische vorming geven.”

“Hun lessen openen de wereld voor onze leerlingen. Met als kers op de taart een herwerking van Romeo en Julia in een Brusselse context. Professionaliteit en verbeelding tot in de details. Een boom op scène? Daarvoor gebruiken we geen geverfd stuk karton, maar een abstracte lamp.”

“We willen een team uitbouwen met competente, gedreven leraren die elkaar aanvullen. Want sterk onderwijs vraagt sterke leraren die discussiëren over de kern. En een goeie mix aan talenten, achtergrond en ervaring tilt iedereen omhoog. Dan ziet een zij-instromer frisse kansen voor uitstappen en voegt een collega met een opleiding tot leraar in het basisonderwijs daar een extra laag doelgerichtheid aan toe. Of maakt die laatste van een prima evaluatie-idee een valide toets.”

Zweet in de zomer

Volgend jaar bijt de school zich vast in de minimumdoelen. Rob schetst hoe het team dat aanpakt: “Onze vakgroepen schalen hun vergaderritme op van 1 naar 2 per maand. We pakken alle vakdisciplines aan. Als ik 4 leraren samenbreng, zit de volledige verticale lijn wiskunde bij elkaar. Hetzelfde geldt voor de andere vakken. Daardoor rollen veranderingen snel door onze school. Maar onze mensen mogen natuurlijk aangeven als de voet van het gaspedaal moet. Niet elke dag kan aan 100%. Aan mij om het team heelhuids door veranderingen mee te nemen.”

“Ik probeer heel hard te luisteren naar wat mensen nodig hebben, wat ze zien zitten. Ook bij hun opdrachten. Want talenten en energie waar je niets mee doet, dat is onvergeeflijk. Zalig als onze zwemjuf een paar uur taal wil geven of een collega uit de derde graad met prentenboeken wil werken bij kleuters. Niet alles lukt en soms weegt de schoolnood zwaarder door, maar voor vragen om een functie aan te passen zweet ik in de zomer graag wat langer op de opdrachtenpuzzel.”

Bart De Wilde

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter