Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Zo laat je je talenbeleid stap voor stap groeien

  • 14 december 2021
  • 9 minuten lezen

Een talenbeleid op school zorgt ervoor dat kinderen meer taalleerkansen krijgen, zeggen specialisten. Dat voelen ook directeurs Ann Eerebout en Jonathan Demey van de Sint-Salvatorbasisschool in Gent: “We kunnen niet anders dan voortdurend nadenken over hoe we met taal bezig zijn.” Hoe groeit het talenbeleid daar en wat werkt? 9 tips.

Directeurs Ann Eerebout en Jonathan Demey
Ann Eerebout en Jonathan Demey: “In deze superdiverse maatschappij doet een sterk talenbeleid ieder kind groeien.”

21 nationaliteiten, 33 talen. 93 procent van de kinderen heeft een andere thuistaal dan het Nederlands. 9 op de 10 kinderen hebben een lage SES-achtergrond. De basisschool Sint-Salvator heeft haar publiek op 10 jaar tijd stevig zien veranderen. In de armen van de stadsboulevard R40 en de Gentse dokken is de school ook een plek geworden waar vluchtelingen en kinderen met een andere oorsprong al dan niet tijdelijk ‘landen’.

1. Ontwikkel je beleid stap na stap

Jonathan Demey: “Kinderen die op de speelplaats hun thuistaal spraken kregen hier vroeger straf. Daar voelden we ons niet zo goed meer bij. Kan dat ook anders, en hoe? Dat was het uitgangspunt voor het ‘traject meertaligheid’. We zijn met ons team een professionaliseringstraject gestart met o.a. het Onderwijscentrum Gent en het Centrum voor Taal en Onderwijs, om onze blik te onderzoeken en bij te sturen. Hoe verloopt een taalverwervingsproces, hoe leren kinderen een vreemde taal, wat zijn onze eigen ervaringen en overtuigingen over taal en hoe beïnvloeden die ons?”

“Ons doel bleef helder en scherp: hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze kinderen zich goed voelen op school en meer (Nederlands) leren? En welke hefbomen kunnen we daarvoor gebruiken? Zo groeide onze louter repressieve aanpak naar een meer positieve kijk op meertaligheid.”

Ann Eerebout: “Veel echt talenbeleid was er tot dan toe niet op school. Ja, er was die ene taalregel voor de speelplaats en we hadden de taalmethodes van de handboeken. Iedereen deed ongelooflijk zijn best, maar een ‘fond’ was er niet. Nu werkt de meertaligheid van onze leerlingen als motor voor ons talenbeleid.”

“Uit het traject zijn 5 taalattitudes gegroeid: taalafspraken met de kinderen, de ouders en het team. Dat is alvast een eerste stap. Dit schooljaar zetten we meer in op wiskunde, volgend schooljaar pakken we ons leesbeleid aan. We doen het stap na stap en rustig, want we hebben nu al het gevoel dat het veel te snel gaat. De ambitie is klaar: de (talige) ontwikkeling van alle leerlingen op school vooruithelpen.”

5 Taalafspraken in de Sint-Salvatorschool

  1. Praat veel met elkaar en hou het gezellig.
  2. Zorg dat iedereen erbij hoort, welke taal die ook spreekt. Gebruik de gemeenschappelijke taal (Nederlands) als je samen speelt.
  3. Mijn thuistaal kan mij helpen bij het leren, kan een trap zijn om het leren te ondersteunen.
  4. Ik voel me fijn als mijn taal er mag zijn.
  5. We zijn nieuwsgierig naar de andere persoon: we willen weten wie jij bent.

2. Laat je talenbeleid sporen met je schoolbeleid

Jonathan Demey: “Nadenken over hoe we op school met taal bezig zijn, duwde ons met onze neus op het schoolbeleid. Wie zijn we, wat willen we, wat is onze visie op onderwijs? Samen zijn we op zoek gegaan naar ons DNA. En dat zorgt voor kapstokken die ook het taalleren versterken.”

“We willen actief leren, ‘wonderzoeken’, kinderen doen vertrekken vanuit hun interesses en talenten. Dat lokt taal uit. We willen kinderen nauw betrekken bij hun groei: waar staan ze, waar moeten ze in groeien, hun doelen samen bespreken en die blijven expliciteren. En begeleiden op maat. Dat motiveert. En we willen een sterk partnerschap: ouder-kind-begeleider. Dan zet je echt wel stappen vooruit. Bij het oudercontact tonen kinderen hun map/portfolio.”

3. Denk in taaltrajecten en -doelen

Jonathan Demey: “We hebben leertrajecten en dus ook taaltrajecten voor elk kind. Elk traject heeft precieze doelen. We monitoren voortdurend.”

“Anderstalige nieuwkomers gaan van het tweede tot het zesde leerjaar in de voormiddag naar de AN-klas, in de namiddag sluiten ze aan bij de gewone klas. We bekijken continu wie klaar is om definitief of sneller/trager naar de gewone klas te gaan, dat is dus geen lineair schema. Soms zitten kinderen 3 maanden in de AN-klas, soms 1,5 jaar. Jonge kinderen (kleuters en eerste leerjaar) zetten we meteen in de reguliere klas.” 

“Kinderen zonder schoolse ervaring, nog niet gealfabetiseerd in de eigen thuistaal, sluiten aan bij de AN-klas en krijgen extra begeleiding in een aparte Alfaklas. We merkten dat als kinderen van de AN-klas naar de gewone klas gaan, er toch vaak nog een grote kloof gaapt. Daarom is er 1 namiddag per week creatief en functioneel schrijven, spelling en lezen.”

Ann Eerebout: “Elk traject heeft zijn doel. Zo is het doel van de AN-klas: sociaal welbevinden en mondelinge taalvaardigheid, sterke ouder- en leerlingbetrokkenheid en ligt de klemtoon op betekenisvolle opdrachten. Het doel van de Alfaklas is ook: technisch leren lezen en begrijpen en schrijven. 

Elk kind volgt dus zijn traject. Elk traject/werking heeft specifieke doelen waardoor we constant kunnen puzzelen en schakelen met kinderen. Zij kennen de doelen die ze moeten bereiken (bv. werkwoorden in de juiste verleden tijd zetten), we maken ze er eigenaar van en dat motiveert.”

5 taalafspraken hangen tegen het bord
Ann Eerebout en Jonathan Demey:De meertaligheid van onze leerlingen werkt als een motor voor ons talenbeleid.

4. Doe het denk- en doewerk met heel het team

Jonathan Demey: “Een goed talenbeleid is ook een beetje teambuilding: je bundelt de krachten van een team en zorgt er zo ook voor dat dat talenbeleid handen en voeten krijgt en niet opgesloten blijft in de lerarenkamer. Of nog erger: het bureau van de directeur. Elk traject wordt getrokken door een team. Wij zijn deeltijds directeur, hebben dus beiden een gemengde opdracht en werken ook actief mee in de kernteams. Dat helpt een talenbeleid leven. Teamteaching is trouwens de regel bij ons: samen zie en kan je meer.”

5. Zoek partners

Ann Eerebout: “Een talenbeleid is efficiënter als het meer armen en benen heeft dan alleen maar die van de leraar. Zo hebben we de ouders ook meegenomen in de taalattituderegels. We rekenen erop dat zij die mee opvolgen, uitdragen en ondersteunen.”

“Maar er is natuurlijk meer. In de kleuterklas hebben we 7 manieren om eenzelfde verhaal te vertellen. Een daarvan is een voorleesmoment waar ouders het verhaal in hun thuistaal komen voorlezen. Je ziet de kinderen en ouders glunderen. En naast de andere 6 manieren om het verhaal te vertellen, helpen ook ouders dus om taal te leren. Met een sterk partnerschap zet je echt wel stappen vooruit.”

“Ondersteuners voor specifiek noden, de brede schoolwerking, devrijetijdsbesteding in de buurt … Het past er allemaal in. Soms doen we met de kinderen een workshop in de vrijetijdsbesteding in de buurt. En dan zie je dat dat werkt en kinderen er soms aan vasthaken.”

Ouder leest voor aan kleuters
Ann Eerebout en Jonathan Demey: “Een talenbeleid is efficiënter als het meer dan enkel de armen en benen heeft van de leraar.”

6. Zet in op een krachtige taalleeromgeving in elke klas

Jonathan Demey: “Een belangrijke motor van ons talenbeleid is het installeren van een krachtige taalleeromgeving in elke klas. Hoe maken we ons taalleren zo effectief mogelijk: in de kleuterklas, in de reguliere klas, in de AN-klas, de Alfaklas? Hoe zorgen we in elke klas voor betekenisvolle taken, functionele opdrachten, wetend dat ook klassiek inoefenen voor sommige onderwerpen een goede aanpak kan zijn?”

Ann Eerebout: “Iedereen gelooft dat een krachtige taalleeromgeving met betekenisvolle opdrachten en interacties een groot verschil kan maken. Maar in de praktijk: hoe doe je dat? De indruk is immers groot bij anderstalige nieuwkomers dat je niet veel interactie krijgt. Dan dreig je wel te vervallen in kleutertaal, in onvolwassen zinnen: ‘Jas aan kapstok’ i.p.v. ‘Hang jij je jas aan de kapstok?’ We blijven daar toch mee worstelen en moeten daar zeker extra opleiding voor zoeken.”

“Een manier om een krachtige taalleeromgeving te creëren is ook dat we de jongste en oudste kleuters regelmatig samen les geven. Ze starten apart. Dat zorgt voor veiligheid en spreekkansen. Maar op een bepaald moment gaan de deuren open en vertelt de juf een verhaal voor heel de groep en leren de jongste kleuters ook van de oudste. En de oudsten verwerken wat ze geleerd hebben nog eens op een andere manier: door het uit te leggen aan de jongsten.”

7. Laat leraren van elkaar leren en vier successen

Jonathan Demey: “We proberen op school een inspirerende leeromgeving te zijn voor elkaar. Teamteaching hoort daar dus bij. We zetten in op professionalisering van buitenaf, maar ook op het leren van elkaar: we delen succesverhalen, hoe klein ze ook zijn, op het teamoverleg.”

“Zo werken we bij anderstalige nieuwkomers 2,3 weken rond een thema om kinderen zo woordenschat aan te leren. We hebben geleerd om die nieuwe woorden dan in een themamap in de klas te laten ‘slingeren’. Op een bepaald moment neemt dan een kind dat we bijna nooit horen, die themamap vast en begint spontaan de woorden te vertellen. Hoe klein ook, dat zijn succesjes.” 

Of we stimuleren flitsbezoeken bij elkaar. Zo zetten onze klassen voor anderstalige nieuwkomers in op een nieuwe methode: ‘Zien is snappen’. Omdat bijna al onze kinderen meertalig zijn, kan iedereen daar misschien iets van leren, ga dus eens kijken.”

“Collega’s leren van elkaar, werken samen en worden beter en professioneler. En dat zorgt voor drive en dynamiek. Corona werkt hier echt als een domper. Het is wat we nu missen: dat delen met elkaar. Want we vieren ook graag onze successen. ‘Trots op wat we gedaan hebben’.

Leraar toont vervoeging van 'zeggen'
Ann Eerebout en Jonathan Demey: “Kinderen kennen de doelen die ze moeten bereiken, we maken ze er eigenaar van en dat motiveert.”

8. Wees je bewust van je context

Jonathan Demey: “Onze school verandert continu. Ons team ook, dus je moet flexibel zijn en je talenbeleid voortdurend opnieuw expliciteren. Dat vraagt veel energie. Wat we 10 jaar geleden deden, werkt nu niet meer. Toen was er een grote Turkse instroom in onze school, in 2015 hadden we de vluchtelingencrisis. En vandaag hebben we veel intra-Europese migratie (gezinnen van Slovaakse, Sloveense, Bulgaarse en Roemeense afkomst) maar ook een stevige instroom van kinderen die nog nooit een school hebben gezien.”

9. Wees kritisch en toets je talenbeleid voortdurend af

Ann Eerebout: “We kunnen daar nog erg in groeien. Er was eerst best wat weerstand tegen de KOALA-toets, tot we het anders zijn gaan bekijken met het kleuterteam. Kunnen we de resultaten gebruiken om onze effectiviteit te meten, om eens te bekijken welke inspanningen we al doen, wat werkt en wat niet en waar we nog beter kunnen in worden? Zo hebben we bij de kleuters 7 manieren om een verhaal te vertellen. Wat brengt dat op? Hoe kunnen we uiteindelijk de brede basiszorg nog beter maken? En wat kunnen we van de kleuters misschien meenemen naar de lagere school?”

Jonathan Demey: “In het zesde leerjaar nemen we paralleltoesten af. Wat vertellen die ons? Wat zien we: een kwart van onze leerlingen start bij ons als kleuter en maakt de lagere school ook helemaal door. We zien dat de kinderen die een volledige schoolloopbaan bij ons hebben doorlopen echt wel goede resultaten neerzetten. Dan moeten we op zoek gaan naar wat ons leren effectief maakt.”

“De winst van ons talenbeleid nu? Ik merk dat we duurzame trajecten uittekenen en onze doelen scherper staan en voortdurend worden geëxpliciteerd. Dat we sneller problemen en achterstand detecteren, dat onze taalwerking continuïteit kent. En dat iedereen aan hetzelfde zeel trekt. Dat rendeert.


Wil je meer weten, lezen, doen? Zet ‘talenbeleid’ in de zoekrobot van Klascement.be of ga naar taaltrajecten.be, metrotaal.be, brusselvoltaal.be, arts.kuleuven.be/cto/thema-talenbeleid/talenbeleid, meertaligheid.be en de pedagogische begeleidingsdiensten van je school.

logo Kleine kinderen grote kansen

Het project ‘Kleine Kinderen Grote Kansen’ wil kinderarmoede en sociale ongelijkheid helpen aanpakken op school. Alle kinderen grote taalkansen geven is een belangrijk hefboom. Meer info op www.grotekansen.be.

Michel Van Laere

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter