Gepubliceerd op
Specialist

Klasmanagement: “Leerlingen willen leraar met een X-factor”

“Ik ken klassen waar na 2  uur lesgeven het zweet op je rug staat. Maar als je het vertrouwen van de leerlingen wint, doen ze alles voor jou.” Hoe maak je die klik met de klas? Klasse vroeg het aan hoogleraar Elke Struyf (Universiteit Antwerpen) en directeur Wim Danschutter (OLVI Gent).

hoogleraar Elke Struyf en directeur Wim Danschutter over klasmanagement

Wat verstaan jullie onder klasmanagement?

Elke Struyf: “Een leeromgeving creëren waarin onderwijzen en leren mogelijk wordt. Hoe je dat precies doet, valt niet in één zinnetje uit te leggen. Klasmanagement is een complex kluwen waarin veel factoren op elkaar inspelen, zoals organisatie en communicatie. Leraren associëren klasmanagement vaak met orde houden, maar het is meer. Voor mij heeft het nog het meest te maken met de sfeer in de klas. Met verbinding en betrokkenheid.”

Wim Danschutter: “Veel problemen in de klas ontstaan doordat iedereen anders naar de werkelijkheid kijkt. De meeste leraren komen uit de Vlaamse middenklasse. Maar in onze superdiverse samenleving dragen veel leerlingen een andere bril. Dat geeft ‘ruis’ op de communicatie. Een leraar die ervan uitgaat dat iedereen weet dat je een agenda meebrengt en een hand opsteekt als je iets wil vragen, raakt gefrustreerd als leerlingen dat niet spontaan doen. Terwijl zij niet begrijpen waar zijn frustratie vandaan komt.”

“Daarom is het belangrijk dat je je verwachtingen meteen expliciteert. En daar consequent naar handelt. Wil je dat leerlingen hun hand opsteken voor ze antwoorden? Maak dan iedere leerling die roept daarop attent. Zelf hield ik dat maandenlang vol.”
 

Verbinding creëren kan ook door streng te zijn?

Elke Struyf: “Vraag je leerlingen wie zij goede leraren vinden, dan noemen ze degenen die om hen bekommerd zijn, maar ook veel van hen eisen. Zowel qua discipline als leerprestaties. Ik ken leraren die aan het begin van het schooljaar polsen wat hun leerlingen nodig hebben om goed les te volgen. Een van de topantwoorden is dan: ‘Rust in de klas’. Wanneer leerlingen dat zelf aangeven, sta je sterk. Telkens als ze te luid gaan, verwijs je naar de gemaakte afspraak en eis je rust.”

Wim Danschutter: “Op OLVI hebben we 91% GOK-leerlingen. Zij hebben een leraar nodig die in hen gelooft, want thuis krijgen ze die steun niet altijd. Overtuig je hen ervan dat ze over de lat kunnen, en dat je dat écht meent, dan gaan ze er stuk voor stuk over. Allemaal.”
 

Waarop moet je dan inzetten: straffen of belonen?

Elke Struyf: “Als je voortdurend aandacht schenkt aan wat misgaat, raak je in een negatieve spiraal. Terwijl leerlingen juist nood hebben aan positieve bevestiging. Het is veel effectiever om consequent aandacht te schenken aan wat wél goed gaat, dan om wat niet goed gaat te bestraffen.”

Wim Danschutter: “Daarom hebben wij in onze school de 5-op-1-regel. Voor elke negatieve commentaar som je eerst 5 positieve dingen op. Zie je een leerling kauwen in de klas, dan roep je die na de les bij jou. ‘Fantastisch meegewerkt deze les, Ali. De vragen die je stelde, waren van hoog niveau. Je hebt me echt positief verrast. En je was ook op tijd vandaag, chapeau. Maar doe je de volgende keer wel je kauwgom in de vuilnisbak?’ ‘Natuurlijk, meneer.’”
 

Je zegt dus niets van die kauwgom tijdens de les?

Elke Struyf: “Je moet niet alles klassikaal aanpakken, dat onderbreekt de flow van je les. Vaak is het veel krachtiger om non-verbaal te reageren als een leerling zich niet focust. Stilletjes naar hem toestappen en blijven lesgeven. Een leerling met kauwgom kan je subtiel een papieren zakdoekje toestoppen en een teken geven dat hij de kauwgom uit zijn mond moet halen. De rest van de klas hoeft dat niet te merken.”


Je moet niet alles klassikaal aanpakken, dat onderbreekt de flow van je les. Vaak is het veel krachtiger om non-verbaal te reageren

Elke Struyf - Universiteit Antwerpen

Wim Danschutter: “Elke groep heeft een leider. Pak je die klassikaal aan, dan krijg je een machtsstrijd. De rest van de klas gaat in popcornmodus: zet zich achteruit en kijkt toe. Achteraf worden je reacties in de klas uitvergroot. Je moet als leraar niet om de macht strijden, je hébt de macht. Jij bent de baas in de klas.”

Elke Struyf: “Ook als de leerling weigert om mee te werken, ga je niet in discussie. Dan verlies je kostbare lestijd. Maak desnoods een grapje: ‘Oei, jij staakt precies vandaag? Dan vraag ik het wel aan een ander.’ Na de les spreek je de leerling wel aan op zijn gedrag. Persoonlijk. Dan kan hij reageren zonder dat de hele klas meeluistert.”
 

Hoe pak je zo’n één-op-ééngesprek aan?

Elke Struyf: “Soms weet een leerling niet waarom je hem aanspreekt. Onder 4  ogen kunnen jullie beiden je uitleg doen. Door de leerling vragen te stellen en actief te luisteren naar zijn antwoord, begrijp je zijn gedrag en kan je hem doen inzien waarom dat ongepast is. Dat is veel effectiever dan een preek afsteken voor de hele klas.”

Wim Danschutter: “Heeft een leerling je zo gekwetst dat je zelf emotioneel wordt, dan stel je dat gesprek het best uit tot na het weekend. Zolang jullie allebei kwaad zijn, is er geen herstel mogelijk. Wanneer je het gesprek aangaat, zeg dan eerlijk: ‘Wat jij gedaan hebt, daar heb ik dit weekend van wakker gelegen.’ Stap uit je rol als leraar en word mens.”
 

Speelt het schooltype een rol bij klasmanagement?

Wim Danschutter: “Ik sta al 19 jaar op OLVI, een multiculturele beroepsschool in hartje Gent. Scholen als de onze zijn vaak pionier in herstelgericht onderwijs, co-teaching en binnenklasdifferentiatie, juist omdat we als eerste de noodzaak ervaren. Maar ook in aso en tso is de tijd dat elke jongere op hetzelfde moment op dezelfde manier tot leren komt, voorgoed voorbij.”

“Speelt het schooltype dus een rol bij klasmanagement? Eigenlijk niet. Maar bso-scholen voelen maatschappelijke veranderingen vaak eerder, waardoor ze ook eerder oplossingen vonden dan sommige aso-/tso-scholen.”
 

Is klasmanagement een taak van de leraar of van het team?

Wim Danschutter: “Wij hebben als team een stappenplan uitgedacht voor normoverschrijdend gedrag. Een denktank van leraren en experts boog zich over de vraag: wat kan wel en niet? Het resultaat zijn 5 kapstokken waarop leraren kunnen terugvallen bij een incident.”

Elke Struyf: “Samen regels opstellen geeft een gevoel van veiligheid. Het creëert duidelijkheid voor leraren én leerlingen.”

Wim Danschutter: “Maar niet alleen het schoolreglement is belangrijk. Ook de ongeschreven wet van de luidste stemmen in de lerarenkamer. Ik herinner me de eerste keer dat ik een lerarenkamer binnenstapte. ‘Ik ben Wim, ik kom lesgeven aan 5 Kantoor.’ ‘5 Kantoor? Ik ben klastitularis van die bende apen!’ Zulke incorrecte opmerkingen zorgen ervoor dat je al op scherp staat nog voor je de klas betreedt.”

“Het is de taak van de leidinggevende om die verzuring tegen te gaan. Met het directieteam eten we onze boterhammen vaak in de lerarenkamer. Dan zorgen we ervoor dat we over iets anders babbelen dan wéér die klas. Even ontspannen, dat is belangrijk.”

Elke Struyf: “Mijn studenten worstelen soms nog met de meest banale zaken. Soms horen ze dan het verwijt: ‘Heb je dat niet geleerd tijdens je opleiding?’ Maar het is niet omdat ze iets één keer zien, dat ze zich in de klas gewapend voelen voor zo’n situatie. Aanvangsbegeleiding is daarom heel belangrijk. En een open houding: vertel het maar als het niet lukt. In plaats van: ‘Heb je het gehoord? Die moest er weer één buitenzetten.’”

Wim Danschutter: “Ik vind het heel professioneel als een leraar aangeeft: met die leerling of klas lukt het me niet. Een leraar die in z’n eentje voortdoet, houdt zijn job niet vol én heeft een negatieve invloed op het leerproces van de jongeren.”

hoogleraar Elke Struyf en directeur Wim Danschutter over klasmanagement

Moeten alle leraren dezelfde regels naleven?

Elke Struyf: “Als leraar kan je niet buiten de afspraken in het schoolreglement. Maar je mag wel je eigen klasregels opstellen. Soms is dat net goed. Ben jij niet het type leraar bij wie leerlingen in stilte naast hun stoel moeten gaan staan bij de start van de les, dan hoeft dat niet. Je reageert toch niet consequent op een afspraak waarmee je het oneens bent. Maar je moet de leerlingen wel uitleggen waarom jij het anders aanpakt dan een collega.”

Wim Danschutter: “Elke leraar heeft zijn eigen leiderschapsstijl. Die verschillen zijn niet erg, leerlingen hebben afwisseling nodig. Maar ik stimuleer wel dat ze bij elkaar gaan kijken. Een leraar die huivert van hoekenwerk waarbij veel wordt gepraat, ziet dan dat er tijdens zo’n les ook veel wordt geleerd.”
 

Authenticiteit is belangrijk. Wat als je niet van nature streng bent?

Wim Danschutter: “Streng spelen terwijl je eigenlijk vriendelijk bent, doorprikken leerlingen meteen. Het is beter om je natuurlijke leiderschapsstijl aan te vullen met kneepjes van andere stijlen. Ik was nogal een showman toen ik voor de klas stond, gebruikte veel humor. Maar als ik niet lach, heb ik een streng uiterlijk. Dat heb ik als leraar uitgespeeld.”

Elke Struyf: “Studenten of starters hebben vaak moeite om op te treden tegen ongewenst gedrag, uit schrik dat leerlingen hen dan niet meer graag zien. Maar als leraar is het je rol om leiding te nemen in de klas, ook als je van nature geen leiderstype bent. Reageer op een kordate manier die past bij jouw persoonlijkheid. Soms mag je daarbij eens toneelspelen: een aspect van jezelf – bijvoorbeeld je strenge uiterlijk – uitvergroten.”
 

En als het écht niet klikt met de klas? Als je alles geprobeerd hebt?

Elke Struyf: “Neem de tijd om na te denken waaraan dat ligt. Leg de oorzaak niet buiten jezelf. Jíj kan een veranderingsproces starten, niet je leerlingen. Vraag een collega om je les te observeren. Soms ben je blind voor een aantal valkuilen.”

Wim Danschutter: “Als je op de toppen van je tenen loopt, dan moet je misschien de vraag stellen: is dit wel iets voor mij? Ik geloof niet dat elke leraar in elke klas of elke school met volle goesting kan lesgeven.”

Elke Struyf: “Het ergste wat je kan doen, is je erbij neerleggen. Dan geef je niet alleen de leerlingen op, maar ook jezelf. Sta je echt niet meer met goesting voor de klas, dan zijn er 2  opties. Ofwel zoek je hulp, ofwel zoek je een andere job.”
 

Jullie zijn dus ook veeleisend voor leraren.

Wim Danschutter: “Leraar is een intensieve job. Toen ik begon met lesgeven, had ik 2 uur nodig om 1 lesuur deftig in elkaar te draaien. Leraren die te weinig nadenken over hun lesvoorbereidingen, worstelen meer met klasmanagement. Zeker starters. Als directeur lieg ik niet over mijn verwachtingen. Voltijds in het onderwijs betekent voltijds keihard werken.”

Elke Struyf: “Leraar is een van de mooiste, maar ook de moeilijkste beroepen. Het blijft uitdagend. Want wat in de ene klas lukt, lukt niet per se bij een andere groep. Daarom is het belangrijk dat je voor elke klas de juiste aanpak zoekt. Ook als je meer dan 25  jaar ervaring hebt.”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...