Gepubliceerd op
Duiding

Wat zit er achter de cijfers van Het Grote Tijdsonderzoek?

Uit Het Grote Tijdonderzoek blijkt dat Vlaamse leraren gemiddeld 41 uur per week kloppen. Maar het onderzoek maakt ook komaf met clichés over ‘veel vakantie’, het bso als ‘moeilijke’ richting en ‘uitbollende’ oudere leraren. Onderzoekers Joeri Minnen en Ignace Glorieux (VUB) geven duiding bij de cijfers.
 

onderzoekers Joeri Minnen, Ignace Glorieux en Julie Verbeylen
9596 leraren hielden een week lang hun tijdsbesteding bij, tussen eind januari en april 2018. Ze registreerden werkweken van 41 uur en 11 minuten (basisonderwijs) en 41 uur en 50 minuten (secundair onderwijs), krokus- en paasvakantie meegeteld. Joeri Minnen, Ignace Glorieux en Julie Verbeylen analyseerden de resultaten.
 

Leert het onderzoek ons iets over de verhouding werk-vakantie tijdens het hele schooljaar?

Ignace Glorieux: “Als je de resultaten in een grafiek zou weergeven, zie je over bijna de hele periode hetzelfde werkpatroon terugkeren. Dus ik vermoed dat er in de andere trimesters even hard gewerkt wordt.”

Joeri Minnen: “We onderzochten de tijdsbesteding van leraren in opdracht van minister Crevits. Voor het hele onderzoek – opzetten, meten, verwerken en analyseren van een massa data – kregen we 12 maanden. Daarom beperkten we ons tot de periode eind januari tot april. Natuurlijk hadden we liever een heel schooljaar gemeten, inclusief de zomervakantie. Maar dat was niet haalbaar.”
 

De leraren registreerden al hun activiteiten, zowel werk als privé. Vloeien die 2 niet vaak in elkaar over?

Ignace Glorieux: “Dat klopt, soms overlappen werk en privé. Een voorbeeld is de reistijd: je zit op de trein en doet nog wat verbeterwerk. Die momenten zijn echter niet meegenomen in de telling, omdat het geen hoofdactiviteit betreft.”

Joeri Minnen: “Ook tijdens de avond werken leraren van tijd tot tijd. Zo’n 30% begint opnieuw te werken rond 19.30 uur, bijvoorbeeld omdat de kinderen dan gaan slapen.”

Ignace Glorieux: “Hun werktijd overdrijven, doen leraren waarschijnlijk niet. De opzet van het onderzoek, waarbij je alle activiteiten afzonderlijk moest optekenen, maakte dat vrij moeilijk.”
 

Leraren zijn kampioenen in multitasking. Wat als ze toezicht houden in de studiezaal en ondertussen een stapel toetsen verbeteren?

Joeri Minnen: “Leraren konden maximaal 2 activiteiten op hetzelfde moment registreren. Leraren uit het basisonderwijs mailden ons wel eens dat ze op korte tijd veel meer dan 2 activiteiten doen. Hun dag begint met een waslijst aan taakjes van 5 of 10 minuten: brooddozen verzamelen, agenda’s controleren, de dagplanning overlopen … Dat toont wel aan hoeveel handelingen ze op een dag verrichten.”
 


Leraren lopen een marathon alsof het een intervaltraining is, terwijl andere beroepen een duurloop doen

Joeri Minnen

Het ene uur is het andere niet. Een uitdagende klas heeft een grote (emotionele) impact op leraren.

Joeri Minnen: “Inderdaad. Een gemiddeld cijfer is relatief, je moet altijd kijken naar de context. Leraren in het buitengewoon onderwijs werken minder dan de gemiddelde leraar, maar dat zegt niets over de werklast van hun beroep. Om daar uitspraken over te doen, moet je de taakbelasting van elke job kennen. Ons onderzoek focust op tijdsbesteding.”
 

Leraren kloppen veel uren. Maar is het daardoor ook een zwaar beroep?

Ignace Glorieux: “Gemeten over een heel jaar, vakanties meegeteld, is de job van een leraar waarschijnlijk niet zwaarder dan sommige andere beroepen. Maar het probleem is dat het werk zo sterk geconcentreerd is tijdens de lesweken. Terwijl de vakantieweken relatief rustig zijn: een adempauze, om er dan weer tegenaan te gaan.”

Joeri Minnen: “Leraren lopen een marathon alsof het een intervaltraining is, terwijl andere beroepen een duurloop doen. Het aantal kilometers is hetzelfde, maar je komt uitgeputter aan de eindstreep. Dat verklaart ook het verschil tussen starters en ervaren leraren: die laatsten zijn beter getraind. Ze zijn minder lang bezig met een lesvoorbereiding.”

Ignace Glorieux: “Komen er bovenop die intense werkweken een controlerende directie, regels en planlast, dan wordt het wellicht zwaarder. Maar nogmaals, de werklast van een leraar is een ander debat dan de tijdsbesteding.”
 

Een 40-urige werkweek voor leraren: goed idee?

Ignace Glorieux: “Als leraren altijd 40 uur op school zouden werken, ook tijdens de vakanties, dan kent hun weekverloop minder pieken en dalen. Maar ook minder autonomie. Dan is hun leven rustiger, maar wel moeilijker af te stemmen op hun gezin.”

Avondwerk is niet per se negatief. Na school heb je tijd voor de kinderen en als die in bed liggen, pak je het werk weer op. Dat gaat niet als je achter de kassa zit. Maar terwijl de caissière na haar uren echt klaar is, stopt het werk van een leraar nooit. Je staat aardappelen te schillen en ondertussen denk je: ‘straks niet vergeten die ouder terug te bellen!'”

Joeri Minnen: “Door die autonomie vraagt het lerarenberoep ook veel tijdmanagement. Een kleuterjuf moet soms 2 weken op voorhand bedenken welke knutselspulletjes ze wil kopen voor de eerste les na de vakantie.”

Onderzoekers Joeri Minnen en Ignace Glorieux

Ignace Glorieux (rechts): “Altijd 40 uur op school werken, betekent minder pieken en dalen. Maar ook minder autonomie.”

Een leraar die deeltijds werkt, klopt bijna evenveel uren als een voltijdse collega.

Joeri Minnen: “Deeltijdse leraren geven eigenlijk een deel van hun loon op om in een rustiger tempo te werken. Een voltijdse leraar geeft meer les dan een leraar die 4/5 werkt, maar de andere taken (administratie, overleg, oudercontacten …) blijven ongeveer even zwaar.”

Ignace Glorieux: “Maar misschien ervaren deeltijdse leraren wel meer voldoening, omdat ze het rustiger aan doen? Bijvoorbeeld als ze meer tijd hebben om hun lessen voor te bereiden?”
 

Wat die voldoening betreft: leraren geven bijna de helft van hun taken hoge scores.

Joeri Minnen: “Leraren halen vooral veel voldoening uit lesgeven. Gelukkig bestaat een groot deel van hun werktijd uit die activiteit. Maar een klein incident, zoals een discussie met een leerling, kan je dag een ander gevoel geven. Dat kan trouwens ook positief zijn: na een moeilijke les je hart luchten bij een collega, is een enorme oppepper. Het belang van pauzes tussen de lesuren is niet te onderschatten.”
 

Leraren in het buitengewoon basisonderwijs en het bso/dbso halen de meeste voldoening uit hun werk. Hoe komt dat?

Joeri Minnen: “Ik vermoed door het persoonlijk contact dat meer aan bod komt in de tijdsbesteding van deze groep. Er is ook meer ruimte voor interactie met leerlingen.”

Ignace Glorieux: “Mij trof vooral de hoge voldoening in het bso. Dat krijgt vaak het etiket van de meest problematische richting, van onhandelbare leerlingen met wie je niks kan aanvangen. En net daar zijn de leraren het gelukkigst!”

Joeri Minnen: “Het is een van de vele stereotypen over onderwijs, die we met het tijdbestedingsonderzoek proberen te doorbreken. Net als ‘ze hebben zoveel vakantie’ en ‘oudere leraren bollen uit’.”

Nog geen abonnement op Klasse Magazine?

  • Krijg 4 dikke magazines voor maar € 10.
  • In december ontdek je hoe je conflicten kan aanpakken binnen je team.
  • Je Lerarenkaart 2019 valt gewoon in je brievenbus.
Ik word nu abonnee

*Betaal vóór 25 oktober.
Rechthebbende abonnees krijgen dan zeker hun Lerarenkaart thuisbezorgd.