Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Vakgroepwerking: 3 keer anders

  • 2 maart 2026
  • 5 minuten lezen

Vakgroepwerking is een krachtige motor voor kwaliteitsvol onderwijs. Ontdek hoe 3 scholen hun vakgroepen radicaal anders organiseren. Met telkens hetzelfde doel: samen sterker lesgeven.

Directeur Marjan Chaubet over Vakgroepwerking

“Een vakgroep leiden vraagt durf”

Directeur Marjan Chaubet,
GO! Atheneum Boom

Marjan Chaubet: “We stelden vast dat onze vakgroepen te vaak verzandden in losse babbels. Daarom grepen we structureel in en versterkten we de positie van onze vakgroepvoorzitters. Wij kozen bewust om voor wie een vakgroep leidt, 1 uur in het lessenrooster en een wekelijks overleg met de directie in te plannen.”

“Samen volgden we ook een 2-daagse opleiding over actieve vergadervormen. Daarnaast bouwden we een sjabloon met kwaliteitschecks voor een overleg. Je kan dat zien als een jaarplan voor een vakgroep. Het helpt voorzitters om scherp te focussen en biedt houvast.”

“Want structuur in de overleggen en bagage om die te leiden en om de vakgroepwerking vorm te geven, maken voor hen echt het verschil. Voorzitters groeien in hun rol en staan sterker voor de groep. Ons doel is duidelijk: vakgroepen die écht over leerdoelen spreken en systematisch afspraken vastleggen. Als directeur kan ik door die wekelijkse momenten informatie en bijsturingen in het schoolbeleid en visie sneller binnen de teams krijgen. Omgekeerd komen opmerkingen vanuit de vakgroepwerking ook meteen bij mij.”

“Wat dat allemaal oplevert? Binnen de school groeien meerdere vakgroepen uit tot professionele leergemeenschappen. Leraren maken er samen bewuste keuzes over waar ze inhoudelijk op willen inzetten, proberen dingen uit, sturen bij en bouwen zo stap voor stap aan een sterkere onderwijspraktijk. De vakgroep Economie nam haar volledige evaluatiepraktijk onder handen, vertrekkend van heldere doelen. Die gedrevenheid blijkt aanstekelijk: weerstand smelt zodra collega’s zien wat zo’n aanpak als resultaat heeft.”

“We zijn er nog niet. Als vakgroepvoorzitter schakel je voortdurend tussen klaspraktijk en beleid en dat vraagt wat durf. Niet iedereen vindt daarin meteen zijn weg. Ook omgaan met resultaten en data in de vakgroepwerking blijft een uitdaging. Als driekwart van de klas ondermaats scoort op een toets, hebben leerlingen dan slecht gestudeerd? Of is dat een te makkelijke reflex? Je moet dan durven kijken waarom zo’n groot aantal leerlingen minder presteert. Waren de verwachtingen helder? Is de leerinhoud voldoende duidelijk aangebracht? Hoe doet een andere leraar dat? Daarvoor is een open feedbackcultuur noodzakelijk en die bouw je langzaam op.”

“We werken met diverse teams, met uiteenlopende motivaties. Net daarom blijven we investeren in helder overleg, duidelijke afspraken en gerichte professionalisering. Elke stap vooruit in de vakgroepen maakt onze school sterker.”


Directeur Kathleen Schrijvers over vakgroepwerking

“Een vakgroep zonder autonomie? Die rijdt zich vast”

Directeur Kathleen Schrijvers,
Methodeschool van Veldeke Hasselt

Kathleen Schrijvers: “We zijn een school die inzet op 80-minutenblokken en flexuren. Die kiest voor een duidelijke, doorlopende lijn met dezelfde studiewijzers, toets- en herkansingsaanpak en hoge verwachtingen. Dat leraren nauw samenwerken is daarbij cruciaal.”

“Daarom organiseren we de vakgroepwerking van het eerste tot het zesde jaar. Eenmansvakgroepen vermijden we bewust. We voegen vakken samen: de leraar muzische vorming vindt de collega’s van plastische vorming om mee te overleggen. Dialoog is nodig om samen vooruit te gaan. Mijn tip? Laat je schoolstructuur de samenwerking ondersteunen en niet omgekeerd.”

“Onze vakgroepen krijgen vertrouwen en autonomie. Ze stellen bijvoorbeeld zelf het rooster op voor wat wij de ‘inlooptijd’ vóór schooltijd en de ‘uitlooptijd’ na schooltijd noemen. Dat zijn momenten waarop leerlingen extra vragen stellen over studiewijzers of toetsen. Soms helpt een leraar wiskunde van het tweede jaar een leerling uit het vijfde jaar. Zowel leerlingen als leraren enthousiast zijn over dit systeem.”

“In onze school kunnen leerlingen hun toetsen in sommige gevallen herkansen. Ook daarin is de vakgroepwerking de spil. De vakgroepen beslissen welke toetsen daarvoor in aanmerking komen en welke remediëring daaraan voorafgaat. Herkansen dient om een vaardigheid extra in te oefenen. Zo krijg je nooit een tweede beurt voor een woordenschattoets voor Frans maar voor een luistertoets kan dat wel.”

“Uit onze evaluatie blijkt dat leerlingen beter scoren op die herkansingen. Dat levert opnieuw waardevolle informatie op voor vakgroepen. Waar moet de toets scherper? Waar kan de instructie beter?”

“Om te voorkomen dat vakgroepen alle kanten uitgaan, reiken we vanuit de directie vaste agendapunten aan. Dat kader brengt overzicht, reduceert planlast en geeft vakgroepen vrijheid. We werken niet met strikte deadlines, maar met periodes. Teams kiezen zelf waar en wanneer ze vergaderen. En iedereen kan agendapunten toevoegen.”

“Wat ik heel belangrijk vind als directeur: ik lees elk verslag en neem de opmerkingen mee. Brengen vakgroepen aan dat er iets schort met de starttijd van examens, dan bespreken we dat zo snel mogelijk schoolbreed. Vakgroepen detecteren geregeld zaken waar we als beleid iets mee moeten doen. Ook de coördinator interne kwaliteitszorg rekent op de vakgroepwerking om data te verzamelen. Zij koppelt de resultaten terug. Die data-discussies scherpen ons beleid. Onze vakgroepen zijn geen extraatje en dat waarderen collega’s en leerlingen.”


Directeur Annelies De Ville over vakgroepwerking

“Onze vakgroepwering is de spil van professionalisering”

Directeur Annelies De Ville,
Tienerschool Campus Kompas Schaarbeek

Annelies De Ville: “Toen we startten als tienerschool, wilden we vermijden dat vakgroepen vergaderingen werden waarin je 2 keer per jaar boeken regelt. Onze eerste boodschap aan het team was helder: gebruik vakgroepwerking om van elkaar te leren, niet om af te vinken hoe ver je staat. Vakgroepen moeten het kloppend hart zijn van je professionalisering.”

“Klassieke vakgroepen hebben we hier niet. We clusteren vakken die inhoudelijk bij elkaar horen: talen samen, mensvakken samen, exacte vakken samen. Zo doorbreken we eilandjes en ontstaat kruisbestuiving. 9 op de 10 keer vergaderen alle vakgroepen op hetzelfde moment na schooltijd. Dan voel je: we maken samen school.

“Die aanpak past bij onze tienerschoolwerking. We werken met 2 keer 4 leerjaren. Leraren van het vijfde leerjaar zitten dus samen met leraren uit het secundair in 1 vakgroep. Dat levert veel leerrendement op. Toen voorkennis activeren op de agenda stond, deelden collega’s uit het lager onderwijs hun wisbordjes. Leraren met een master reageerden spontaan: ‘Waarom doen we dat niet in het vijfde middelbaar?’ Zo stroomt didactiek over de graden door de school. Dat vind ik het mooiste resultaat.”

“We kiezen er bewust voor om niet langer losse nascholingen te volgen. Hospiteren binnen de vakgroep is verplicht. Professionalisering op haar sterkst: je kijkt bij elkaar in de klas, praat met elkaar en neemt mee wat werkt. Door daar sterk op in te zetten, merken we dat de eerste stappen naar een open feedbackcultuur op school zichtbaar worden.”

“Sturing blijft nodig. We geven richting aan de vakgroepwerking, maar zonder controlemapjes of afvinklijstjes. Er is maandelijks overleg met het hele lerarenteam. Daar behandelen we praktische zaken. Soms neemt een vakgroep dat teamoverleg over om vanuit haar werking iets te delen met de rest van de school. Vakgroepen zijn in onze school geen administratieve last. Ze zijn een positieve noodzaak.”

Lotte Kerremans

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter