Gepubliceerd op
Specialist

Pleidooi voor krachtige kennis op school

“21ste-eeuwse vaardigheden aanleren zonder kennis lukt niet”, stelt Tine Béneker, hoogleraar Geography & Education (Universiteit Utrecht). “Leraren, zet je vakkennis kwistig in. Maar maak ze wel relevant voor je leerlingen.”
 

Tine Béneker: “Kennis kreeg de voorbije decennia klappen in onderwijs. De oude aanpak, een statische hoeveelheid feiten en weetjes doceren, werkt niet meer in een hoogtechnologische wereld met een explosie aan kennis. Leerlingen kunnen én moeten niet meer alles paraat hebben. We moeten kritisch selecteren: wat vliegt uit de canon en wat we willen erin?”

“En we moeten nadenken hoe we die feiten relevant maken voor alle leerlingen. Een sterke student krijgt betekenisloze feiten nog wel in zijn hoofd gepropt en misschien dragen ze nog enigszins bij tot zijn algemene ontwikkeling. Maar veel kinderen uit een zwakkere thuis zijn er niets mee.”

Hoogleraar Tine Béneker over kennis op school

Tine Béneker: “Als jongeren voldoende betrouwbare kennis hebben, worden ze weerbaarder. En kunnen ze het ondenkbare denken”

“Als tegenreactie op het kennis-om-de-kennisonderwijs veroverden 21ste-eeuwse vaardigheden onze scholen. Deels onder druk van de bedrijfswereld die droomt van flexibele, veelzijdige jonge werknemers. In onderwijs kwam daardoor de leerling en zijn leerproces centraal. Niet verkeerd, maar intussen vergeten we af en toe dat kennis wel essentieel blijft.”

 

Waarom redden leerlingen het niet met 21ste-eeuwse vaardigheden alleen?

Tine Béneker: “De grondstof waarmee je vaardigheden toepast, is kennis. Je kan niet creatief of kritisch denken met lucht. Bovendien moeten leerlingen die 21ste-eeuwse vaardigheden per vak anders inzetten. Probleemoplossend denken herleiden tot een sessie abstracte puzzels oplossen en verwachten dat kinderen dat in elk vak correct toepassen? Lukt niet. Vakken hebben hun eigen taal en aanpak. Kritisch denken doe je anders in geschiedenis dan in aardrijkskunde: historische bronnen interpreteren vraagt andere inzichten dan ruimtelijke patronen ontdekken op kaarten.”
 

Welke kennis moet onderwijs overbrengen?

Tine Béneker: “Kennis die relevant is voor alle jongeren en ze helpt om later in de samenleving te participeren. Die ‘krachtige kennis’ draagt ook bij tot sociale gelijkheid: alle kinderen moeten toegang krijgen tot een basiskennis die buiten hun eigen ervaringen ligt. Ook leerlingen die voor praktijkrichtingen kiezen.”


Waar willen we naartoe met onze wereld? Jongeren zullen daarop antwoorden moeten verzinnen

Tine Béneker - hoogleraar

“Als jongeren voldoende betrouwbare kennis hebben en die niet wegzetten als meningen worden ze weerbaarder. Plus: hoe meer basiskennis leerlingen hebben, hoe makkelijker ze nieuwe kennis opdoen. Bovendien helpt krachtige kennis om het ondenkbare te denken. Dat hebben ze nodig in deze razendsnelle tijden vol fake news en maatschappelijke uitdagingen.”

“Denk aan vraagstukken over duurzaamheid of globalisering. Welke kant willen we uit met onze wereld? Ook jongeren zullen daarop antwoorden moeten verzinnen. Onderwijs heeft daarin een belangrijke taak te spelen: het moet alle leerlingen een krachtige kennisbasis geven.”
 

Hoe pak je dat aan?

Tine Béneker: “Breng kennis niet als geïsoleerde feiten. Maar vertel waar kennis vandaan komt, leg verbanden en maak duidelijk waarom ze relevant is. Een voorbeeld: lange tijd leerden kinderen gedetailleerd hoe bodemlagen het landschap vormden. Misschien kan die historische evolutie met minder aandacht en moeten we vandaag vooral lessen geven over het gebruik van dat landschap vanuit verschillende perspectieven zoals landbouw, toerisme, natuurbeheer, woningbouw en klimaatverandering. Relevante en actuele thema’s voor leerlingen waarbij geografische basiskennis wel essentieel is.”


We mogen de opdracht van leraren niet herleiden tot coach. Ze moeten ook bruisende kennisbronnen zijn

Tine Béneker - hoogleraar

“Je kan grote vraagstukken ook vakoverschrijdend aanpakken. Onderzoek met je leerlingen of er echt een ‘tsunami aan vluchtelingen’ is. Hoe worden die aantallen geregistreerd? Waarom en vanuit welke regio’s vertrekken migranten? Wat als we grenzen sluiten? En hoe framen politici migratie tot een waardendebat en hoe spelen ze daarbij feiten en meningen uit?”

“Iedere vakleraar brengt dan een stukje kennis in. Want om antwoorden te vinden en nieuwe kennis op te bouwen, moeten leerlingen bij de leraar aardrijkskunde wel leren waar landen en regio’s liggen. Anders riskeren we situaties zoals toen de VS een oorlog startte met Irak. Geen Amerikaan die wist waar dat land lag.”
 

Wat vraagt dat van leraren en de lerarenopleiding?

Tine Béneker: “We mogen de opdracht van leraren niet herleiden tot coach. Ze moeten ook bruisende kennisbronnen zijn. Die rol van inhoudelijk expert nemen ze graag op, daaraan ontlenen ze een stukje identiteit. Maar dat vraagt veel van leraren. Ze moeten zich blijven bijscholen en inlezen in nieuwe evoluties in hun vak.”

“Daarna moeten ze hun up-to-date kennis relevant en zinvol vertalen naar leerlingen. Leraren moeten voldoende tijd krijgen om goede lessen uit te werken en te onderzoeken welke technieken ze het best inzetten om hun vakkennis bij de leerlingen te brengen. Want natuurlijk moet niet alles voorgekauwd. Leerlingen moeten ook begeleid onderzoekend leren. Zonder leraar lukt het niet. Jij moet in je klas wel het overzicht houden, leerlingen stimuleren en op de juiste momenten nieuwe kennis injecteren.”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...