Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Antipestbeleid in het secundair: van schok naar systeem

  • 6 oktober 2026
  • 8 minuten lezen

Knielen, klappen, vernedering. In 2021 gaan harde beelden viraal van een leerling die zwaar gepest werd. Adjunct-directeur Sara en leraar Eveline vertellen hoe het incident hun antipestbeleid voor hun secundaire school veranderde.

Sara Haling, adjunct-directeur Hasp’O Centrum: “Vlak voor de kerstvakantie kregen we een schokkende mail binnen die alles even stilzette. In de bijlage: beelden van een leerling die – op een moment dat er even geen toezicht was in de kleedkamer – op zijn knieën de schoenen van een klasgenoot poetst. Wanneer hij weigert, volgen er klappen. De screenshots kwamen van een meisje dat de pesterijen op sociale media had zien circuleren. ‘Dit gebeurt op jullie school.’ Slik.” 

Eveline Kevers, leraar Maatschappelijke Vorming: “Wat voor mij zo hard binnenkwam: ik gaf les aan die klas en had in de les nooit iets opgemerkt. Integendeel: de 2 leerlingen die pestten stonden bij ons bekend als hulpvaardig en betrokken. In mijn lessen werkte die groep samen, zonder zichtbare conflicten.”

“Hoe kon dit gebeuren? En nog schrijnender: andere leerlingen keken toe. Zoiets ernstigs, zoveel omstaanders en niemand die iets komt zeggen. Dat gevoel van falen zat er bij mij en bij veel collega’s diep in.” 

Adjunct-directeur Hasp’O Centrum Sara Haling over hun antipestbeleid
Sara Haling, adjunct-directeur Hasp’O Centrum: “Veiligheid kan je niet individueel dragen. Dat vraagt een gedeelde visie en een antipestbeleid.”

Crisismanagement

Sara: “Diezelfde ochtend nog zat ik samen met enkele leraren en het zorgteam. Kort schakelen: wat speelt hier en welke stappen zetten we? Samen met de zorgcoördinator nam ik het slachtoffer apart. Eerst minimaliseerde hij het voorval — het viel allemaal wel mee. Tot we de beelden toonden. Dan viel het masker. Hij wist niet eens dat de pesterijen gefilmd waren, laat staan gedeeld. Vanaf dat moment kantelde zijn houding: het echte verhaal kwam naar boven.”

“Gezien de ernst van de feiten hebben we daarna meteen het sanctionerende luik opgestart. Tijdens de gesprekken met de 2 daders uit het filmpje kregen we zicht op de onderliggende dynamiek.”

“De ene leerling toonde weinig schuldbesef en probeerde zijn gedrag te rechtvaardigen, de andere gaf aan dat hij zich had laten meeslepen en toonde spijt. Ook hun ouders werden opgeroepen. Hun reactie was bijzonder heftig: schaamte, gepaard met boosheid en ongeloof.”

Eveline: “Onder begeleiding van het CLB gingen we daarna met de klasgroep in gesprek. Ook daar werd duidelijk wat er onder de oppervlakte speelde. Eén dominante leerling, een medestander. De rest keek toe en zweeg, uit angst om zelf in het vizier te komen. Achteraf knaagde het bij iedereen: we hadden moeten ingrijpen.”

Sara: “De klassenraad kwam samen en er werd een tuchtprocedure opgestart. Vanaf dan bleef het niet meer binnen de klas. De politie kwam langs, de beelden doken op in de lokale pers en haalden ’s avonds zelfs het nationale nieuws. Verschillende leerlingen kregen reacties van buitenaf. Soms pure dreigementen, omdat ze dit zomaar hadden laten gebeuren.”

“Om rust te brengen werden de 2 daders eerst geschorst. Uiteindelijk werden ze definitief uitgesloten. Maar de echte impact? Die zat dieper. Die voelde je in elke klas, ook in de leraarskamer.”

“Zo’n incident kruipt onder de huid van de hele werking. Daarom hebben we als team bewust de tijd genomen om onze emoties samen een plaats te geven en vooruit te blikken. Wat leren we hieruit? Al snel werd duidelijk: veiligheid kan je niet individueel dragen. Dat vraagt een gedeelde visie, antipestbeleid met duidelijke afspraken. En een team dat samen dezelfde grenzen bewaakt.”

Stad tegen pesten

Eveline: “Het zilveren randje aan het incident? Dat voorval zette ook iets in gang in de stad. Sint-Truiden heeft het thema pesten echt hoog op de maatschappelijke agenda gezet, met een structureel traject voor alle scholen.”

Pesten aanpakken doe je samen

Jeroen Cops, flankerend onderwijsmedewerker stad Sint-Truiden: “In 2022 kregen alle Truiense scholen de kans om in een langdurig antipesttraject te stappen. Geen losse flodders, maar wetenschappelijk onderbouwde programma’s op maat van elk onderwijsniveau. Lagere scholen gingen aan de slag met het Finse antipestprogramma KiVa. Secundaire scholen op zoek naar een antipestbeleid doorliepen een 2-jarig STIPP-traject.”

“Pesten is een complex maatschappelijk probleem. Het speelt zich niet alleen af op school, maar ook online en in de vrije tijd. Daarom betrokken we ook sportclubs, jeugdbewegingen en andere organisaties. Ons gezamenlijke doel? Ervoor zorgen dat kinderen en jongeren zich overal in Sint-Truiden ondersteund en veilig voelen. Want daarvoor heb je de hele gemeenschap nodig.” 

Eveline: “Intern hebben we een stuurgroep opgericht met vertegenwoordigers uit alle geledingen: leraren, directie, zorgteam en opvoeders. Zo krijg je verschillende blikken samen. Een jaar lang hebben we ons verdiept in hoe pesten werkt, wat eronder zit en hoe andere scholen ermee omgaan. Die inzichten hebben we daarna vertaald naar onze eigen praktijk.”

Sara: “In het 2e jaar van ons traject hebben we die kennis gedeeld met het hele team. Niet top-down, maar in dialoog. Tijdens studiedagen en overlegmomenten kon iedereen meedenken en bijsturen. Zo groeide het van een werkgroep naar een gedeeld engagement.”

leraar Maatschappelijke Vorming Eveline Kevers over hun antipestbeleid
Eveline Kevers, leraar Maatschappelijke Vorming: “Melden omstaanders ons iets? Dan proberen we hen uit die passieve rol te halen en hun stem te gebruiken.”

Van papier naar praktijk

Eveline: “Een eerste belangrijk inzicht: een hechte klasgroep is niet alleen een kwestie van geluk. Als leraar heb je veel impact op hoe een nieuwe groep zich vormt. Daarom zetten we vandaag bewuster in op verbinding. In september trekken we meteen met onze 3e-jaars op 2-daagse. Tijdens informele kennismakingsactiviteiten houden we onze ogen open: wie vindt aansluiting, wie blijft op de achtergrond?”

“Die inzichten neem ik mee naar de klas. Via wisselende groepsopdrachten doorbreken we vaste kliekjes. En met lessen rond identiteit en talent ontdekken leerlingen zichzelf én elkaar. Een vaste opdracht: geef elkaar een oprecht compliment. Dat klinkt misschien klein, maar positieve feedback werkt écht.”

Sara: “Een andere belangrijke les: signalen moeten sneller boven water komen. Daarom maken klasleraren hun rol als aanspreekpunt tijdens de gouden weken expliciet. Ze zeggen dat ook: ik ben er niet alleen voor je punten, maar ook voor hoe het met je gaat. Is er iets? Dan sta ik voor je klaar. En als die stap toch te groot is, zijn er alternatieven. Een briefje deponeren in de postbus van het zorgteam, bijvoorbeeld. Of de meldknop op Smartschool gebruiken.”

Eveline: “Wat leerlingen vooral misten, was duidelijkheid. Wat gebeurt er met mijn melding? Wie ziet dat? Welke stappen volgen er? En kan dat anoniem? Daarom maken we dat nu heel concreet in ons antipestbeleid voor onze secundaire school. Die transparantie verlaagt de drempel.”

Een hechte klas is niet alleen een kwestie van geluk: als leraar heb je impact op hoe de groep zich vormt.

Eveline Kevers
leraar Maatschappelijke Vorming

Sara: “In de opvolging vertrekken we altijd vanuit de gepeste leerling zelf. Klopt het wat we horen? Wat wil jij dat we doen? Wie mogen we betrekken? We geven hen de regie in handen — essentieel om vertrouwen op te bouwen.”

Eveline: “Melden omstaanders ons iets? Dan proberen we hen uit die passieve rol te halen en hun stem te gebruiken. Hoe zeg je dat iets niet oké is? Hoe kom je voor iemand op? Moeilijke gesprekken leren voeren: ook voor leerlingen zijn dat vaardigheden voor het leven.”

Sara: “Verder proberen we slachtoffer en dader nu ook in een vroeg stadium samen rond de tafel te krijgen. We hebben daar zelfs een vaste plek voor, vlak bij het zorglokaal. Het sterke daaraan: de pester ziet de impact van zijn gedrag rechtstreeks — het verdriet, de frustratie. Dat brengt meer inzicht dan wanneer wij dat als volwassenen uitleggen.”

Eveline: “We wachten ook niet meer tot er iets misloopt. In het eerste trimester plannen we voor elke leerling standaard een individueel gesprek tijdens een leerlingcontact. Officieel vertrekken die vanuit de schoolresultaten, maar al snel gaat het over hoe leerlingen zich voelen, thuis én op school. Vooraf geven ze zichzelf een score op 10.”

“Zo’n cijfer is voor mij een ingang om door te vragen. Waarom geef je jezelf een 5? Wat speelt er? Meestal hoor ik snel wat er scheef zit. En als een leerling niets wil zeggen, laat ik weten dat ik beschikbaar blijf. In mijn agenda zet ik een reminder om later zelf opnieuw aan te kloppen.”

Leerlingen in groep op school
Sara Haling, adjunct-directeur Hasp’O Centrum: “De intervisiemomenten met andere Truiense scholen zijn een grote meerwaarde: we zitten daar samen in een lerend netwerk:”

Stippen en uniformen

Sara: “4 stippen op je hand als statement tegen pesten? Vroeger dachten we dat zo’n acties misschien wat te kinderlijk waren voor oudere leerlingen. Nu zien we dat anders: hoe vaker je de boodschap benoemt, hoe sterker die binnenkomt. Zolang het niet oppervlakkig blijft. De STIP IT-actie is voor ons een goede aanleiding om opnieuw te overlopen welke interne en externe hulplijnen er zijn.”

Eveline: “In het vak MAVO gaan we nog wat dieper. Met materiaal van ED TV werken we rond de verschillende rollen bij pesten. Cyberpesten, respectvol communiceren en netiquette komen ook elk jaar terug. We gaan er nooit van uit dat leerlingen dat ‘wel al weten’.”

“Ook het jaarlijkse bezoek van de lokale politie maakt altijd indruk. Als leraar kan je uitleggen dat intieme beelden doorsturen strafbaar is. Maar wanneer een agent in uniform vertelt wat de juridische gevolgen van sexting of cyberpesten zijn, luisteren leerlingen anders. Dan beseffen ze dat ‘het was maar om te lachen’ geen overtuigend excuus is tijdens een verhoor.” 

Opsteker

Sara: “Wat we vooral geleerd hebben uit ons traject? Dat je pesten breed moet aanpakken. Niet alleen reageren als het misgaat, maar ook investeren in preventie, in sensibilisering en in verbinding. Dat vraagt een gezamenlijke inspanning van het hele team. Maar vandaag voelen we ons beter gewapend. Al blijven we realistisch: een pestvrije school bestaat niet. Daarvoor is pesten te complex, te veranderlijk.”

“De intervisiemomenten met andere Truiense scholen zijn voor mij ook telkens een grote meerwaarde. We zitten daar samen in een lerend netwerk: we bespreken concrete casussen, delen ervaringen en zoeken samen naar oplossingen. Je voelt hoe sterk het is om van elkaar te leren.”

Eveline: “Een opsteker om structureel werk te maken van een sterker antipestbeleid in het secundair? De leerling van wie die filmpjes circuleerden koos uiteindelijk voor een andere richting, maar wou absoluut bij ons op school blijven. Dat vertrouwen sprak hij snel uit, en dat betekende veel voor ons. Zijn herstel vroeg uiteraard tijd: gesprekken, nabijheid, regelmatig contact met de ouders.”

Sara: “Soms ook moeilijke momenten: op een bepaald moment begon hij zelf ook grenzen te overschrijden — iets wat wel vaker voorkomt bij leerlingen die eerst slachtoffer waren. Maar stap voor stap vond hij zijn plek terug. Dat is ook wat onze school wil zijn: een veilige plek waar elke leerling kan blijven groeien.”

Simon Verbist

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter