Verhaal Gepubliceerd op

Inclusief onderwijs, hoe is het écht?

2 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Bert (17) heeft een fysieke beperking. Nu zijn schoolcarrière er bijna op zit, blikt hij terug op zijn leven binnen de schoolmuren en daarbuiten. En geeft een eerlijk antwoord op de vraag: hoe is het om inclusief onderwijs te volgen? Bekijk de video en lees zijn verhaal.

Ja, ik ben anders. Maar dat maakt net mijn persoonlijkheid.

Bert

Op het eerste gezicht lijkt Bert een doorsnee 17-jarige. Hij zit in 5 ASO, richting Humane Wetenschappen. Hij houdt van poolen en pintjes drinken. Hij wil psychologie studeren en binnenkort start hij met rijlessen. En zoals elke puber is hij bezorgd over zijn looks.

Maar er zijn ook een paar dingen anders. Bert maakt zijn huiswerk met spraaksoftware. Vrijwilligers typen zijn notities. Vrienden houden zijn glas vast op café en knopen zijn hemd dicht op het toilet. Zijn fiets heeft drie wielen en zijn moeder voert hem soep op restaurant.

Bert werd geboren met een zuurstoftekort. Ook heeft hij de ziekte van Crohn. Dat hij toch een normaal leven leidt, dwingt respect af op het Koninklijk Atheneum in Hasselt. “Ik doe alles wat mijn klasgenoten ook doen, op mijn manier.”

Welke lessen volgt Bert en hoe?

“Omdat Bert door zijn spierspanningen sneller vermoeid raakt, volgt hij een individueel aangepast curriculum,” vertelt GON-begeleider Kristien Haenen. “Hij heeft een vrijstelling voor Lichamelijke Opvoeding – tijdens die uren gaat hij naar de kinesist – en Zedenleer. Ook volgt hij een uur minder Nederlands en maakt hij de helft van de boekbesprekingen. Lezen vermoeit hem, dus gebruikt hij luisterboeken.”

Elke les zit er een vrijwilliger naast Bert. “Mijn vrijwilligers zijn mijn handen,” legt hij uit. “Ze maken notities, vatten de leerstof samen en noteren mijn antwoorden op het examen. Op de lagere school gebruikte ik een computer, maar in het secundair lag het werktempo te hoog. Dus plaatste ik een oproep voor vrijwilligers op Facebook.”

Hij kreeg meer dan 50 reacties. Ook de lokale media pikten zijn verhaal op. Sindsdien is Bert een beroemdheid op school. “Het Laatste Nieuws belde me op tijdens de vakantie. Ik was verbrand en op Chirokamp hadden ze m’n haar afgeschoren. Stond ik daar met m’n Brossekop in de gazet!” lacht hij.

“Altijd een vrijwilliger naast je, dat moet je willen. Niet elke inclusieleerling staat daarvoor open,” denkt Kristien. Bert is vooral dankbaar. Ook zijn klasgenoten zijn de werkwijze inmiddels gewoon. Vriend Elias vindt het zelfs wel relaxt: “Die oudere mensen weten meer dan wij. Sinds zij er zijn, gaat ons groepswerk erop vooruit!”

Portret Bert

“Met sommige pestkoppen heb ik later vriendschap gesloten.”

Vond Bert gemakkelijk aansluiting op school?

Chiro, huisfeestjes, op vrijdag iets drinken op het Dusartplein… Ik doe alles wat mijn klasgenoten ook doen, op mijn manier,” vertelt Bert. Zijn vrienden en hij hebben enkele handigheidjes ontwikkeld. Zo vraagt Elias op een festival 4 plastic bekers voor Bert, dat is gemakkelijker vasthouden.

Bert was altijd al een sociaal kind. “Als we vroeger gingen kamperen, stapte ik gewoon af op kinderen die ik niet kende. Ik zeg het liefst meteen dat ik een beperking heb, dan kunnen we daarna normaal doen.” Zijn klasgenoot Maikel is al even direct: “Op de eerste schooldag vroeg ik hem: ‘Heb je een keelontsteking, dat je zo praat?’” Een vriendschap was geboren.

Toch sloot Bert niet altijd gemakkelijk vriendschap. “Op de basisschool werd ik gepest. Het ging van schelden tot erger. Ze trokken zelfs mijn broek af op de speelplaats.” Berts ouders drukten hem op het hart om het pesten te negeren. “Dat was heel moeilijk, maar het lukte. En het pesten stopte. Met sommige pestkoppen heb ik later zelfs vriendschap gesloten.”
 

Heeft inclusief onderwijs ook verborgen voordelen?

Het hebben van een vriend met een fysieke beperking heeft ook voordelen. Bert en zijn maten mogen de lift gebruiken, wat soms tot jaloezie leidt bij andere leerlingen. Ook de sleutel van het invalidentoilet, die Bert altijd bij zich draagt, is populair bij zijn klasgenoten.

Elias en Maikel mogen de les soms vroeger verlaten om Bert te helpen met het drukpak dat hij draagt om zijn spierspanningen te controleren. “We zijn dan voor alle andere leerlingen in de supermarkt. Dan zijn er zeker nog spekbroodjes. En soms ook proevertjes, sushi enzo.”

“Ik doe dat voor hen,” glimlacht Bert. “Ze helpen me met zoveel. Ze houden mijn pint vast en bergen mijn kleingeld op. Als mijn vrijwilliger ziek is, maken zij mijn notities en op schoolreizen duwen ze mijn rolstoel.” Wat hij vooral waardeert, is dat zijn vrienden met hem durven lachen. “Als ik smos of struikel, maken ze gewoon een grapje. En ik? Ik plaag hen net zo hard terug!”


Niet iedere tiener met een driewieler is ook mentaal achter.

Wat vindt Bert het moeilijkste aan zijn beperking?

Steeds opnieuw je verhaal doen, is vermoeiend. Maar wat Bert vooral frustreert, is dat veel mensen denken dat hij ook een mentale beperking heeft. “Ik bén anders, dat is waar. Ik praat anders, ik stap anders, ik rij op een driewieler. Maar een tiener met een driewieler is niet per se mentaal achter. Ik zit in het aso en ga om met ‘normale’ leeftijdsgenoten. Dat verbaast mensen vaak.”

Voor de gehandicapte wereld is Bert dan weer te ‘normaal’. “De zorgverzekering komt een uurtje bij je thuis en noteert wat je wel en niet kan. Jezelf aankleden lukt, want: ‘je kan toch een T-shirt aandoen in plaats van een hemd?’ Terwijl ik misschien liever een hemd draag.”

Nu Berts sterkste arm is gekneusd op een zeepbaan van de Chiro, is hij plots volledig afhankelijk. “Vandaag heeft mama me aangekleed, gewassen, mijn tanden gepoetst, mijn haar gedaan. Mijn boterhammen gesmeerd en gevoerd. ‘Nu moesten ze ‘ns komen kijken,’ zei ik tegen haar.” Als 17-jarige door je ouders verzorgd worden, daar is hij laconiek over: “Als je moe bent, is het fijn om je gewoon te laten helpen.”
 

Welke hulpmiddelen maken Bert zelfredzaam?

Inclusief onderwijs is een zoektocht naar de juiste hulpmiddelen. Van zijn vroege schooltijd herinnert Bert zich weinig. “Papa hielp me in de klas. Ik slikte pillen die me suf maakten, viel in slaap tijdens mijn communie.” Ook een brace beviel hem niet. Uiteindelijk werd het een drukpak, dat hij onder zijn kleren draagt. “Samen met de kinesitherapie heeft het mijn grove motoriek sterk verbeterd.”

Ook voor GON-begeleidster Kristien is het zoeken. “Ik heb beurzen bezocht, software uitgetest, IT-docenten om raad gevraagd om te zien welke programma’s en sneltoetsen handig zijn voor Bert. Ik probeer hem zo zelfredzaam mogelijk te maken, met oog op het hoger onderwijs.”

Bij die zelfredzaamheid hoort misschien ook een rijbewijs. “Bert wil volgend jaar een rijgeschiktheidstest doen. Daar komt een hele papierwinkel bij kijken, die ik voor hem in orde maak. Ook daarvoor is de GON.”
 

Hoe heeft inclusief onderwijs Bert gevormd?

Volgens zijn vrienden heeft Bert een flinke sprong gemaakt tijdens zijn middelbareschooltijd. Jeugdvriendin Kato, die in het eerste jaar bij Bert in de klas zat, herinnert zich de frustraties als hij niet kon bijbenen. “Dan gooide hij soms zijn muis door de klas.”

Ook Kristien vindt Bert gegroeid: “Vroeger sms’te hij voortdurend naar zijn ouders. Nu houdt hij bij wat niet goed loopt en zoeken we samen een oplossing. Hij heeft geleerd dat niet iedereen meteen voor hem springt.”

En Bert? Hoe kijkt hij zelf terug op zijn schooltijd? “Ik heb zo’n grote vriendengroep, ik word zo fantastisch opgevangen, dat ik mijn beperking niet meer als een last ervaar. Het maakt mijn persoonlijkheid. En wie daarmee niet kan omgaan, mag zich omdraaien en doorlopen.”