Vlaanderen
Klasse.be

Specialist

Nieuwe KOALA zoomt dieper in op taalvaardigheid van kleuters

  • Laatste wijziging: 23 september 2026
  • 9 minuten lezen

Sinds 2021 legt elke vijfjarige in het gewoon onderwijs de KOALA-taalscreening af. “Na 5 edities hebben we die vernieuwd, zonder extra werk voor scholen”, vertelt Kris Van den Branden.

Kris Van den Branden, Centrum Taal en Onderwijs, KU Leuven: “Kleuters die het Nederlands onvoldoende beheersen, krijgen het moeilijk in het eerste leerjaar. Het is dus ontzettend belangrijk om daarvoor nog in te grijpen. De KOALA-taalscreening helpt schoolteams, voornamelijk bij het begin van de derde kleuterklas, identificeren welke kleuters extra taalstimulering nodig hebben.”

Hoe kom je te weten of een kleuter het Nederlands voldoende beheerst?

Kris Van den Branden: “KOALA screent op luistervaardigheid. Puur praktisch is die relatief makkelijk te meten in vergelijking met spreekvaardigheid. Maar internationaal onderzoek toont ook aan dat het een erg goede voorspeller is voor hoe succesvol kinderen zullen meedraaien in een eerste en tweede leerjaar.”

“Lezen, schrijven, rekenen, thema’s binnen aardrijkskunde, geschiedenis of wetenschappen…, kinderen leren het allemaal op basis van het taalaanbod van de leraar. Daarom stoppen we op een doordachte manier typische schooltaal in de screening en kijken we of kleuters die voldoende begrijpen.”

Kleuters zitten niet stil te wachten om gescreend te worden. Hoe pak je dat aan?

Kris Van den Branden: “Kinderen krijgen individueel of in kleine groepen 30 mondelinge boodschappen voorgeschoteld. Die zijn verpakt in speelse, kleutervriendelijke taakjes. Zo krijgen ze instructies in korte doe-opdrachten. Een intussen wereldberoemd voorbeeld is: ‘Spring in de hoepel.’ Of je zegt: ‘Leg het rode kleurpotlood op het witte papier.’ Of: ‘Lijm 1 hoekje aan de achterkant van dit strookje papier.”

“Daarnaast werken we met prenten bij een verhaal dat de leraar vertelt. De kleuter moet dan bijvoorbeeld de juiste tekening aanduiden, waarin een personage iets doet.”

“Belangrijk is dat we geen gesproken reacties vragen van de kleuters. Het enige dat ze moeten doen is een kruisje zetten of iets aanduiden op een antwoordblad of tablet. Door een eenvoudige non-verbale handeling zie je of het kind de boodschap begrijpt.”

Kris Van den Branden over KOALA
Kris Van den Branden: “Leraren geven aan dat de KOALA hun beeld grotendeels bevestigt. Gelukkig. Maar er zitten ook verrassingen tussen.”

Hoe ziet het resultaat van de geactualiseerde KOALA-taalscreening eruit?

Kris Van den Branden: “Op basis van een groot vooronderzoek bij 2000 kleuters bepaalden we met een commissie van taalexperten kleurzones: groen, oranje en rood. Die indeling breiden we vanaf schooljaar 2026-2027 uit naar 5 kleurzones. Oranje en rood blijven ongewijzigd, groen splitsen we verder op in donkergroen, groen en geel.”

“Groen betekent dat de taalvaardigheid goed zit. Als alles verder normaal verloopt, is de kleuter klaar voor het eerste leerjaar. Bij kinderen in de donkergroene zone verloopt de taalontwikkeling supervlot. Hen wil je regelmatig extra uitdagen met een moeilijker verhaal, een complexe instructie of door ze bijvoorbeeld zelf iets ingewikkelds te laten uitleggen.”

“Kinderen in de gele zone scoren maar net voldoende. Het is dus de moeite waard om ze extra goed op te volgen meteen na de screening. Mogelijk hebben ze toch wat extra taalstimulering nodig.”

“Kleuters in de oranje zone moet je extra in de gaten houden. Voor hen kan je het best extra observatiemomenten organiseren na de KOALA-screening. Merk je op basis daarvan dat ze achterophinken, dan is extra taalstimulering wellicht een goed idee.”

“De taalvaardigheid van kleuters met een score in de rode zone is zo beperkt dat ze zonder extra taalstimulering niet mee zullen kunnen in het eerste leerjaar. Voor hen is een expliciet plan van aanpak zeker nodig, met extra taalaanbod binnen en buiten de gewone klasgroep. Je kan bijvoorbeeld extra gespreksmomenten inlassen of hen in kleine groepen meer voorlezen.”

“KOALA is dus zeker geen eindtoets om te bepalen wie eventueel later naar de taalheldklas moet, maar net een kans om de kleuters alsnog klaar te stomen voor een succesvolle start in het eerste leerjaar.”

Zie je na 5 jaar een evolutie in hoe Vlaamse kleuters scoren?

Kris Van den Branden: “De resultaten zijn opvallend stabiel. Ongeveer 85% van de kleuters scoort in de groene zone. 15% heeft het moeilijker. 11% zit in de oranje en 4% in de rode zone.”

“Het taalniveau van onze kleuters is dus niet beter, maar zeker ook niet slechter dan 5 jaar geleden. Natuurlijk zijn er verschillen: in de ene school scoort elke kleuter groen, in de andere haalt 30% van de 5-jarigen die lat niet. Thuistaal, geboortemaand en het opleidingsniveau van de ouders hebben een invloed. Als school moet je de resultaten ook met die bril bekijken om te weten hoe je het doet in vergelijking met scholen met een gelijkaardige doelgroep.”

“Die stabiliteit wijst er ook op dat de KOALA-taalscreening goed in elkaar zit en dat leraren de screening op een betrouwbare manier uitvoeren. Mochten er elk jaar grote sprongen zitten in de resultaten, dan zou er iets grondig mis zijn. Dat is dus ook een pluim voor het veld.”

De screening blijft een momentopname. Je observaties doorheen het jaar zijn minstens zo belangrijk

Kris Van den Branden
Centrum Taal en Onderwijs, KU Leuven

Zien leraren niet sowieso al wie het moeilijk heeft in hun dagelijkse praktijk?

Kris Van den Branden: “Leraren geven inderdaad aan dat KOALA grotendeels hun algemene beeld over de kleuters bevestigt. Gelukkig maar. Maar het knappe is dat er ook verrassingen tussen zitten. Soms verkijk je je op de beperkte taalproductie van een kleuter, terwijl die eigenlijk best veel begrijpt.”

“Dankzij KOALA krijg je voor bepaalde kinderen een vroeg alarmsignaal, zodat je op tijd kan ingrijpen. Maar de observaties van leraren doorheen het schooljaar over wat kleuters begrijpen, weten en zeggen, zijn minstens zo belangrijk. De screening blijft een momentopname.”

Als je terugkijkt op de afgelopen 5 jaar, wat is de grootste verdienste van de KOALA-taalscreening?

Kris Van den Branden: “Dat we erin geslaagd zijn een betrouwbare, kleutervriendelijke screening te ontwikkelen. In 2019 verklaarde een aantal collega’s me gek. Vijfjarige kleuters screenen? Onmogelijk. Intussen blijkt dat het wel kan. De kleuters beleven er zelfs plezier aan. Ze doen hun best, zonder enige vorm van toetsstress. Vanuit het buitenland kijkt men nu met veel interesse naar onze aanpak.”

“Meer fundamenteel bracht KOALA in heel wat scholen een dynamiek op gang. Zodra de resultaten binnenkomen, begint het werk pas. Wat doe je ermee? Dat is geen verhaal van de derde kleuterklas alleen. De scores reflecteren voor een stuk hoe goed de taalstimulering in de jaren daarvoor was.”

“Veel teams zijn gaan nadenken over hun taalaanbod. Hoe ziet ons spel eruit met de kleuters? Hoe verrijken we dat met gesprekjes? Hoe pakken we onze voorleesmomenten aan? Krijgen alle kleuters voldoende spreekkansen? KOALA voedt de bewustwording daarover, ook al weten we dat er in Vlaanderen op dat vlak nog werk te doen is.”

Kris Van den Branden over KOALA
Kris Van den Branden: “KOALA gaat niet enkel over de derde kleuterklas. De resultaten reflecteren voor een stuk de taalstimulering in de jaren ervoor.”

De screening werkt goed. Waarom was een actualisering nodig?

Kris Van den Branden: “Elk meetinstrument is onderhevig aan slijtage. Om de resultaten betrouwbaar te houden, moet je het regelmatig verversen. Na 5 jaar kennen leraren de items zo goed dat ze onbewust gaan preteachen. In september springen bij wijze van spreken alle derdekleuterklassers door een hoepel.”

“Gewenning bij de afnemers is ook een gevaar. Je hebt na een tijd het gevoel dat je de handleiding er niet meer bij moet nemen. Toch is het belangrijk dat alles op exact dezelfde manier gebeurt. Er mag eigenlijk geen routine zijn.”

“Daarnaast zijn er nieuwe minimumdoelen, met belangrijke accentverschillen ten opzichte van de vroegere ontwikkelingsdoelen. Zo krijgt verhaalbegrip nu veel meer aandacht. De actualisering van KOALA is daar dus meteen op afgestemd.”

“Tot slot spelen we in op een vraag vanuit scholen waar nagenoeg alle kleuters groen scoren. Zij willen kunnen identificeren welke kinderen met de hakken over de sloot binnen de groene zone vallen en wat extra hulp kunnen gebruiken. Kleuters die supertaalvaardig zijn, willen ze dan weer extra uitdagen. Die nuances maakt de geactualiseerde KOALA ook zichtbaar door de verdere opdeling van groen in donkergroen, groen en geel.”

“Om die schakeringen te kunnen aanbrengen, moesten er meer complexe opdrachten bijkomen. Verhalen zijn daar ideaal voor. Je kan ze moeilijker maken met meer acties en personages of ingewikkelde verhaallijnen. Je kan vragen naar motieven van personages. Waarom gaat Sari vandaag graag naar school? Het is in verhalen ook vrij eenvoudig om complexere zinnen en woordenschat op te nemen.”

Het grootste verschil? De screening wordt adaptiever.

Kris Van den Branden
Centrum Taal en Onderwijs, KU Leuven

Betekent meer schakeringen ook meer belasting voor de leraren die de screening uitvoeren?

Kris Van den Branden: “We hebben er alles aan gedaan om de belasting voor de scholen dezelfde te houden. Het instrument blijft ook heel herkenbaar. Kleuters moeten nog steeds 30 gelijkaardige opdrachten uitvoeren. Ook de afnametijd blijft nagenoeg dezelfde: sommige verhaaltjes zijn alleen iets langer geworden.”

“Het grootste verschil is dat de screening adaptiever wordt. In de oorspronkelijke KOALA kregen nagenoeg alle kleuters dezelfde opdrachten voorgeschoteld. Iedereen startte met een beperkte set eenvoudige opdrachten. Alleen bij een erg zwakke score kreeg een kind een zogenaamde sterretjesversie met makkelijke items, vooral bedoeld om frustratie te vermijden.”

“In de geactualiseerde KOALA-taalscreening zijn er 2 beslissingsmomenten. Die leiden telkens naar een andere set vragen. Zo komt elke kleuter in 3 ronden bij een bepaalde kleur terecht.”

Kris Van den Branden over KOALA
Kris Van den Branden: “In 2019 verklaarde een aantal collega’s me gek. Vijfjarige kleuters screenen? Onmogelijk. Intussen blijkt dat het wel kan.”

Hoe zal dat precies verlopen?

Kris Van den Branden: “Alle kleuters starten met dezelfde set individuele opdrachten. Op basis daarvan maakt de leraar een eerste beslissing. Wie heel zwak scoort, gaat naar sterretjesopdrachten. Als kleuters opnieuw zwak scoren, en dat resultaat strookt met de inschatting van de leraar, dan krijgen ze een volwaardige sterretjesversie met makkelijke opdrachten waarin ze toch een succeservaring hebben. Deze kinderen komen terecht in de rode of – uitzonderlijk – de oranje zone.”

“Maar soms nuanceren die eerste sterretjesopdrachten het beeld. Blijkt het tweede resultaat beter of schat de leraar de kleuter toch sterker in, dan krijgt die alsnog een iets moeilijkere set van items voorgeschoteld. Deze kinderen worden in de gele of oranje zone ingeschaald.”

“Ook wie goed scoort op de eerste set, krijgt een tweede set individuele vragen. Die noemen we de bolletjesversie. Afhankelijk van het resultaat leidt die naar de allermoeilijkste set vragen of de gemiddelde versie. Die kinderen scoren dan in de donkergroene of de groene zone.”

“Door in 3 rondes te werken, biedt de KOALA-screening een genuanceerder beeld zonder dat de workload voor kleuters en leraren toeneemt. Kinderen komen bovendien minder items tegen die te moeilijk zijn, wat ook weer wat frustratie wegneemt.”

Getalbegrip in de kleuterklas blijkt een goede voorspeller voor wiskunde

Kris Van den Branden
Centrum Taal en Onderwijs, KU Leuven

Op de langere termijn werken jullie ook al aan KOALA+, een volledig nieuw screeningsinstrument.

Kris Van den Branden: “De KOALA+ zal nog meer inspelen op de nieuwe minimumdoelen. Scholen geven aan dat voor hen de screening van luistervaardigheid niet volstaat. Een ruimer beeld van hun kleuters zou helpen om ze nog gerichter te ondersteunen. KOALA+ mikt daarom op 3 extra domeinen: getalbegrip, fonemisch bewustzijn en woordenschat.”

“Getalbegrip in de kleuterklas blijkt een voorspeller voor hoe goed kinderen in het eerste leerjaar wiskunde en rekenvaardigheden zullen verwerven. Een eenvoudig vraagstuk als Hier liggen 8 stukjes taart voor 4 kinderen. Geef elk kind evenveel taart, zit boordevol taal. Begrijp je de waarde van getallen, hoeveelheden en verhoudingen niet, dan kan je niet leren rekenen.”

“Ook fonemisch bewustzijn is belangrijk. Kleuters die begrijpen hoe klanken en letters aan elkaar gekoppeld zijn, leren in het eerste leerjaar sneller, vlotter en beter technisch lezen. De minimumdoelen spelen daarop in. Kleuters moeten voor het eerste leerjaar al 15 klank-letterkoppelingen kennen.”

“Tot slot zitten in de minimumdoelen lijstjes met typische schoolwoordenschat die kinderen nodig hebben om vlot mee te draaien in het eerste leerjaar. Ook die proberen we mee te nemen.”

Zal KOALA+ er dan helemaal anders uitzien?

Kris Van den Branden: “Hoe we het zullen aanpakken, zijn we nog volop aan het onderzoeken. Maar de geest van de screening blijft zeker dezelfde. We willen weten welke kinderen op welke vlakken extra stimulering nodig hebben om ze alle kansen te geven op een succesvolle overgang naar het eerste leerjaar.”

Alle info over KOALA vind je op Onderwijs Vlaanderen. Materialen om te communiceren naar ouders zijn beschikbaar via Mijn Onderwijs.

Logo minimumdoelen = maximale kansen

‘Ieder kind Taalheld’ is een pakket maatregelen van de Vlaamse overheid om de kennis van het Nederlands van alle leerlingen te versterken. ‘Ieder kind Taalheld’ vertrekt van de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs, met als doel maximale onderwijskansen voor elk kind.

Piet Creten

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter