Vlaanderen
Klasse.be

Specialist

“Zelfregulerende leerlingen tover je niet zomaar” 

  • 19 januari 2026
  • 10 minuten lezen

Een pot met goud aan het einde van de regenboog. Zo omschrijft expert en leidraadmaker Jeltsen Peeters zelfregulerend leren (ZRL). Maar dan moet de mist wel optrekken. Want stappenplannen, reflectieblaadjes of een vak ‘leren leren’, daar kopen je leerlingen te weinig mee.  

expert Jeltsen Peeters zelfregulerend leren (ZRL)
Jeltsen Peeters: “Het zelfregulerend vermogen van leerlingen verschilt onderling. Toch kan je het grotendeels in groep aanleren.”

Een logische startvraag: wat is zelfregulerend leren (ZRL)?

Jeltsen Peeters (VUB en expertisecentrum The Hart of Learning): “Het cyclische proces waarbij leerlingen tijdens het leren zelf richting geven aan hun gedrag, gedachten, gevoelens en motivatie. Ze kunnen ook vertellen waarom ze bepaalde cognitieve, metacognitieve en motivationele strategieën inzetten om een leerdoel te behalen. En als leraar weet je hoe je hen daarbij ondersteunt. ZRL raakt daarmee de kern van effectief leren en lesgeven.”

“Dubbel probleem: die definitie waaiert breed uit en ZRL werd een hype. Dat opent de deur voor misverstanden. Staat ZRL gelijk aan zelfontdekkend leren of mag je het vernauwen tot begeleid zelfstandig leren? Nee! Voor ZRL heb je zowel directe instructie en modelling nodig als oefenkansen om aangeleerde strategieën te selecteren, te testen en eigen te maken. In de klas, thuis én op stage. Want ook daar moeten leerlingen plannen, oplossingen zoeken en analyseren waarom een strategie (niet) werkt.”  

“Geen leraar die niet met ZRL bezig is. We vragen leerlingen om de toets goed na te lezen. Maar leggen we ook uit wat we exáct verwachten? Bij een rekentoets moeten ze nagaan of ze alles invulden, oefeningen opnieuw uitrekenen, beredeneren welke uitkomst de juiste is. Dat al die deelstrategieën onder ‘nalezen’ vallen, weten leerlingen niet uit zichzelf. En plannen? Dat draait naast je agenda invullen en raadplegen, ook over gestart geraken, prioriteren en weten wanneer je mag afwijken van je plan.”   

Complexe strategieën: hoe pikken leerlingen die goed op?  

Jeltsen Peeters: “Breid eerst hun repertoire aan strategieën uit. Cognitieve strategieën helpen je om info te onthouden en op te bouwen, zoals voorkennis activeren en schema’s maken. Met metacognitieve strategieën stuur je je eigen leren. Denk aan plannen in de voorbereidingsfase, monitoren tijdens het leren en evalueren achteraf. Voeg daar ook de component motivatie aan toe: hoe ga je om met tegenslag, hevige emoties of een motivatiedip? Elk leerproces is een wisselwerking tussen al die strategieën.” 

“Daarna leer je de strategieën expliciet aan. Wanneer zet je ze in en – heel belangrijk – hoe werken ze? Die horde nemen we soms te snel. Van doelen formuleren tot jezelf testen: het vraagt expliciete instructie, modelling en begeleiding. Creëer vervolgens leeromgevingen waarin leerlingen die vaardigheden echt nodig hebben. Waarbij je het midden vindt tussen overstelpen met stappenplannen en loslaten.”  

Leerlingen passen kennis en vaardigheden uit een vak ‘leren leren’ niet automatisch in andere lessen toe

Jeltsen Peeters
expert

“Want eerst planningsstrategieën aanleren en daarna alleen vragen om de planning van het bord over te schrijven, heeft geen zin. Laat ze langere tijd aan iets werken, keuzes maken in complexiteit of deadlines. Jij herinnert ze aan strategieën voor zelfregulerend leren, moedigt ze aan die te gebruiken en stuurt hen bij.”  

“Leerlingen moeten niet alleen de tools hebben, ze moeten die ook strategisch kunnen inzetten in andere contexten. Goed nieuws: ook al verschilt het zelfregulerend vermogen van leerlingen onderling, toch kan je het grotendeels in groep aanleren. Individuele leerpaden onder de noemer van zelfregulerend leren zijn niet nodig.”  

Lukt dat met aparte lessen ‘leren leren’?

Jeltsen Peeters: “Dat is een hardnekkig misverstand. ‘Met onze leercoaches of met het vak ‘leren leren’ halen we alles uit de kast rond zelfregulerend leren’, hoor ik geregeld. Zinloos zijn die initiatieven niet: ze introduceren vuistregels over hun eigen denken. Maar de impact is beperkt, want leerlingen passen die kennis en vaardigheden niet automatisch in andere lessen toe. Of iets technischer: de transfer maken is moeilijk.”

“Leerlingen inwijden in schema’s maken, betekent niet dat ze thuis de les kunnen samenvatten. Tips over plannen garanderen niet dat leerlingen de tussenstappen en deadlines van hun eindwerk halen. En nakijken verschilt bij een wiskundetoets, dictee en praktische proef. Leerlingen hebben toelichting en training in elk vak nodig. Als we dat niet beseffen, ontstaan er frustraties.” 

expert Jeltsen Peeters zelfregulerend leren (ZRL)
Jeltsen Peeters: “Reflectievragen bij een toets: echt strategisch inzicht lees je zelden.”

Waar loopt het soms nog fout?  

Jeltsen Peeters: “Hun eigen kennis en zwakke plekken inschatten, de tijd beheren of de meest effectieve leerstrategieën kiezen? Leerlingen slaan de bal geregeld mis. Thuis de woorden Frans een paar keer herlezen of overschrijven, geeft een vals controlegevoel. Dan herken je de termen wel, maar kan je ze niet met zekerheid ophalen tijdens de toets.”  

“Als je jezelf met flashcards actief bevraagt en gespreid oefent, lukt dat veel beter. Waarom? Je bouwt wenselijke moeilijkheden in. Dat voelt lastig, maar leidt wel tot langetermijnkennis. Leerlingen moeten eerst met de kaartjes gewerkt hebben in de klas en snappen hoe ze die inzetten. Daarna kunnen ze ook de volgende ZRL-stap nemen: zelf kaartjes maken voor Engelse woorden of wiskundige definities.”  

“Aangezien leerlingen buiten ons blikveld ontelbare uren thuis studeren, valt daar via ZRL nog veel terrein te winnen. Maar dan moeten we vooraf uitleggen waarom we dat huiswerk geven, hoe het bijdraagt aan hun leerproces en logisch volgt uit de vorige lessen. En achteraf meer doen dan het eindproduct quoteren. Ook checken: hoe pakte je het aan, begrijp je je score? Want als we niet vertellen hoe ze moeten studeren, is wie thuis ondersteund wordt bij het plannen of structureren in het voordeel.” 

Meer doen met huiswerk: lukt dat met reflectievragen?  

Jeltsen Peeters: “Ja, als je ze goed gebruikt. Met een rijtje vragen of smileys na een huistaak of toets wil je leerlingen laten reflecteren. Maar misschien kleuren ze alle smileys snel groen omdat ze blij zijn dat de opdracht achter de rug is? Of schrijven ze sociaal wenselijk dat ze de vragen aandachtiger zullen lezen, want op die nagel sloeg je in de klas.” 

“Echt strategisch inzicht lees je zelden. En net dát wil je. Iets als: ‘Ik zocht te snel hulp in de verbetersleutel. Of ‘Ik kwam in tijdsnood en hak een grote taak beter in stukjes.’ Dat lukt alleen als jij je leerlingen woordenschat en kennis van ZRL aanleert.”

“Om op school het volledige potentieel van ZRL waar te maken, moet iedere leraar het nut ervan inzien. Waarom loont het om te investeren in zelfregulerend leren, wat is de winst voor ons en voor de leerlingen? Omdat leerlingen dan minder hard leunen op ons, of omdat ze met meer motivatie leerstof vastnemen, bijvoorbeeld. Dan stijgt de kans dat iedereen er in zijn vak of klas tijd voor maakt.”   

Veel leraren ondertitelen hun acties al, maar leerlingen krijgen de opgekuiste versie

Jeltsen Peeters
expert

Wat kan je als leraar in je klas doen?  

Jeltsen Peeters: “Begin klein. Verwoord luidop strategieën en demonstreer hoe jij iets aanpakt. Veel leraren ondertitelen hun acties al, maar leerlingen krijgen de opgekuiste versie of juiste denkstappen om tot het eindresultaat te komen. Terwijl het ook leerrijk is om je te zien zoeken, ondervragen en bijsturen als je iets oplost wat voor jou uitdagend is. Dan laat je zien dat leren soms rommelig verloopt, en dat het normaal is om tijdens dat proces niet altijd alles helder te hebben.”  

“Loopt een groot deel van de klas vast op een oefening? Pauzeer even en bedenk samen strategieën. Jij krijgt een blik in hun denkproces en zij ontvangen input uit de brainstorm. Toen een leraar haar klas de strategie ‘hulp vragen’ aanleerde, zaten de leerlingen de volgende dagen passief te wachten op haar input. Natuurlijk was dat niet de bedoeling. Dus ontwierp de leraar met haar leerlingen een fichebak met alternatieve strategieën wanneer ze klem zitten. ZRL toepassen, dwingt je om het perspectief van de leerlingen in te nemen.”  

“Ook motivatie bekijk je dan helemaal anders. Die verschijnt of verdwijnt niet magisch en linkt aan zelfregulerende vaardigheden. Een leerling die het laat hangen na een optelsom van faalervaringen, leerde misschien nooit wanneer die hulp moet vragen. Die vaststelling biedt kansen. Want je kan de leerling geruststellen: het moet niet altijd alleen.”  

expert Jeltsen Peeters zelfregulerend leren (ZRL)
Jeltsen Peeters: “Kleuters nieuwe patronen aanleren is simpeler dan tieners foutieve afleren.”

Past ZRL al in de kleuterklas?

Jeltsen Peeters: “Absoluut! Kleuters nieuwe patronen aanleren is simpeler dan tieners foutieve afleren. Sommige kleuterleraren introduceren metacognitieve strategieën via een werking met ‘moetjes en magjes’. Kinderen moeten dan van elke opdracht weten wat het doel is, prioriteren, monitoren of ze binnen de tijd blijven, bepalen wat ze makkelijk of moeilijk vinden én hun werk nakijken. Als leraar stuur en begeleid je hen.

“Ook verhalen kunnen nuttig zijn. Met ‘De 3 biggetjes’ breng je op kleuterniveau conflicterende doelen aan. De biggen willen plezier maken én straks veilig zijn als de wolf komt. Wat is dan het beste plan?”  

“Of werk met een klaspop die alles wil leren wat je kleuters leren, maar soms vastloopt. Kinderen springen met plezier in de bres. Denk zeker niet: de hersenen van kleuters zijn nog niet klaar voor ZRL. Want dan laat je waardevolle leertijd liggen. Hun brein ontwikkelt zich net door strategieën, experimenteerkansen en feedback aan te bieden.”  

Leraren praten vaker over executieve functies dan over ZRL. Waar zit het verschil?  

Jeltsen Peeters: Executieve functies (EF) en ZRL zijn verwante onderzoekdisciplines die lang naast elkaar liepen. De focus van EF-onderzoekers: wat heb je nodig om goed in het leven te staan? Via onderzoek naar hersenprocessen krijgen leraren houvast: wat mag je per leeftijd verwachten aan werkgeheugen, cognitieve flexibiliteit – switchen tussen acties, aanpassen aan nieuwe regels – en inhibitie of impulscontrole?”

“Scholen kennen die termen omdat die onderzoeksgroep sneller klasmateriaal uitbracht, vooral voor kleuterleraren. Goeie zaak dat iedereen vertrouwd is met executieve functies. Maar hoe je die traint, is minder duidelijk.”

“ZRL zoekt uit welke vaardigheden je nodig hebt om tot leren te komen. Het onderzoek gebeurt in scholen. Natuurlijk overlappen de bevindingen soms. Goed omgaan met tijd is belangrijk voor het leren en voor je leven. Maar via ZRL krijgen leraren didactische inzichten: hoe spelen (meta)cognitieve vaardigheden en motivatie op elkaar in, hoe breng je die strategieën aan? ZRL pint zich daarbij minder vast op leeftijden. Want wat je kan, hangt sterk af van wat je al meekreeg of leerde.”  

Ook gewenst gedrag stimuleer je door verwachtingen te expliciteren

Jeltsen Peeters
expert

Kan ZRL deels compenseren voor ongelijkheid? 

Jeltesen Peeters: “Moeilijk om daarover algemene uitspraken te doen. Het klopt dat kinderen uit kansarmere gezinnen doorgaans minder strategieën meekrijgen. Tegelijk moeten ze thuis soms heel zelfregulerend zijn. Alleen moeten ze die vaardigheden nog leren toepassen in schoolse context.”  

“Het klopt ook dat leerlingen met ADHD vaak harder worstelen met plannen en sterk cognitieve tieners wat meer vastlopen op strategieën als ‘reflecteren’ of ‘hulp vragen’. Opdrachten gaan lange tijd bijzonder vlot. Maar bij een eerste blokkage denken ze dat ze op hun limieten stoten. Ten onrechte. Als ze leren hulp vragen, zijn ze weer vertrokken.”  

“ZRL kan leerstoornissen compenseren. Maar op voorwaarde dat leerlingen een scherp beeld van zichzelf hebben en dat leraren niet onbewust verwachtingen laten zakken: ‘Hij is zo warrig of snel afgeleid, zonder stappenplannen lukt het nooit.’ Dan ontzeg je een leerling oefenkansen, terwijl die ze hard nodig heeft.”  

Helpt ZRL ook om gedrag te sturen?

Jeltsen Peeters: “Ook gewenst gedrag stimuleer je door verwachtingen te expliciteren. Wil je dat je leerlingen zelf het juiste materiaal in hun boekentas stoppen? Dat doe je van instructie, via begeleide oefenkansen naar grotere eigen verantwoordelijkheid. Anders moet je tot juni boeken en brooddozen in de lucht steken om zeker te zijn dat alles meegaat naar huis. Je kan ook een blad ophangen achteraan in de klas: hoe goed maakten we de boekentassen? Hoe doen we beter? Leerlingen komen zeker met strategieën. ‘Een van ons kan met de bak brooddozen aan de deur staan.’” 

“ZRL gaat over de kern van het onderwijsleerproces, raakt aan alles en het vergroot het effect van wat je nu al doet op school. Wil je ermee aan de slag om leerprestaties te vergroten? Geef dan apart aandacht aan de leerstof (wat) en de leerstrategieën (hoe). Neem ook je aanpak onder de loep – stimuleert die leerlingen om de juiste keuzes te maken als ze leerstof verwerken – en overleg met collega’s. Samenwerken opent een schatkist aan ervaring, inzichten en tools.”  

Conclusie: ZRL is goed onderbouwd teamwerk?

Jeltsen Peeters: “Ja. Zelfregulerend leren werkt pas als je er samen voor gaat. Lees je in, verzamel data en bekijk modellen zoals dat van Zimmerman met 21 metacognitieve acties. Maak daarna keuzes. We willen dat leerlingen beter plannen: welk model of welke bron beantwoordt aan onze problemen, praktijkervaring en context? Verwoord heel concreet wat je als team verwacht, stop een duidelijke lijn in de acties. Anders strooit elke leraar met eigen tips ongewild zand in de ogen van leerlingen.”  

“Vaak doen teams al veel en merken ze toch dat het niet lukt. Menselijk dat ze de oorzaak dan bij leerlingen leggen: ze missen motivatie en kunnen niet meer studeren. Maar als die overtuigingen inslijten, zoekt niemand nog naar oplossingen. De vraag is: wil en kan je een team zijn dat dat wél blijft doen? Een team dat vertrouwt in zijn impact en het effect van zijn ingrepen meet? Dat gelooft in collective teacher efficacy? Vooral in die scholen zie ik leerlingen én leraren ontzettend mooie sprongen in ZRL maken.”  


Jeltsen Peeters schrijft samen met Hilde Van Keer, Koen Lombaerts, Patrick Sins en Lucija Andre de Leerpunt-leidraad ‘Zelfregulerend leren en metacognitie’. Die verschijnt binnenkort.

Bart De Wilde

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter