Specialist
Hoe omgaan met eetstoornissen in de klas?
Welke signalen kan je als leraar opvangen? Wanneer trek je aan de alarmbel? Wat doe je dan wel en niet? En hoe werk je preventief rond eetstoornissen in de klas? An Vandeputte, klinisch psycholoog en oprichter van Kenniscentrum Eetexpert.be vzw, geeft tips.

Zijn er tegenwoordig meer jongeren met een eetstoornis dan vroeger?
An Vandeputte: “Anorexia nervosa, boulimia, onbedwingbare eetbuien: het zijn ziektes van alle tijden. Maar sinds de coronacrisis zien we inderdaad een sterke stijging in het aantal eetstoornissen in ons land. Van de ene dag op de andere hadden we geen controle meer over ons leven: activiteiten vielen weg en sociale contacten werden sterk beperkt. In een poging om houvast te creëren, waren we meer bezig met eten, beweging en gezondheid te controleren.”
“Bij jongeren spelen er nog extra factoren: een lichaam dat razendsnel verandert, een groeispurt die hun behoeften op z’n kop zet, een tienerbrein dat volop in ontwikkeling is en een slaappatroon dat plots door nieuwe hormonen wordt hertekend. Dat is natuurlijk veel tegelijk. In de hoop grip te krijgen op lichaam en geest, grijpen jongeren vaak naar wat ze elders zien: eten en beweging controleren. Maar net dat kan triggerend zijn voor een eetstoornis.”
Welke leerlingen zijn er het meest vatbaar voor?
An Vandeputte: “Volgens onderzoek komen eetstoornissen vooral voor bij meisjes tussen 15 en 25 jaar. Al horen we geregeld ook verhalen over kinderen uit het lager onderwijs die al volop calorieën tellen. Risicogroepen zijn tieners die ontevreden zijn over hun lichaam, of jongeren die sterk met gewicht en voeding bezig zijn, bijvoorbeeld in dans- en balletopleidingen, koksopleidingen of verzorgingsrichtingen.”
Speel je als leraar een belangrijke rol in het detecteren van eetproblemen?
An Vandeputte: “Beginnende eetproblemen worden vaak op school ontdekt. Daar zijn er veel ogen die de jongeren dagelijks opvolgen. Denk maar aan de klastitularis, de turnleraar, de directie, het personeel dat toezicht houdt tijdens de lunch … Maar het eetgedrag van een leerling zegt zeker niet alles. Dat dat hier en daar wat hapert, hoort nu eenmaal bij de normale ontwikkeling van jongeren.”
Een eetstoornis is complexer dan afwijkend eetgedrag
An Vandeputte
Eetexpert
“Kinderen in de lagere school eten bijvoorbeeld niet alleen uit honger. Soms worden ze verleid door externe prikkels, zoals de geur of de aanblik van bepaald voedsel. Ze lusten ook nog niet alles. Vaak werkt het averechts wanneer je ze onder druk zet om bepaalde dingen wel of niet te eten. Bij pubers horen voedingskeuzes bij hun identiteitsontwikkeling: ze spiegelen zich aan vrienden. Af en toe hun boterhammen inruilen voor een snack is dan ook niet abnormaal.”
Wat zijn dan duidelijke signalen van een beginnende eetstoornis?
An Vandeputte: “Je bent waarschijnlijk op je hoede als een leerling systematisch calorieën telt of te veel of te weinig eet. Maar vaak speelt er meer dan alleen het afwijkend eetgedrag. Het hele leven en functioneren van de leerling verandert meestal op verschillende vlakken. Zie je iemand snel veranderen van gewicht? Heeft een leerling geregeld een flauwte? Draagt iemand veel laagjes kleding boven elkaar vanwege de kou? Dat zijn enkele lichamelijke kenmerken die in de richting van een eetstoornis kunnen wijzen.”
“Is de leerling de laatste tijd vaker prikkelbaar, somber, in zichzelf gekeerd? Hoor je veel lichaamsontevredenheid in de kleedkamer? Of laten de schoolresultaten plots te wensen over? Dat zijn voorbeelden van psychosociale signalen. Zijn ze plots erg bezig met strakke sportschema’s? Of bewegen ze op vreemde tijdstippen en plaatsen? Als leraar is het vooral belangrijk om die verschillende signalen te herkennen. Deze checklist kan je daarbij helpen.”
© Alexandra Bertels

Stel dat je verschillende signalen herkent, wat kan je dan doen?
An Vandeputte: “Voordat je de leerling aanspreekt, praat je eerst met een aantal collega’s of met het CLB. Vertel hen wat jij geobserveerd hebt. Herkennen ze dat gedrag? Als dat zo is, kan je samen bepalen wie er het best geplaatst is om te gaan praten met de leerling in kwestie.”
“Wie dat is, kan van veel factoren afhangen. Wie vertrouwt de leerling? Maar ook: voel je je comfortabel genoeg om het onderwerp aan te snijden en kan je er voldoende afstand van nemen? Leraren die zelf erg bezig zijn met gewicht en voeding, zijn vaak minder geplaatst: non-verbaal kunnen ze verkeerde signalen uitstralen.”
Tips voor een eerste gesprek
- Nodig de leerling onopvallend uit voor een 1-op-1 gesprek, nooit in groep.
- Zorg voor een rustige plaats en voldoende tijd.
- Begin het gesprek transparant en deel open je bezorgdheid mee (bijvoorbeeld dat je merkt dat die wat meer alleen is, dat de schoolresultaten achteruit gaan …).
- Blijf concreet en maak geen interpretaties.
- Haal aan welk gedrag je ongerust maakt (bijvoorbeeld heel veel water drinken, vaak naar het toilet gaan om over te geven …).
- Luister naar de reactie.
- Blijf kalm. De leerling kan kwaad of overbezorgd reageren, of alles negeren. Herhaal wat je hoorde om te tonen dat je luisterde. Geef aan dat je die gevoelens wel kan begrijpen en dat je samen wil zoeken naar een weg.
- Maak een nieuwe afspraak. Door er op een later moment op terug te komen, geef je de leerling de kans om het gesprek te verwerken. Het is belangrijk dat je bij jongeren met eetproblemen heel geleidelijk werkt.
“Wanneer de leerling zelf inziet of toegeeft dat er sprake is van een eetprobleem, is dat een belangrijke stap. Juich het toe als die zegt te willen stoppen, maar zeg ook dat je weet hoe moeilijk het is om gewoontes echt te veranderen. Blijf erop aandringen dat de leerling dat samen met een specialist doet. Als leraar is het niet jouw taak om een diagnose te stellen. Verwijs daarom door naar het CLB. Zij weten de weg naar externe hulp.”
“Geef de leerling voldoende autonomie in die zoektocht naar hulp. Wijs erop dat die bij een deskundige terecht kan voor een inschattingsgesprek, zonder verdere verplichting. Zo houdt de leerling zelf de touwtjes in handen. Anders kan de angst voor te weinig controle het overnemen. Probeer de jongere ook te motiveren om de ouders zelf in te lichten. Maak daarbij duidelijke afspraken over wat die zal zeggen en tegen welke datum.”
Als leraar moet je geen diagnose stellen, maar je leerling verder helpen groeien
An Vandeputte
Eetexpert
“Iets doen is als leraar sowieso beter dan niets doen. Leerlingen uit het secundair onderwijs die binnen het jaar worden behandeld, herstellen quasi volledig van een eetstoornis. Recent is er heel wat ambulante zorg voorzien. Via het zorgtraject eetstoornissen kunnen jongeren gratis terecht bij gespecialiseerde psychologen en diëtisten. Ga daarover in gesprek met een CLB-medewerker als je een eetstoornis vermoedt.”
De leerling met een eetstoornis blijft vaak gewoon les volgen tijdens de behandeling. Hoe ga je daar dan mee om?
An Vandeputte: “De belangrijkste tip: maak van die leerling geen ‘specialleke’ in de klas. Blijf vooral de leerling zien, niet de eetstoornis. Zie je dat een leerling nog steeds niet eet tijdens de middag? Dan hoef jij er echt niet naast te gaan zitten om het voedsel op te dringen. Focus je niet te hard op dat bord. Als leraar is het niet je taak om politieagent te spelen. Jongeren leren tijdens hun therapie zelf wel stappen te zetten om te eten.”
“Vraag je leerling op welke manier jij dan wel kan helpen bij het herstel. Wat zijn moeilijke momenten voor de jongere en hoe kan je die opvangen? Als je leerling bijvoorbeeld aangeeft dat het in de refter veel te druk is, kan je misschien af en toe een eetmoment met de klas organiseren. Een picknick buiten of een gezellig momentje in je lokaal met wat muziek op.”
Kan je met lessen over eetstoornissen problemen voorkomen?
An Vandeputte: “Nee. Vroeger kozen heel wat scholen inderdaad voor zo’n ‘probleemgerichte’ aanpak wanneer een leerling een eetstoornis had. De hele klas kreeg dan les over de eigenschappen van die stoornis en de gevolgen ervan. Maar intussen weten we dat die aanpak schadelijke neveneffecten heeft.”
“Ten eerste creëer je zo een negatieve vorm van aandacht: leerlingen met het probleem worden – vaak tegen hun zin – in de schijnwerpers gezet. Vraag je leerling dus niet om erover te getuigen in de klas.”
“Zo’n educatief moment kan de rest van de klas ook op gevaarlijke strategieën brengen om het gewicht onder controle te krijgen. Onbedoeld wordt probleemgedrag genormaliseerd. De drempel wordt verlaagd, waardoor de kans groter is dat anderen dit gedrag zullen overnemen.”
“Preventiecampagnes die focussen op onder- of overgewicht doen trouwens ook meer kwaad dan goed. Vaak gaan leerlingen daardoor met verkeerde boodschappen naar huis: dat er ‘goede’ en ‘slechte’ voeding bestaat, dat vet slecht is, dat personen met overgewicht geen controle hebben en moeten afvallen, of dat slank zijn gekoppeld is aan succes in onze maatschappij.”
Lessen over eetstoornissen werken averechts: werk liever rond groeithema’s
An Vandeputte
Eetexpert
Hoe kan je dan wel op een goede manier aan preventie doen?
An Vandeputte: “Door te focussen op de 6 groeithema’s. In je klas kan je ruimte maken voor A.L.L.E.S: afwisselend eten, leuk bewegen, lief zijn voor jezelf, emoties hanteren, slapen en sociale verbondenheid. Samen vormen ze de bouwstenen van een gezonde leefstijl. Zo kan je bijvoorbeeld zelfwaardering versterken door te werken rond talenten, zonder het uiterlijk daarbij een overdreven belangrijke rol te geven.”
“Bouw aan een veilig klasklimaat waarin leerlingen hun gevoelens leren uitdrukken in plaats van ze te onderdrukken. Bespreek samen de oorzaken en gevolgen van stress en hoe ze ermee kunnen omgaan. Ook mediaweerbaarheid hoort daarbij. Via sociale netwerken worden leerlingen voortdurend geconfronteerd met ideaalbeelden, die vaak ook nog eens gemanipuleerd zijn. Laat hen ontdekken hoe ze zelf kapitein blijven over hun sociale media en ga daarover met hen in gesprek.”
“Daarnaast speelt taal een grote rol. Neutraal praten over eten, gewicht en uiterlijk heeft een duidelijke invloed op hoe jongeren naar hun lichaam kijken. Leer ze bijvoorbeeld communiceren als een echte body buddy of ontdek samen hun maatje voor lichaamstevredenheid. Zo ga je dieper in op de verschillende functies van het lichaam en alles wat het voor je doet. Of denk samen na over wat schoonheid is. Heeft dat niet vooral te maken met persoonlijkheid, met uitstraling? Dat komt van binnenuit.”
“Ten slotte kan je inzetten op het belang van goede sociale contacten. Vrienden en familie die jongeren accepteren zoals ze zijn, vormen een sterke beschermende factor. Leerlingen die zich goed omringd voelen, kijken meestal ook positiever naar hun eigen lichaam.”
Verder aan de slag met concreet materiaal?
- Voor de 3de graad lager is er het lespakket Helpen groeien rond lichaamstevredenheid in tijden van likes.
- Bij de overgang naar het middelbaar helpt de EDUbox Gelukkig groeien jongeren omgaan met veranderingen tijdens het groeiproces.
- Met het lespakket ‘Goed in je vel’ werk je in de 1ste graad secundair preventief rond zelfwaardering en mediaweerbaarheid.
- Met het lespakket Take Off werk je in de 1ste graad secundair aan sociale media weerbaarheid. In de 3de graad maak je mentale gezondheid bespreekbaar in de klas.
- Meer preventiemateriaal nodig dat inzet op de groeithema’s? Dit overzicht bevat een hele lijst aan concrete lespakketten, spellen, werkboeken of websites per leeftijd en per thema (pagina 25-50).
- Wil je graag een voedingsbeleid uitrollen op jouw school? Deze tips kunnen helpen.
Log in om te bewaren






Laat een reactie achter