Vlaanderen
Klasse.be

Tips

Zo krijg je ouders mee in je studieadvies

  • 23 januari 2023
  • 6 minuten lezen

Welke studierichting past het best bij dit kind? De meningen van leerlingen, ouders en schoolteam durven al eens te verschillen. Hoe vergroot je de kans om op één lijn te eindigen? Directeur Greet Thijs van KSD Warande, een school voor buitengewoon basisonderwijs, deelt 8 tips.

icoontje dialoog (tekstballonnen)

1. Voer een dialoog, geen monoloog

“Gesprekken over studiekeuze kunnen delicaat zijn. Niets zo frustrerend voor ouders als een schoolteam dat zijn mening achter de schermen al gevormd heeft en zich tijdens een verplicht contactmoment als één front tegen hen lijkt te scharen. Wanneer je hen slechts voor de schijn betrekt, bekom je geen oprecht gesprek.”

“Tot consensus komen lukt alleen wanneer hun stem even waardevol is. Wil je ouders als gelijkwaardige partners betrekken? Laat hen dan vaak zelf aan het woord. Toon respect voor hun mening. Druk hun eigen ervaringen of verwachtingen niet zomaar de kop in, maar vraag erop door. Je beeld van het kind bijstellen op basis van de expertise van een ander: dat moet in beide richtingen kunnen gebeuren.”


icoontje invullen (verfemmer)

2. Vul niet in voor een ander

“Een vaak voorkomende valkuil: we vullen dingen in voor een ander zonder ze effectief te bevragen. Op basis van veronderstellingen schatten we de rol van de ouders en de prestaties van leerlingen daardoor soms verkeerd in. ‘Maud kan die richting wel aan: haar ouders zijn zelf leraar, die zal thuis wel goed ondersteund worden’. Maar is dat wel zo? Of behaalt Maud goede resultaten omdat ze net sterk is in zelfstandig werk? Dat zijn belangrijke vragen, die moet je ook stellen.”

“Of omgekeerd: ‘Flinn loopt achterstand op omdat zijn moeder hem vaak te laat naar school brengt. Zij lijkt zijn studieloopbaan niet zo belangrijk te vinden’. Mijn haren gaan rechtop staan van zulke kromme redeneringen. Wij zitten niet in hun hoofd en we zitten thuis ook niet mee aan hun tafel. Toets je observaties af aan de realiteit. ‘We merken dat Flinn vaak te laat komt. Wat gebeurt er ’s ochtends voor hij naar school komt? Hoe kunnen wij daarbij helpen?'”


icoontje kompas

3. Nodig ouders uit op oriënterende klassenraden

“Ouders nemen bij ons deel aan de oriënterende klassenraden. We willen alle experten aan tafel: zij zijn een cruciale partner. De klasleraar, een CLB-medewerker, een orthopedagoog en ikzelf als directeur tekenen ook standaard present. Afhankelijk van de leerling en zijn gezin wordt dat lijstje soms aangevuld met een therapeut of een tolk. We voorzien voor iedereen minstens een half uur.”

“Vertrekken doen we telkens vanuit de noden van elk kind. Soms zijn de cognitieve skills er wel om naar A- of B-stroom in het gewoon secundair onderwijs te gaan, maar heeft een ASS-leerling bijvoorbeeld extra omkadering nodig om voluit te kunnen groeien. Ons gemeenschappelijk belang verbindt ons. Voelen dat er een waaier aan expertise meedenkt, bezorgt veel ouders ook rust. Sinds we de klassenraden samen doen, zitten we meer op één lijn.” 


icoontje medaille

4. Geef advies op basis van kwaliteiten

“‘Davy leert niet gemakkelijk uit boeken, dus kiest hij beter voor een praktische richting’. Studieadvies geven vanuit tekorten: dat kan je zelfvertrouwen een flinke deuk geven. Zwaktes mogen benoemd worden, maar wij nemen liever sterktes en interesses als uitgangspunt.”

“Probeer het eens zo: ‘Davy leert de dingen graag al doende. In kleinere groepjes bloeit hij helemaal open. Extra ondersteuning deed hem de voorbije jaren ook enorme stappen zetten. Daarom lijkt de B-stroom ons een goede plek voor hem’. Op die manier voelt een oriëntering niet als een falen, maar als een keuze op basis van kwaliteiten.”


icoontje verrekijker

5. (Ver)ken de markt

“Samen met de orthopedagoog ga ik regelmatig op bezoek in secundaire scholen. De ‘markt’ verkennen, dat levert op. Soms voel je meteen: dit zou een droomschool zijn voor Yoran. Dan kan je constructief adviseren. Maar we motiveren ouders om ook zelf research te doen, liefst sterk op voorhand. Zeker voor leerlingen met autisme zijn er in het secundair soms lange wachtlijsten: wachten tot het laatste moment kan heel wat stress opleveren.”


icoontje startpistool

6. Ga van meet af aan met elkaar in gesprek

“Een school die de ouders pas betrekt bij de studiekeuze op het einde van de rit, is eraan voor de moeite. Vertrouwen opbouwen vergt tijd: begin er zo snel mogelijk aan. Bij de inschrijvingen pols ik al naar de verwachtingen van de ouders: welke toekomst hebben zij voor hun kind voor ogen?”

“Lager opgeleide ouders hebben vaker de neiging om prestigieuze beroepen voor hun kind te ambiëren. Zit hun kind bij ons in type 9, maar zien zij het later dokter worden? Dan weten we dat we het best waakzaam zijn en de vorderingen van die leerling regelmatig terugkoppelen naar de ouders.”

“Het niveau van ieder kind volgen we sowieso nauw op. Het schooljaar start standaard met een observatiemaand. Welke talenten en interesses vallen ons meteen op? Welke vaardigheden heeft dit kind al onder de knie? Waar liggen de groeikansen?”

“Naast kennis en vaardigheden heeft ons team ook veel oog voor de persoonsgebonden ontwikkeling van de leerlingen. ‘Mila werkt op school zeer vlot met tablet en computer, maar vindt moeilijk rust tijdens de pauzes. Herkennen jullie dat gedrag thuis ook, of doet het zich daar niet voor? Waaraan zou dat volgens jullie kunnen liggen? Kunnen we de speeltijd voor haar eventueel op een andere manier invullen?’”


icoontje doolhof

7. Maak ouders wegwijs in het onderwijsdoolhof

“Het vernieuwde Vlaamse onderwijslandschap is voor veel ouders een ondoordringbaar kluwen. Hun visie daarop is vaak ook sterk gekleurd door hun eigen schoolervaring. Het watervalsysteem is nog steeds in veel hoofden ingebeiteld. ‘Ik ben zelf laagopgeleid en wil dat mijn zoon het verder schopt’, of omgekeerd: ‘De richting maakt niet veel uit, onze dochter komt later wel in onze winkel werken’. Te hoge of te lage verwachtingen kunnen de schoolloopbaan van een leerling hypothekeren.”

“Hoe buig je dat om? In de eerste plaats door neutrale informatie te delen. In januari organiseren we jaarlijks een infoavond die ouders wegwijs maakt in het onderwijsdoolhof. Toegegeven: de huidige keuzemogelijkheden zijn soms overdonderend, maar er sneuvelen tegelijk ook altijd wel een paar verouderde denkbeelden.”


icoontje loep

8. Spoor ook onzichtbare ouders op

“Contact met de school: vooral voor kwetsbare of anderstalige ouders is dat niet altijd vanzelfsprekend. Het Nederlands kan een drempel zijn, of ze vinden hun weg niet op de vele digitale communicatieplatformen. Wanneer we vermoeden dat de kans groot is dat ze niet zullen komen, zetten we middelen op maat in.”

“We nodigen hen persoonlijk uit wanneer we ze treffen aan de schoolpoort, bijvoorbeeld. We voorzien een vertaalde uitnodiging. We bieden een tolk aan tijdens oudercontacten. Of we communiceren via WhatsApp, een kanaal dat ze wel goed kennen. En als ze 2 keer geen respons geven, bellen we hen op of gaan we tot aan de deur. Hun betrokkenheid bij de toekomst van hun kind is te belangrijk: die willen we niet verloren zien gaan in taal- of technologische barrières.”

Simon Verbist

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter