Vlaanderen
Klasse.be

Specialist

Negatief lichaamsbeeld begint al in de kleuterklas

  • 17 januari 2024
  • 5 minuten lezen

Een negatief lichaamsbeeld: iets voor adolescenten? De basis wordt al gelegd in de kleuterklas. Experten Karolien Olaerts en Rolinde Demeyer: “Wat je als kleuterleraar zegt – of net niet – heeft een grote impact.”

Situatie 1

Briek zegt: “Amai juf, die heeft een dikke buik. Die zal wel veel snoep gegeten hebben.”

Rolinde Demeyer, kinderdiëtist: “Hier legt kleuter Briek een 1-op-1-relatie tussen dik zijn en veel snoep eten. Terwijl een hele resem factoren je gewicht bepalen: genen, medicatiegebruik, armoede, je goed in je vel voelen, slaap, beweging, emoties … Bovendien worden ‘dik’ en ‘snoep’ hier voorgesteld als iets slechts. Het onderscheid tussen ‘goede’ en ‘slechte’ voeding maken, doe je beter niet. Kinderen pikken dat beeld vliegensvlug op.”

Karolien Olaerts, master in de biomedische wetenschappen: “Klopt. Ook in kinderboeken wordt nog vaak die link gelegd: iemand eet veel snoep en is 5 pagina’s later plots dik. Bovendien zijn zowel volwassen slechteriken als jonge pestkoppen meestal dik. Slanke, knappe personages bezitten dan weer heel wat fijne karaktertrekken of zijn de held van het verhaal.”

“Op vlak van representatie zie je in voorleesboeken steeds meer kinderen met verschillende huidskleuren, een handicap … Terecht! Maar kinderen met een hoger lichaamsgewicht die een mooie, inspirerende – of een net heel gewone – rol spelen, zijn ondervertegenwoordigd. Iets om als leraar bij stil te staan.”

Rolinde Demeyer: “Het woord ‘dik’ moeten we niet verbannen. De negatieve connotatie wel. Die is ingebakken in onze cultuur. Check het materiaal dat je in de klas gebruikt kritisch. Stigmatisering begint al heel vroeg. Recent onderzoek met kleuters is confronterend: als je vraagt met welk vriendje ze het liefst spelen, kiezen ze sneller voor het dunnere vriendje. De extra – foute – verbinding die bijvoorbeeld in films vaak wordt gelegd tussen dik en ongezond of lui helpt natuurlijk niet.”


Situatie 2

Cleo zegt: “Je mag geen wit brood eten, want dat is ongezond.”

Karolien Olaerts: “Hier verwijst Cleo naar de klassieke tegenstelling: gezond versus ongezond. Ze hoort regelmatig dat bepaalde voeding fout is, andere goed. Maar zo simpel is het niet. Gezond en ongezond zijn concepten die kleuters nog niet kunnen vatten. Net als racisme. Als kleuterleraar wil je die belangrijke begrippen misschien graag uitleggen, maar ze komen veel te vroeg.”

Rolinde Demeyer: “Ze interpreteren jouw uitspraken bovendien veel zwart-witter dan je als leraar bedoelt. Extra moeilijk wordt het als er een lading angst en schaamte bij komt. Kleuters worden bang om koeken of snoepjes te eten, want dat is ongezond en niet flink. Of omdat ze er dik van worden. Opnieuw die 1-op-1-relatie.”

kleuters met speelgoedvoedsel
Rolinde Demeyer, kinderdiëtist: “Respecteer grenzen en leer kleuters vooral luisteren naar het eigen lichaam.”

Rolinde Demeyer: “Maar dat wil niet zeggen dat je bij kleuters niet rond voeding kan werken. Bespreek het belang van gevarieerd eten in plaats van te focussen op individuele voedingsmiddelen. Focus op het grotere geheel. Dat vinden kleuters vaak heel boeiend: waar komt voeding vandaan, welke soorten zijn er, welke kleuren? Bovendien kan je kleuters ook op andere manieren leren categoriseren. Bijvoorbeeld: per kleur, alle fruitsoorten bij elkaar, plantaardig versus dierlijk.”

Karolien Olaerts: “Of onderzoek smaken en texturen. Zoek uit hoe je voeding klaarmaakt en welke smaken een kind wel of niet lekker vindt. Het is alleen niet nodig om dat onderscheid tussen gezond en ongezond te maken. Van 1 donut word je niet ongezond, en 1 appel maakt je niet plots gezond. Of probeer maar eens te bepalen welke brooddoos het ‘gezondst’ is: een sandwich met kaas en tomaat of een volkoren boterham met chocopasta en banaan? Een onmogelijke opgave.”


Situatie 3

Maurice is jarig. Hij heeft zelf cupcakes gebakken. De leraar: “Ik neem de kleinste, want ik ben op dieet.”


Karolien Olaerts:
“Zo’n uitspraak rolt er snel uit, en dat is heel logisch. Maar zelfs als je dieetgedachten hebt, kan het anders. Zeg bijvoorbeeld: ‘Dankjewel en proficiat, Maurice! Mijn buik zit vol, ik heb nu geen honger. Misschien eet ik straks je cupcake.’ Er zijn veel legitieme redenen om iets niet (meteen) te eten. Hou in je achterhoofd welk effect je uitspraken kunnen hebben op je leerlingen.”

Rolinde Demeyer: “Dat is een mooi voorbeeld van grenzen aangeven. Je toont aan de kleuters dat het oké is dat je iets niet opeet omdat je geen honger of zin hebt. Ook belangrijk: je plaatst het ene voedingsmiddel niet boven het andere. We maken snel de denkfout dat elk kind wel een cupcake met glazuur zal lusten. Maar dat is even vaak niet zo. Wie de smaak of textuur niet kent, wil misschien ook weigeren.”

Karolien Olaerts: “Laat ruimte voor kinderen om zelf te bepalen waar de grens ligt. Wil een kleuter proeven en blijft de cupcake dan toch staan? Of wil het kind een halve cupcake? Die gradaties mogen er zijn. Het is tegelijk ook heel verwarrend voor kleuters. Op een verjaardag vinden we het normaal dat iedereen cupcakes eet, terwijl we ze op een ander moment als ‘ongezond’ bestempelen.”


Situatie 4

Tijdens de middag raakt Line haar warme maaltijd amper aan. De leraar zegt: “Zo ga je nooit groot en sterk worden.

Rolinde Demeyer: “Vraag je op zo’n moment af waarom Line niet eet. Sommige kinderen houden niet van een drukke refter en krijgen daarom hun bord niet leeg. Niet evident om dit aan te passen, natuurlijk. Maar misschien kan je Line in een rustiger hoekje plaatsen? Of met het team overwegen om kinderen te laten eten in de klas.”

“Nog een aandachtspunt: als volwassene vullen we snel eetverwachtingen in. Dat bord of die brooddoos moet leeg. Maar het kan best dat een kleuter niet veel honger heeft en dat die halve boterham volstaat, om welke reden dan ook. Als leraar mag je dat gerust wat loslaten.”

Karolien Olaerts: “Heb je de neiging om meteen te reageren? Probeer eerst een afwachtende houding. Is er toch een kleuter die systematisch weinig eet en in de namiddag telkens klaagt over honger? Pols even bij de leerling zelf. Voer pas nadien een gesprek met de ouders en maak concrete afspraken die het hele team kent en opvolgt. Of ga samen na hoe jullie op school ongedwongen aan de slag kunnen met voedzame maaltijden.”

Rolinde Demeyer: “Opnieuw: respecteer grenzen en leer kleuters vooral luisteren naar hun eigen lichaam. Pushen heeft een averechts effect, zegt onderzoek. Een kind gaat op lange termijn niet meer eten omdat jij drukt legt.”

Karolien Olaerts: “Een hapje broccoli nemen, bijvoorbeeld. Vaak denken we dat we een kind zo leren proeven. Maar het doel – groenten leren eten – bereik je daarmee niet. Hoe dan wel? Loslaten, geen stress creëren, praten over – en ontdekken van – groenten op andere manieren. Zonder druk, op hun eigen tempo. Dat is buiten de comfortzone voor veel volwassenen, zeker omdat het bij onszelf nog vaak weerstand oproept. Bovendien is het niet altijd evident in een schoolcontext. Maar er al even bij stilstaan, is een grote stap voorwaarts.”

Laura De Kimpe

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter