Gepubliceerd op
Specialist

“Steun van collega’s is cruciaal voor starters”

“Onze starter heeft een mentor, dus aanvangsbegeleiding: check! Zo werkt het niet”, zeggen Laura Thomas en Ruben Vanderlinde (UGent). “Idealiter vangt het volledige schoolteam beginnende leraren op. Want ze hebben niet alleen nood aan professionele steun, maar ook aan een schouder om op uit te huilen.”

Laura Thomas en Ruben Vanderlinde (UGent) over steun aan starters

Welke steun hebben startende leraren nodig?

Laura Thomas (doctoraatsonderzoeker) en Ruben Vanderlinde (promotor): “We onderzochten hoe sociale netwerken beginnende leraren op school ondersteunen. Daaruit bleek dat ze nood hebben aan verschillende soorten steun. Uiteraard professioneel: je lesinhoud op punt zetten, didactische vaardigheden ontwikkelen of goede lesvoorbereidingen maken.”

“Maar daarnaast is emotionele steun cruciaal: af en toe horen dat je goed bezig bent, versterkt het zelfvertrouwen van starters. En collega’s bieden sociale steun om starters in het team te krijgen, hen de geschreven en ongeschreven regels van de school te leren kennen.”
 

Is de ene soort steun belangrijker dan de andere?

Laura Thomas en Ruben Vanderlinde: “Ze zijn sterk verstrengeld met elkaar. Als het professioneel misgaat – je weet niet hoe je bepaalde leerlingen het best aanpakt – dan heb je nood aan emotionele steun. Maar dat geldt ook omgekeerd: je krikt je zelfvertrouwen op als collega’s je professioneel een stap vooruit helpen.”

Succesvolle aanvangsbegeleiding zet in op die 3 niveaus. Organiseer dus niet een gespreksavond voor starters enkel over hun welbevinden of klasmanagement. Allebei belangrijk, maar het is de combinatie die het verschil maakt. Zeker samen met het sociale niveau – deel worden van de schoolcultuur, ouders en leerlingen leren kennen – dat veel tijd vraagt.”


Mentoren zijn de brug tussen de starter en het team

Laura Thomas en Ruben Vanderlinde - UGent

De overheid neemt allerlei initiatieven om starters te begeleiden. Waar pleiten jullie voor?

Laura Thomas en Ruben Vanderlinde: “Wij zien aanvangsbegeleiding als een schoolbrede verantwoordelijkheid: niet 1 persoon – de mentor – maar verschillende teamleden bieden steun aan de beginnende leraar. We zijn niet tegen mentoren: ze kunnen de brug zijn tussen de starter en de rest van het team. Mentoren sturen beginnende leraren voor elke leervraag of info door naar de juiste collega. Of ze activeren alle collega’s om meer steun te bieden.”

“De school mag geen paraplu opentrekken en zeggen: ‘We hebben een mentor, dus aanvangsbegeleiding: check!’. De directeur speelt daarin zowel een directe als een indirecte rol. Direct, een-op-een, door de startende leraar te ondersteunen. Maar ook indirect door ervoor te zorgen dat de mentor een duidelijk mandaat krijgt, de teamwerking op poten staat en door de samenwerking en collegialiteit te versterken.”
 

Lukt dat in elke school?

Laura Thomas en Ruben Vanderlinde: “Elke directeur kan de boodschap geven: ‘We dragen collectief zorg voor een nieuwe collega.’ Directeurs kunnen daar zowel informeel als formeel aan werken. Creëer vooral een cultuur waarin lesgeven met de deur open en bij elkaar binnenspringen normaal is. Niet elk team biedt daar een goede voedingsbodem voor, maar in de meeste scholen komt daar toch meer en meer aandacht voor.”

“Voorzie daarnaast structureel tijd en ruimte zodat leraren kennis kunnen uitwisselen, met elkaar overleggen of samenwerken. Door co-teaching en formele leergemeenschappen te organiseren, maar ook door een uitnodigende lerarenkamer.”

Laura Thomas en Ruben Vanderlinde (UGent) over steun aan starters

Laura Thomas en Ruben Vanderlinde – UGent: “Starters denken dat ze alles moeten kunnen als ze hun diploma hebben.”

Wat kunnen starters zelf doen om hun eigen netwerk uit te bouwen?

Laura Thomas en Ruben Vanderlinde: “Als beginnende leraar besteed je heel veel tijd aan voorbereiden en verbeteren, maar je daarvoor opsluiten tijdens de pauzes is geen goed plan. Dat zijn dé momenten om contact te leggen met collega’s. Sommige leraren zijn uiteraard veel meer ‘netwerkintentioneel’ dan anderen: ze geven hun netwerk actief vorm. Dat zit in hun karakter.”

“Kanttekening daarbij: we pleiten voor langdurige contracten voor beginnende leraren. Als je in het eerste trimester van hot naar her gaat en in het tweede trimester in 2 scholen tegelijk staat, is een netwerk uitbouwen moeilijk. Als je maar 2 weken in een school staat, is er geen tijd om steun te vragen. Maar een mentor onderstreept altijd het belang van collega’s en netwerk. Ook als starters maar heel kort op school zijn.”
 

Liggen de verwachtingen tegenover startende leraren hoger dan in andere beroepen? Iedereen moet toch leren ‘on the job’?

Laura Thomas en Ruben Vanderlinde: “Aanvangsbegeleiding is inderdaad anders in het onderwijs dan in andere sectoren. Ten eerste is je job als leraar heel zichtbaar voor collega’s, ouders en leerlingen. Dat is iets anders dan pakweg een journalist wiens eerste artikels nog bijgeschaafd worden voor publicatie. Als leraar werk je in een visbokaal.”

“Ten tweede hebben leraren een vlakke loopbaan. Je job als ‘starter’ is dezelfde als je job als ‘expert’. In andere jobs groei je meestal door. Soms hebben leraren het gevoel dat ze alles moeten kunnen als ze hun diploma hebben. Maar iedereen maakt nog een leerproces door. De school moet uitstralen dat dat oké is. Als de school expliciteert dat alle starters in die beginperiode worstelen en hen vanuit een groei-denken benadert, weten ze dat wat ze meemaken normaal is.”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 58.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...