Verhaal
Terug naar school: het rapport van Bockie
Bockie De Repper, alias Jonas Van Boxstael, dook een maand de klas in voor het tv-programma ‘Bockie gaat naar school’. Een gesprek over zijn eigen woelige schooltijd, zijn indruk over jongeren en zijn hernieuwde respect voor leraren.
Ik ontmoet Bockie in een vergaderzaal van Woestijnvis. Hij draagt een T-shirt van De Lijn, een knipoog naar de tijd waarin hij elke ochtend de bus naar school nam. Vandaag legt de montageploeg de laatste hand aan de slotaflevering van ‘Bockie gaat naar school’. Straks spreekt hij zijn laatste voice-overs in. En dat vooruitzicht maakt hem zichtbaar emotioneel.
Bockie: “De opnames van ‘Bockie gaat naar school’ dateren van vorig schooljaar. Maar het afscheid van die jongeren komt nu toch voor een tweede keer binnen. Ik had niet verwacht dat ik mij na een maand zo verbonden zou voelen met hen. Ik ben zelf geen vader, maar het voelde alsof ik plots 12 kinderen had. Moeilijk om die zomaar los te laten. Ik wil hun toekomst blijven opvolgen.”
“Bij de bewoners van het rusthuis (in het programma ‘Bompa Bockie‘, nvdr.) had ik die nood ook. Maar daar verwaterde het contact na verloop van tijd: sommige mensen overleden helaas, anderen sukkelden met hun gezondheid. Nu is dat anders. Die jongeren staan aan het begin van hun leven, komen nog veel buiten en wonen bij mij in de buurt. Veel makkelijker om af te spreken.”
“Intussen zitten ze al in het zesde jaar. Hun laatste 100 dagen, hun diploma-uitreiking: op die belangrijke momenten wil ik er absoluut bij zijn. En in tussentijd trakteer ik hen af en toe op Burger King. Soms sturen ze mij zelf een berichtje met de vraag wanneer we nog eens kunnen praten. Dat vind ik eigenlijk het mooiste compliment. Als ze nood hebben aan een losser gesprek, wil ik er graag blijven zijn.”
© Thomas Sweertvaegher

Je wilde weten hoe het is om vandaag jong te zijn. Welke vooroordelen sneuvelden snel?
Bockie: “Volwassenen onderschatten volgens mij hoe zwaar school eigenlijk is. Als je, net als ik, geen ochtendmens bent, begint de dag sowieso al veel te vroeg. (lacht) Daarna moet je je 8 uur lang concentreren. Het ene moment zit je tijdens geschiedenis in de negentiende eeuw, een paar minuten later ben je met afgeleiden bezig en nog eens 50 minuten later spring je naar Frans. Dat betekent voortdurend schakelen, telkens de knop omdraaien. Pauzes zijn kort en je vrije tijd begint pas echt na school, huiswerk en hobby’s.”
“Het is gemakkelijk om te beweren dat de jeugd van tegenwoordig lui of niet veel meer gewoon is. Maar ik daag iedereen uit om zelf nog eens terug naar school te gaan. Het is een veeleisende machine. Als volwassenen opnieuw datzelfde ritme zouden volgen, zouden we volgens mij anders naar jongeren en leraren kijken. En misschien ook naar onszelf. Die wandeling naar de koffiemachine op het werk of die babbel met collega’s wanneer we maar willen? Die zouden we plots veel meer appreciëren.”
Ik had alle tijd om naar jongeren te luisteren. Leraren hebben die luxe niet.
Bockie
programmamaker
De schoolgaande jeugd komt niet altijd positief in de media. Uit recent PISA-onderzoek blijkt dat de leesvaardigheid van 15-jarigen achteruitgaat. Heb je daar in de klas iets van gemerkt?
Bockie: “Ik lees zelf heel graag en weet hoe verrijkend een goed boek kan zijn. Maar ik merkte ook hoe moeilijk het is om jongeren daarvoor warm te maken. Toen we ‘De Laatkomer’ van Dimitri Verhulst moesten bespreken, dacht ik: gasten, lees dat toch gewoon. Daar staan zinnen in die je hoofd doen ontploffen. Maar ik vrees dat een minderheid het boek echt heeft uitgelezen.”
“We lachen soms met de TikTok-generatie, maar jongeren groeien nu eenmaal op in een wereld die veel sneller gaat dan die van ons vroeger. Als je gewend bent dat er om de 10 seconden iets nieuws op je scherm verschijnt, vraagt een boek veel meer geduld.”
“We kijken soms te snel met een veroordelende blik naar de jeugd. Tijdens die maand heb ik ontzettend veel talent, veerkracht en engagement gezien. Jongeren die open durven praten over hun gevoelens, die zich kwetsbaar opstellen en die er willen zijn voor elkaar. Als veertiger merk ik dat mijn generatie daar op die leeftijd vaak minder ver in stond. Die positieve evolutie moeten we ook benoemen.”
Onderschatten volwassenen soms hoe zwaar de puberteit eigenlijk is?
Bockie: “Dat denk ik wel. Op die leeftijd worstelt iedereen. Ik denk aan Lysse, die haar vader verloor aan een alcoholverslaving. Of aan Sam, die opgroeide zonder ouders. Aan Adam, die gepest werd. Aan Aline, die door schoolstress last heeft van nachtmerries. Aan Silke, die zichzelf enorm onder druk zet en niet tevreden is met minder dan 80 procent op haar rapport.”
“Aan de buitenkant zie je vaak niet wat er in iemand omgaat. Neem nu Arend. Een gast die er goed uitziet, maar toch erg onzeker is en moeilijk aansluiting vond bij de groep. Iedereen draagt ook op die leeftijd al een rugzak, of die nu groot is of klein.”
© Thomas Sweertvaegher

Leerlingen deelden die persoonlijke verhalen opvallend open met je. Kunnen leraren daar iets van leren?
Bockie: “Ik zat letterlijk tussen de leerlingen. Als je midden in de groep zit, word je toch sneller een vertrouwenspersoon. Bovendien had ik een heel andere rol dan een leraar. Na 50 minuten hoefde ik geen lesdoelen af te vinken.”
“Mijn opdracht was simpel: naar school gaan, luisteren, vragen stellen en daarna met het materiaal een programma maken. Ik had alle tijd om echt te luisteren. Op tv zie je soms maar een paar minuten van een interview, terwijl je in werkelijkheid een uur hebt zitten praten.”
“Die luxe hebben leraren niet. Zij moeten leerstof behandelen, 20 jongeren – steeds vaker met verschillende noden – tegelijk aan het werk houden én evalueren. In die ellenlange lijst belandt de vraag ‘heb ik vandaag echt naar mijn leerlingen geluisterd?’ misschien vanzelf onderaan. Chapeau dat leraren daar toch nog tijd voor maken, omdat ze weten dat het óók belangrijk is.”
Je zat niet alleen een maand tussen leerlingen, maar keek ook een maand naar leraren.
Bockie: “Klopt. En dan besef je pas hoe straf die eigenlijk zijn. Voor ons was les volgen soms al vermoeiend. Maar leraren moeten elke dag, in elke klas, opnieuw het beste van zichzelf geven. Voor een bende zestienjarigen die soms de kracht hebben om je af te breken. Zeker tegen het einde van de week, wanneer de motivatie zakt en de sfeer wat baldadiger wordt.”
“Je moet het maar doen: meer tijd met die gasten spenderen dan hun eigen ouders. Echt, ik ga nooit meer iets slechts over leraren zeggen. Het viel mij ook op hoe inventief sommigen de leerstof probeerden aan te brengen. Neem nu meneer Huyck, de wiskundeleraar die steevast in een flamboyant kostuum rondloopt. Die liet leerlingen wiskundige formules zingen op de melodie van de Macarena.”
“Eerst dacht ik: wat is dit hier? Zot. Maar tijdens toetsen zag ik leerlingen die de Macarena in stilte opnieuw deden om de formule terug te halen. Dan besef je: die man wist exact waar hij mee bezig was. Dat is het mooie. Als leerling vond ik sommige leraren raar. Nu zie ik vooral hoeveel creativiteit daarin zit.”
Zag je leraren ook dingen doen die niet in hun functieomschrijving staan?
Bockie: “Het viel mij op hoeveel leraren vrijwillig extra’s opnemen. De spelclub ‘Dungeons & Dragons’ organiseren, een koor leiden: die mensen offeren daar hun middagpauze voor op. Niemand verplicht hen om dat te doen, daar zitten passie en een goed hart achter.”
“Net op die informele momenten zie je leerlingen en leraren op een andere manier met elkaar omgaan. De drempel is dan wat lager. Ik denk dat leerlingen die ergens mee zitten dan ook makkelijker naar hun leraar stappen.”

Welke les is je persoonlijk het meest bijgebleven?
Bockie: “Die over de selffulfilling prophecy van mevrouw Verstraeten, onze leraar gedragswetenschappen. Simpel uitgelegd: als mensen je lang genoeg vertellen dat je iets niet kan, begin je dat zelf te geloven. En als je het gelooft, ga je je er ook naar gedragen. Dat zijn inzichten waarvoor je later soms grof geld betaalt bij een psycholoog, terwijl je ze op school gewoon gratis meekrijgt.”
“Ik besef nu dat ik daar als tiener zelf middenin zat. Mijn moeilijke thuissituatie zorgde voor veel boosheid. Ik zat op een rijke collegeschool, terwijl wij thuis in de schulden zaten. Ik voelde mij vaak de rare, de marginale. En hoe meer je jezelf zo ziet, hoe meer je je ook als krapuul gaat gedragen. Het was mijn vrienden en ik tegen de rest: andere leerlingen, leraren, ouders, mensen op straat, de politie … Ik heb in die tijd veel mensen gekwetst. Daar ben ik echt niet fier op.”
“Ik moest uiteindelijk mijn vijfde middelbaar dubbelen. Dat was een realitycheck. Ik besefte: als ik zo voortdoe, blijf ik in dit schoolsysteem vastzitten. Ik droomde ervan om in Gent te gaan wonen. Een leraar die wij op school ‘de para’ noemden, zag dat ik voortdurend tekeningen maakte in mijn notities en wees mij de weg richting kunstschool.”
“Vanaf dan begon ik ervoor te gaan. Ik ontdekte dat ik eigenlijk graag leerde en studeerde met goede punten af. Zo goed zelfs dat mijn leraren dachten dat ik op het examen gespiekt had. Dat was niet zo, maar ik kan het hen niet kwalijk nemen: mijn reputatie ging mij voor. (lacht)”
Aan alle aardrijkskundeleraren die ik onbewust kwaad heb gemaakt: mijn oprechte excuses
Bockie
programmamaker
Zou je ooit zelf de overstap naar het onderwijs maken?
Bockie: “Ik moet zeggen dat het secretariaat een stevige indruk op mij maakte. Die 2 dames daar waren een soort surrogaatmoeders voor de school. Ze deden dat niet alleen voor het oog van de camera, maar echt voor elke leerling. Ze waren oprecht blij als iemand zijn rijbewijs haalde en maakten tijd om te polsen waarom iemand te laat kwam of het moeilijk had.”
“Die betrokkenheid, die ruimte om echt te luisteren: dat vond ik prachtig. Ik zou dus voor leerlingbegeleider of secretariaatsmedewerker kiezen. Al ben ik geen kei in telefoneren. (lacht). Directeur worden is alleszins niets voor mij. Alle respect voor wat Gerd in het GO!-atheneum in Dendermonde allemaal klaarspeelde, maar ik heb op mijn werk toch af en toe iemand nodig die míjn handje eens vasthoudt.”
Is er nog iets wat je graag aan alle leraren kwijt wil?
Bockie: “Ik wil mijn excuses aanbieden aan alle aardrijkskundeleraren. Op televisie heb ik meer dan eens bewezen dat mijn oriëntatiegevoel en mijn kennis van kaarten en landen niet bepaald indrukwekkend zijn. In een interview met de VRT zei ik daar lachend over dat het vak aardrijkskunde de pot op kon. Ik was duidelijk aan het zwanzen, alleen kwam dat in dat geschreven artikel niet zo over.”
“Bij deze dus: een welgemeende sorry aan iedereen die zich aangevallen voelde. Dat was niet mijn bedoeling. Jullie vak is wel degelijk belangrijk. Misschien kunnen we beter wat uren L.O. schrappen. Nee, nee, vergeet dat laatste. Straks krijg ik de turnleraren ook nog achter mij aan. En we weten allemaal dat ik van hen niet zal winnen. (lacht)”
Alle afleveringen van de reeks ‘Bockie gaat naar school’ kan je herbekijken via Play.
Log in om te bewaren






Laat een reactie achter