Vlaanderen
Klasse.be

Mag dat?

Zittenblijven: wie beslist?

  • Laatste wijziging: 6 oktober 2026
  • 5 minuten lezen

“Van een leerling in mijn klas vraag ik me af of die klaar is voor het volgende leerjaar. Zelf denk ik dat het beter is om een jaar over te doen, maar wie beslist uiteindelijk over zittenblijven?”

Jan – leraar

1. De leerling zit in de kleuterschool

Een kind stapt meestal op 1 september van het jaar waarin het 6 wordt over van het kleuteronderwijs naar de lagere school.
Een kleuter kan alleen starten in het lager onderwijs na een gunstig advies van de klassenraad kleuteronderwijs op het einde van het schooljaar. Die gaat na of het kind de minimumdoelen voldoende bereikt en klaar is voor de stap naar het eerste leerjaar.

De klassenraad kan daarbij oordelen dat het kind beter nog een jaar kleuteronderwijs volgt, ook als het al 6 jaar is. Een kind kan hoogstens één extra jaar in het kleuteronderwijs blijven. Ouders die niet akkoord gaan met die beslissing kunnen beroep indienen, op voorwaarde dat er eerst overleg is geweest met de school.

Het aantal dagen aanwezigheid op school is sinds 1 september 2026 geen toelatingsvoorwaarde meer voor de overgang naar het lager onderwijs. Kleuterparticipatie blijft wel belangrijk voor de leerplicht en de schooltoeslag. Vanaf 5 jaar is een kind immers leerplichtig.

Er is geen minimumleeftijd om te starten in het lager onderwijs. Een kleuter kan dus vervroegd overstappen, maar alleen na een gunstig advies van de klassenraad kleuteronderwijs. Die neemt daarvoor zelf het initiatief. Ouders kunnen dus niet eisen dat de klassenraad samenkomt om hun jongere kleuter te evalueren. Geeft de klassenraad een positief advies? Dan kunnen ouders nog altijd beslissen om hun kind toch in het kleuteronderwijs te laten.
Hoe je school omgaat met overgaan, langer kleuteronderwijs volgen of zittenblijven, staat meestal in het schoolreglement.


2. De leerling zit in het lager onderwijs

Overgaan naar een volgend leerjaar?

De klassenraad beslist of een leerling naar een volgend leerjaar overgaat. De school bepaalt dus in welk leerjaar een leerling thuishoort en dus ook of het een jaar moet ‘zittenblijven’. Hoe de school omgaat met overgaan of zittenblijven staat meestal in het schoolreglement.

Gaan de ouders niet akkoord? Tegen de beslissing tot zittenblijven bestaat geen beroepsmogelijkheid. Het is mogelijk dat een andere school beslist dat de leerling wel mag overgaan naar een volgend jaar of leerlingengroep. Dat is de autonome bevoegdheid van die school.

Overgaan naar het secundair?

De periode in het lager onderwijs duurt in principe 6 jaar. Op het einde van die periode beslist de klassenraad of de regelmatige leerling de doelen uit het leerplan, die naar de minimumdoelen leiden, voldoende beheerst. Als dat zo is, krijgt de leerling zijn eerste getuigschrift: dat van het basisonderwijs. Het is het toegangsticket voor het eerste leerjaar A van het secundair onderwijs.

Leerlingen die 15 jaar worden, kunnen niet meer in de lagere school terecht.

Overgaan naar het eerste leerjaar B in het secundair onderwijs?

Rondt de leerling het zesde leerjaar van de lagere school af zonder getuigschrift? Dan kan die toch starten in het eerste leerjaar B.

Ook een leerling die het zesde leerjaar niet volgde, kan zonder getuigschrift starten in 1B. Die leerling moet wel 12 jaar zijn of worden vóór 31 december van het lopende schooljaar. Wie slaagt in het eerste leerjaar B, krijgt automatisch het getuigschrift basisonderwijs.

Een leerling kan ook mét getuigschrift naar het eerste leerjaar B op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, een gunstig advies van het CLB en akkoord van de ouders.

Sneller naar het secundair

De leerling moet de lagere school niet op 6 jaar afwerken. De klassenraad kan een cognitief sterk functionerende leerling sneller een getuigschrift basisonderwijs geven. Dan kan de leerling naar het secundair overstappen.


3. De leerling zit in het secundair onderwijs

De klassenraad beslist of een leerling overgaat naar het volgende leerjaar. Op het einde van het schooljaar krijgt de leerling een A-attest, een B-attest of een C-attest.

  • A‑attest: de leerling is geslaagd en mag naar het volgende jaar.
  • B-attest: de leerling is geslaagd en mag naar het volgende leerjaar, maar niet naar elke studierichting.
    Uitzondering: In het eerste leerjaar van de eerste graad krijgt de leerling geen B-attest meer, maar een A-attest met een uitsluiting (clausulering). Met een A-attest met uitsluiting kan de leerling in principe niet overzitten, tenzij het een uitgebreide clausulering betreft. Dan kan overzitten wel, zonder advies van de klassenraad.
  • C‑attest: de leerling is niet geslaagd voor het voorbije schooljaar en mag niet naar een hoger leerjaar. Veranderen van studierichting binnen hetzelfde leerjaar kan wel.

Ook met een B-attest kan je blijven zitten wanneer de klassenraad daarover een gunstige beslissing neemt. Bij een ongunstige beslissing van de klassenraad moét je overstappen naar het hogere leerjaar.

De klassenraad neemt geen beslissing zittenblijven voor een leerling die een uitgebreide clausulering kreeg. De leerling behoudt dan het recht op overzitten met een B-attest.

In sommige gevallen mag een kind ook overgaan op basis van leeftijd: naar het tweede leerjaar B mag je als je 14 bent en naar een derde jaar arbeidsmarktfinaliteit als je 15 bent.

Starten in het derde jaar arbeidsmarktfinaliteit is enkel mogelijk als de toelatingsklassenraad van het derde jaar binnen de 15 kalenderdagen na de aanvang van de lesbijwoning beslist of de leerling aan de toelatingsvoorwaarden voldoet en effectief kan starten.

Bij een overstap van de B-stroom naar de A-stroom blijft een leerling in eenzelfde jaar, maar is er geen sprake van overzitten. Met een gunstig oriënteringsattest op het einde van het schooljaar kan een leerling/ouder kiezen voor de overstap naar de A-stroom:

  • van 1B naar 1A;
  • van 2B naar 2A;
  • van 3 arbeidsmarktfinaliteit naar 3 doorstroom- of dubbele finaliteit
  • van 4 arbeidsmarktfinaliteit naar 4 doorstroom- of dubbele finaliteit

Het is de toelatingsklassenraad die binnen de 15 kalenderdagen na aanvang van de regelmatige lesbijwoning beslist of de leerling aan de toelatingsvoorwaarden voldoet en effectief kan starten. Leerlingen van 1B en 2B kunnen onder dezelfde voorwaarden ook overstappen naar een volgend leerjaar in de A-stroom.

Gaan ouders niet akkoord met het attest dat hun kind op het einde van het jaar kreeg? De procedure staat in het schoolreglement: alleen via de weg die daar beschreven staat, kunnen ze tegen de beslissing in beroep gaan.


Meer info over zittenblijven, overgaan en overslaan vind je op Onderwijs Vlaanderen.

Lotte Kerremans

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter