Vlaanderen
Klasse.be

Verhaal

Peter Adriaenssens: “Het puberbrein vraagt mildheid, geen macht”

  • 18 juni 2026
  • 8 minuten lezen

Kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens ziet hoe leraren balanceren tussen vrijheid en grenzen, verscheidenheid en rust. “We vergeten hoe complex het is wat leraren elke dag doen. Zeker bij tieners, die midden in de storm van ontwikkeling staan.”

Was een klas 50 jaar geleden makkelijker in de hand te houden?  

Peter Adriaenssens: “Ja, maar er heerste te vaak een angstregime. Als je je vriend een pak rammel ziet krijgen in de klas, besluit je als twaalfjarige om je rustig te houden. Niet omdat je gemotiveerd bent, maar uit schrik voor klappen.”

“Uit recent Brits onderzoek blijkt dat zeventig percent van onze jongeren niet meer ‘bang’ is van volwassen. Ook dat heeft een keerzijde. We zijn de eerste generatie volwassen die probeert geweldloos én met gezag te leven. Hoe je dat combineert, daar zoekt iedereen op. Vroeger hield een leraar orde door macht: een tik of een harde stem. Vandaag willen we jongeren grenzen geven zonder ze te breken, dat is veel moeilijker.”

“Een stille klas lijkt het ideaal. Toch stel ik graag de vraag: ‘Wat voor volwassenen willen we later?’ Als een klas altijd muisstil is, leren kinderen misschien gehoorzamen, maar niet luisteren of kritisch denken. Ruimte geven én begrenzen, dat is de kunst. Een leraar die dat evenwicht vindt, bouwt mee aan volwassenheid.”

Peter Adriaenssens over het puberbrein en leraren
Peter Adriaenssens: “Leraren stellen jongeren nog te vaak gelijk met hun gedrag. Tieners vastzetten in een negatieve definitie is een dooddoener voor hun motivatie.”

Wat verrast je aan het onderwijs van vandaag? 

Peter Adriaenssens: “Wat me opvalt, is hoe sterk de klas de samenleving spiegelt. 30 jaar geleden worstelden leraren al met verschillen tussen leerlingen. Nu is die spreidstand nog groter: in dezelfde klas zitten kinderen met een taalachterstand of speciale onderwijsnoden naast jongeren die excelleren. En toch probeert één leraar ze allemaal te bereiken. Dat is een huzarenstuk.”

“Die complexiteit is niet per se negatief. We zien beter de verschillen tussen kinderen, we werken meer op maat. En we durven praten over het echte leven: over armoede, diversiteit en mentaal welzijn.”

Helpt het als leraren begrijpen wat er in een puberbrein gebeurt?

Peter Adriaenssens: “Dat denk ik wel. Tussen 13 en 25 jaar zijn die hersenen volop in verbouwing. Jongeren reageren sneller emotioneel, denken minder op lange termijn, formuleren hun mening zonder bochtenwerk. Dat hoort bij de ontwikkeling en is geen staaltje dwarsliggen of onwil. De leerling dus na een ruzie op de speelplaats je les op stelten zet, kan na het belsignaal perfect zelf benoemen dat dit gedrag opgepast was. Als je dat weet, maakt je dat als leraar milder.”

“Leraren stellen jongeren nog te vaak gelijk met hun gedrag. ‘Dat is een lastig manneke’. Tieners vastzetten in een negatieve definitie is een dooddoener voor hun motivatie. Want er zijn momenten dat die leerling het misschien wél goed doet. Durf gaan voor een boodschap als: ‘Vandaag liep het moeilijk in mijn les, toch ik zie dat het in andere vakken lukt.’ Dat geeft een leerling precies wat zijn ontwikkelend brein nodig heeft: hoop.”

Wat zegt breinkennis nog over leren? 

Peter Adriaenssens: “Ons brein onthoudt emotionele informatie beter dan droge kennis. Daarom vergeet je zelden wie je favoriete leraar was. Jongeren leren niet alleen van wat we uitleggen, maar vooral van hoe we leerstof brengen en hoe we met hen omgaan.”

“Een compliment blijft hangen, een snauw ook. Wees dus als leraar niet bang om positieve emoties in de klas te brengen. Het beloningscentrum in de hersenen krijgt bij elk compliment een shotje. Na elke les zeggen: ‘Ik vond dit een fijn uur’ is geen soft gedoe, het is neuropsychologie.”

“Ook keuze prikkelt het brein. Laat je leerlingen samen zoeken naar de beste oplossing voor een probleem en debatteren over verschillende mogelijkheden. Zo blijven ze meer geboeid en onthouden ze beter wat ze leren. Want ze denken zelf na, tonen wat ze kunnen en slikken niet zomaar wat jij voorschotelt.”

Peter Adriaenssens over het puberbrein en school
Peter Adriaenssens: “De professionaliteit van leraren zit in hun metier én in hun blik.”

Een puberbrein heeft naast complimenten ook grenzen nodig, een moeilijke opdracht? 

Peter Adriaenssens: “Jongeren moeten voelen dat volwassenen grenzen trekken uit zorg, niet uit macht. Toch mag je niet elk gedrag ‘plat praten’. Als een leerling storend gedrag blijft vertonen of klasgenoten pest: dan moet de leraar ingrijpen om de rust en het leren van de groep te beschermen. Jongeren moeten voelen dat volwassenen grenzen trekken uit zorg, niet uit macht.”
 
“Kinderen buigen niet meer vanzelf voor hiërarchie. Dat is winst, want het maakt ze mondiger en betrokken. Het vraagt dat volwassenen anders communiceren. Een leraar die uitlegt waarom iets belangrijk is, krijgt meer gehoor dan wie schreeuwt: ‘Omdat ik het zeg.’” 

“Bedenk dat jongeren echt nood hebben aan sterke muren om tegen te leunen. Aan volwassenen die hen zien, duidelijke grenzen stellen en tegelijk zeggen: ‘Ik geloof in jou.’ Die combinatie van warmte en duidelijkheid maakt school tot wat ze hoort te zijn: een oefenplaats voor leven.”

Leraren zijn onvermijdelijk ook bezig met gedrag? 

Peter Adriaenssens: “Leraren zijn professionals in de groei van een kind. Ze kijken naar een breder plaatje: niet alleen naar punten maar ook hoe leerlingen zich gedragen, hoe ze opgroeien. Natuurlijk dragen ze dus een steentje bij in de algemene ontwikkeling van leerlingen.”

“De professionaliteit van leraren zit in hun vak en in hun blik. Ze zien een groep dertienjarigen elke dag samen functioneren. Dat is expertise die geen enkele ouder heeft. We moeten dat als samenleving vaker zeggen. Niet om te vleien, wel om recht te doen aan het vak. Bovendien werken leraren allemaal met grote groepen. Een ouder weet: ik word gek van drie kinderen. Een leraar staat elke dag voor 20 gasten. En dan willen we dat ze tegelijk vakexpert, coach en opvoeder zijn. Dat is onrealistisch.”

Vinden ouders en leraren elkaar voldoende? 

Peter Adriaenssens: “Te veel ouders weten niet meer wat ze van school mogen verwachten en blijven weg. Als ik als psychiater vraag om op consultatie te zien, dan komen ze wel. Waarom kan dit niet op school? Het vakmanschap van leraren is minstens even groot.”

“Ouders die nooit naar oudercontact komen, doen dat vaak niet uit onwil maar uit angst of onzekerheid. ‘Leraren gaan merken dat mijn Nederlands niet goed is.’ Of ‘Ze roepen me op het matje voor de onbetaalde schoolrekening’. Terwijl school en gezin dezelfde vraag delen: hoe help ik dit kind groeien?”

“Op een oudercontact kan je verder kijken dan cijfers: ‘Hoe jouw zoon omgaat met vrienden, ontzettend mooi.’ Dat levert op. Want over iedere jongere is er iets positiefs te zeggen. We mogen tijd maken op school om samen te praten over de ontwikkeling van een kind, over gedrag en vriendschappen. Dat motiveert de jongere, de ouders én de leraar.”

Peter Adriaenssens over het puberbrein en school
Peter Adriaenssens: “Geen sociale media, geen AI en brave klassen? Praten alsof vroeger op school alles beter was, ondermijnt je geloofwaardigheid.”

Een goeie band met leerlingen en ouders: daarvoor stappen leraren in onderwijs?

Peter Adriaenssens: Klopt! Ze willen graag bijdragen aan de groei van jongere naar volwassene. Dat doen ze door kennis mee te geven. Taal, wiskunde: heel meetbaar. En nodig, want onze beheersing gaat achteruit. Maar we mogen niet negeren dat onderwijs breder gaat en ook moeilijk te meten opdrachten heeft. Naast kennisoverdracht gaat het ook over leren samenwerken, communiceren en omgaan met verschil.”

“Deze generatie, opgegroeid tussen de schermen heeft kennis plus complexe sociale vaardigheden nodig in de maatschappij. Die haken in elkaar. Maar hoe zij het op dat laatste vlak scoren, meten we niet. En we hebben nog steeds een grote groep jongeren die het goed doet op school. Ze hebben dips die te verklaren zijn door hun puberbrein en geen grote problemen. Dat vergeten we onder druk van al die dalende resultaten.”

Kritische berichten over onderwijs, schaden die de motivatie van leraren?

Peter Adriaenssens: “Negatieve informatie komt altijd sterker binnen. Je herkent dat als leraar wel: na een schooldag denk je alleen nog aan dat ene uur waarin een leerling een negatieve opmerking maakte. Maar de lesuren die vlot verliepen, ben je vrijwel meteen vergeten.”

“Sta als leraar daarom voldoende stil bij wat wél lukt: het gesprek met die leerling die openbloeit, het groepje dat eindelijk sterk samenwerkt. Benoem dat bewust voor jezelf. Dat versterkt je motivatie én de band met leerlingen. Klasreünies zijn ook ontzettend krachtig. Dertigers die aan hun leraren laten weten welk traject ze hebben afgelegd: hoe fijn is dat. Want meestal komt het zelfs met de allerlastigste pubers goed. Dan relativeer je de moeilijke groep veertienjarigen die voor je neus zit.”

“Negatieve taal over onderwijs – ‘de resultaten zakken’, ‘de jeugd is ongedisciplineerd en lui’ – sijpelt door naar jongeren. Ligt het aan ons, vragen ze zich af. Tegelijkertijd kijken ze naar een wereld in lichterlaaie en stellen ze terecht kritische vragen. Als het onderwijs van volwassenen zoveel beter was, waarom erven wij dan alle problemen? Wat doe je als het oorlog is en je krijgt niemand aan tafel? Waarom zijn er nog steeds geen oplossingen voor de klimaatcrisis. Hallo, volwassen, waar zijn jullie?”

“Als je in de klas geconfronteerd wordt met zulke uitspraken mag je transparant zijn over je kwetsbaarheid. ‘Het frustreert me ook dat in 2026 niet elke leerling een gevulde brooddoos heeft op school. Maar als ik jullie hotdogs zie verkopen voor de voedselbanken, geeft me dat hoop.”

Waarom is die kwetsbaarheid tonen zo belangrijk?

Peter Adriaenssens: “De pubers van vandaag – de ‘Flexgeneratie’ – groeien als eerste volledig tussen schermen op. 80 procent van hen volgt minstens 1 influencer. Als die uitpakt met een Maserati in de garage zonder dat je daarvoor een diploma nodig, laad je als tiener dan maar eens op voor een opleiding en lange schooldagen.”

“Het is ook de eerste generatie die thuis niet hoort: studeer en spring een beetje verder dan wij. Daarvoor lijkt de wereld te instabiel: oorlog, financiële onzekerheid, klimaat. Maar als volwassenen het geloof in onderwijs kwijtspelen, verliezen jongeren dat ook. En dat heeft grote gevolgen. Te veel leerlingen haken af op school, vooral jongens. Leraren die niet zwichten voor simpele antwoorden en met een brede, open blik kijken, brengen rust en perspectief.”

“Praten alsof alles voeger op school beter was: geen socials, geen AI, brave klassen, ondermijnt je geloofwaardigheid. Je mag kritisch zijn voor ons onderwijs, maar blijf ook altijd benoemen wat goed gaat. En druk leerlingen elke dag op het hart: ‘We zitten te wachten op jullie kennis, creativiteit en energie om in de toekomst nóg beter te doen.’”

Lotte Kerremans

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter