Verhaal Gepubliceerd op

Directeur Hilde: “Ik hoef niet alles te controleren”

3 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Als directeur van Leefschool De Oogappel in Gent stond Hilde Struyvelt al van bij het begin tussen haar team, maar toch had ze het gevoel in haar eentje bergen te moeten verzetten. De controle loslaten en samen moeilijke vraagstukken tackelen, leerde ze gaandeweg. Stilaan vervelde ze tot een cocreatief leider.

Een directeur is een arend

“Toen ik pas afgestudeerd was, kwam ik op een school terecht waar de directeur fel controleerde. Als zij op klasbezoek kwam, stond ik te daveren op mijn benen. Ik voelde mij niet gezien als mens in mijn job. Mijn tweede school was het andere uiterste, met een directeur die wel de vele administratieve taken vervulde, maar niet als leider functioneerde. Zij was lid van het team en alles werd samen beslist.

Tijdens mijn eigen eerste jaren als directeur had ik het moeilijk en wilde ik terug naar de klas. Ik vond geen klankbord en verzette in mijn eentje bergen werk. Ik vroeg me af: kan en wil ik dat soort directeur zijn? Want je maakt het voor jezelf zo eenzaam als je wil.

Ik volgde een coachopleiding en een vorming ‘leiden en begeleiden’. Zo besefte ik dat je door ieders kwaliteiten te gebruiken, samen school kan maken. Dat betekent niet dat ik alles uit handen geef. Gedeeld leiderschap is niet: ‘trek je plan’. Je blijft eindverantwoordelijke en je blijft mensen en processen aansturen. Je bent als een arend die boven de school vliegt: je hebt het overzicht én laat je meevoeren door de vele talenten.”

Hilde Struyve

Hilde Struyvelt – directeur: Op zich zijn alle leraren ‘leidertjes’ in hun klas, dus waarom zouden ze dat niet op schoolniveau kunnen?

Van wie is het aapje?

Cocreatief leiderschap is niet alleen een rol voor de directeur. Ook leraren zijn capabel om een leiderschapsrol op te nemen. Op zich zijn dat allemaal ‘leidertjes’ in hun eigen klas, dus waarom zouden ze dat niet op schoolniveau kunnen? Het gaat dan niet alleen om vergaderingen leiden, maar ook een een creatief project trekken of een praktische organisatie op zich nemen. Ik heb heel veel straffe mensen in mijn team. Ik zou daar bang van kunnen zijn, maar de kunst is net om er gebruik van te maken. Dat betekent de controle durven los te laten.

En ook: vertrouwen én verantwoordelijkheid geven. De aapjes die ze op je schouder komen zetten, durven teruggeven. Als 2 collega’s een conflict hebben, dat niet per se zelf meteen willen oplossen. Maar wel vragen: ‘Ga je eerst met elkaar even het gesprek aan?’ Je zou ervan versteld staan hoe bereid mensen zijn om het zelf te proberen. Als je ze die kans maar geeft.

Ben ik bang dat ze mij incompetent zullen vinden als ik niet zelf alle oplossingen aanreik? Ach, ik vind mezelf soms ook best incompetent. En daar heb ik vrede mee. Ik hoef als directeur geen supermens te zijn. Ik kijk bewust naar de talenten in mijn team en leer daar zo veel van bij. Dat is een reflex die ik mezelf eigen heb gemaakt.”

Trager proces, groter effect

“Cocreatie is ook een methodiek. Tweewekelijks hebben we een teamvergadering. We bereiden die met enkele collega’s voor, maar met input van het hele team. We zijn dus samen verantwoordelijk voor de agenda. Praktische afspraken horen daar niet op thuis, wel concrete cases uit de klas. Nadat ik de vergadering heb geopend gaan we daarmee in groepjes aan de slag, maar we tillen zo’n case wel naar een hoger niveau: welke complexe uitdaging zit hierachter? Dat gaat trager, maar het effect is groter.

Zo was er onlangs een conflict waarbij een ouder had staan schreeuwen tegen een leraar in de klas. Samen met de betrokken leraar besliste ik dat op de teamvergadering te brengen. De vraag wordt dan: ‘Hoe gaan we om met moeilijke ouders en hoe vermijden we zulke incidenten in de toekomst? Misschien komt het team wel tot de conclusie: ouders komen voortaan niet meer tot in de klas. Dat raakt aan de visie van de school. Maar als dat een gedragen keuze is, dan gaan we daar voluit voor.

Bijkomend voordeel als je op die manier werkt: je stapt naar buiten met concrete, gedragen en duurzame voorstellen en oplossingen. Vroeger zeiden leraren wel eens: ‘waarom moeten we nu weer vergaderen?’ Nu zijn ze actief betrokken en ontmoeten ze elkaar intens. Alleen zo ervaar je vergaderen als zinvol.”


Ik heb heel veel straffe mensen in mijn team. Ik zou daar bang van kunnen zijn, maar de kunst is net om er gebruik van te maken.

Hilde Struyvelt - directeur

‘In mijn team gaat dan niet’

Sommige collega’s zeggen: ‘Laat mij maar in mijn klas werken’. Of willen liever iemand die gewoon zegt wat ze moeten doen. Het is moeilijk om niet te hard te focussen op die weerstand, maar die heb je in elk team. Je moet die ook even aandacht geven, want dat kan juist dingen in beweging zetten. Maar als het aanhoudt, moet je verder met degenen die wel mee willen. En dat is echt de grootste groep. Bij hen voel je die wisselwerking: doordat ik betrokkenheid verwacht en vertrouwen geef, eisen ze die ook op. Een directeur die zegt: ‘met mijn team gaat dat niet’, geloof ik dus niet. Als je het stapsgewijs aanpakt, kan het.

Meer nog: het is als directeur je verdomde plicht om je leraren te betrekken bij je organisatie, ook al ligt dat niet meteen in je aard. Het is je ego opzij zetten. Ik ben diep vanbinnen ook een leiderstype, hoor. En ik merk dat iedereen mij ook blijft zien als ‘de directeur’, al sta ik continu tussen de kinderen, de ouders en de leraren. Je raakt je respect en gezag dus niet kwijt door je leiderschap te delen. Integendeel: het is net sterk om je kwetsbaar op te stellen.”

Meer dan inspraak

“We hebben nog een weg te gaan. Zo hadden we met enkele collega’s een pedagogische studiedag rond rekenen georganiseerd voor het hele team. De kleuterafdeling voelde zich daarbij wat uit de boot vallen. Dat proces hadden we meer cocreatief kunnen aanpakken, door bijvoorbeeld in een brainstorm iedereen actief te betrekken.

En dat gaat verder dan mensen inspraak geven en dan toch je eigen mening doordrijven. Je neemt de totale mens mee op in je organisatie. Op die manier kunnen mensen ook groeien. Jij als directeur coacht en ondersteunt hen daarin. Net zoals leraren dat ook bij leerlingen doen.”