Vlaanderen
Klasse.be

Specialist

Leraar met een burn-out: hoe help je als directeur?

  • 30 oktober 2026
  • 9 minuten lezen

Hoe help je als directeur leraren met een burn-out bij hun terugkeer naar school? Professor arbeidsmotivatie Anja Van den Broeck (KU Leuven): “Niets van je laten horen is sowieso geen goed idee. Je denkt dat je dan ‘ruimte geeft’, maar voor wie thuis zit, voelt het vaak als ‘opgegeven worden’.”

Anja Van den Broeck: “Bijna 1 op de 5 Vlaamse leraren loopt een ernstig risico om in burn-out te belanden. 4 op 10 ziektedagen van leraren zijn gelinkt aan dergelijke psychosociale aandoeningen. Als directeur kan je het verschil maken voor leraren met een burn-out. Niet alleen voor die leraar die is uitgevallen, maar ook door preventief met je hele team aan de slag te gaan.” 

Eerst een stapje achteruit: wat is burn-out?

Anja Van den Broeck: “Bij griep heb je een duidelijk, eindig lijstje van mogelijke symptomen waarmee je als arts een heldere diagnose kan stellen. Bij burn-out is dat niet het geval. Een wetenschappelijke definitie hebben we wel. In mensentaal: wie een burn-out heeft, is uitgeput. En niet het soort moeheid dat je oplost met een warm bad en een nachtje slapen.”

“Een burn-out ontregelt mensen. Enerzijds emotioneel: je hebt een korter lontje, begint te huilen, het voelt allemaal als te veel. Anderzijds cognitief. Je laat steken vallen, verliest zaken uit het oog, bent niet meer in staat om je werk even goed te doen als tevoren. Je begint afstand te nemen van het werk. Bent niet meer zo betrokken als voorheen.” 

“Burn-out wordt erkend als een arbeidsgerelateerde aandoening, niet als een beroepsziekte. Werk is een belangrijke oorzaak, maar mogelijk spelen ook andere factoren mee. Een burn-out kan het samenspel zijn van verschillende factoren: persoonlijke issues, zorgen thuis, druk op het werk. Mensen zijn geen machines die werk en privé volledig van elkaar kunnen scheiden. Neemt de druk thuis toe, dan heeft dat ook gevolgen op je werk. En vice versa.”

Mensen zijn geen machines die werk en privé volledig van elkaar kunnen scheiden

Anja Van den Broeck
arbeidsmotivatie (KU Leuven)

Kan je zien welke collega’s op een burn-out afstevenen? 

Anja Van den Broeck: “De eerste symptomen op de werkvloer? Die cognitieve en emotionele ontregeling, en de afstand die toeneemt. Uit zelfbescherming bouwen mensen een emotionele buffer in die vermijdt dat het werk te hard binnenkomt. Niet altijd bewust, en het ziet er bij elke leraar anders uit.” 

“Aan de buitenkant zie je misschien nog steeds een leraar die erin slaagt zijn job te doen. Maar wanneer je denkt: dit is niet de collega die we kennen, dan is dat een signaal om ernstig te nemen. Zoals de leraar die altijd met veel vuur over individuele leerlingen praat, maar plots wat onverschillig naar zijn klassen kijkt. Of de collega die altijd in was voor een babbel maar nu plots de drukte van de lerarenkamer mijdt.” 

“Natuurlijk is elke leraar anders. Sommige mensen mijden de drukte van de lerarenkamer van nature. Of hebben minder nood aan babbels met collega’s. Voor de een is een wandeling tijdens de middagpauze misschien de beste vorm van zelfzorg. Terwijl het voor iemand anders een vlucht is, en de voorbode van uitval.” 

Anja Van den Broeck (KU Leuven) over de terugkeer van leraren met een burn-out.
Anja Van den Broeck: “Conflicten met een klas of verhalen over zware thuissituaties bij leerlingen spoken ook na de uren door je hoofd. Waardoor loslaten moeilijk is.”

Hoe komt het dat het risico op een burn-out in onderwijs zo hoog is? 

Anja Van den Broeck: “Als je leraren zelf naar de oorzaken vraagt, komt er veel bovendrijven: de hoge werkdruk, planlast, conflicten met leerlingen, onenigheid binnen het team, een gebrek aan maatschappelijke waardering. Heel wat factoren kunnen een rol spelen. Elke school is anders. Elke leraar is anders.” 

“Een model dat helpt, is het Job Demands-Resources model. Sommige zaken geven je energie, andere putten je uit. Maar hoe je daarmee omgaat, is voor iedere leraar anders, en ook voor elk team. Neem nu klasmanagement. Vind je dat niet jouw taak? Dan voelt elke minuut die je daarin stopt, als tijdverlies dat in de weg staat van wat jij echt belangrijk vindt: de passie voor je vak overbrengen.”

“Maar ben je er als team van overtuigd dat rust in de klas een deel van je job is en ervaar je dat je er niet alleen voor staat, dan voelt die uitdaging meteen heel anders. Natuurlijk is een kok in zijn sas als die boven zijn potten staat. Maar tegelijk twijfelt die niet aan het belang van een goede mise en place.”

Waarmee je zegt: andere jobs zijn net zo veeleisend? 

Anja Van den Broeck: “Onderwijs is ook veeleisend. Het is minder nine to five. Conflicten met een klas of verhalen over zware thuissituaties spoken ook na de uren door je hoofd. Waardoor loslaten moeilijk is. Maar als we de oorzaken louter zoeken in hoe zwaar de job is in vergelijking met die van anderen, zien we enkel nog wat niet goed is aan het onderwijs. Daar help je niemand mee vooruit.”

“Ook onder collega’s trouwens: wie heeft de ‘lastige’ klassen, het slechtste uurrooster of het ondergeschoven vak? In een school gebeurt enorm veel onzichtbaar werk. En dus zijn die vergelijkingen vaak niet correct. Wie enkel de negatieve kanten ziet, glijdt sneller af richting burn-out.”

Als je mensen helemaal loslaat en ze 3 maanden niets horen van het werk, wordt de drempel om terug te keren heel hoog

Anja Van den Broeck
arbeidsmotivatie (KU Leuven)

Ligt daar een taak voor de directeur?

Anja Van den Broeck: “Absoluut. Taken zo eerlijk mogelijk verdelen, maar ook duidelijkheid bieden over je verwachtingen. Hoe uitgewerkt moet een lesvoorbereiding zijn? Vinden we het belangrijk dat elke klasleraar een wekelijkse nieuwsbrief aan de ouders stuurt? Wat noteren we in het leerlingvolgsysteem, wat niet? Bescherm je leraren door ook te zeggen wat niet hun taak is.”

“Als je dat gesprek opent, help je mensen om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden. Helpend voor wie zichzelf te veel interne druk oplegt. En verhelderend voor directeurs die niet altijd de berg werk zien waarop hun leraren zicht te pletter rijden. Nog belangrijker: zeg waarom we doen wat we doen. Als je kan overbrengen waarom je van bepaalde zaken een neerslag wil zien in het leerlingvolgsysteem, voelt die administratieve taak voor leraren minder snel als planlast.” 

Een leraar valt uit. Wat is je eerste stap als directeur? 

Anja Van den Broeck: “Hou contact. Omdat de oorzaak voor een burn-out vaak ook bij het werk ligt, zijn leidinggevenden vaak terughoudend om contact op te nemen. Dat is een hardnekkig fenomeen. Je mag mensen tijd geven om tot rust te komen, maar we weten: als je mensen helemaal loslaat en ze 3 maanden niets horen van het werk, wordt de drempel om terug te keren heel hoog.”

“Als je lijf zegt dat het op is, moet je rust krijgen om de reserves aan te vullen. Natuurlijk moet je eerst een stukje fysiek en mentaal herstellen en wil je niet meteen de vraag krijgen wanneer je terugkeert. Toon in die eerste fase gewoon menselijke betrokkenheid. Vraag hoe het gaat, en wat jij als werkgever kan betekenen.”

“De afspraak dat je bij langere afwezigheid contact opneemt, zou ook in het arbeidsreglement moeten staan. Bij een aanwerving kan je uitleggen wat de afspraken zijn. Zodat wie uitvalt, niet schrikt wanneer die een telefoontje krijgt. En je uitgestoken hand niet bedreigend opvat. Zit er ruis op je relatie met die collega? Speel die taak dan door aan iemand anders.” 

Anja Van den Broeck (KU Leuven) over de terugkeer van leraren met een burn-out.
Anja Van den Broeck: “Wie terugkeert zonder de oorzaken van de burn-out aan te pakken, dreigt opnieuw uit te vallen.”

Hoe ondersteun je leraren bij hun terugkeer?

Anja Van den Broeck: “Grosso modo zijn er 3 mogelijke reacties bij wie uitvalt. Een eerste: mensen die heel boos zijn. Die bijvoorbeeld de schuld leggen bij hun werkgever, of bij de vakgroep. Dan mensen die de oorzaak bij zichzelf zoeken: ‘Ik ben te perfectionistisch, ik heb autisme’. En tot slot mensen die hun burn-out zien als een kantelpunt: ‘Hoe werk ik aan mezelf, hoe geef ik mijn leven een nieuwe wending?’”

“Kijk dus niet te vrijblijvend naar die terugkeer en breng eerst samen de hindernissen in kaart. Hoe kijk je op dit moment naar je werk? Past het nog bij wie je nu bent? Wat maakte de job onhoudbaar voor jou? Hoe kan je daar anders mee omgaan? En wat kan de school doen?”

“Wie zonder meer de draad weer probeert op te pikken, botst onvermijdelijk opnieuw. Conflicten met de vakgroep moet je boven water brengen. Wie in de klas kopje onder ging, moet de kans krijgen om sterker te worden in klasmanagement. En als bepaalde taken een probleem vormen, kijk je hoe je die collega kan ontzien.”

Is dat wel realistisch in de context van een school?  

Anja Van den Broeck: “Wees voorzichtig met beloftes. Even wat minder toezichten, tijdelijk extra ondersteuning van de zorgleraar: wie creatief zoekt, vindt oplossingen. Zeker als je mensen mild zijn voor collega’s en begrip aan de dag kunnen leggen voor elkaar. Tegelijk is het naïef om te denken dat je dat als team kan blijven dragen. Hoeveel begrip er ook is bij collega’s: meer druk op minder schouders is op termijn niet houdbaar. Zo dreig je nog meer leraren te verliezen.”

“We verwachten van langdurig zieken meestal dat ze terugkeren naar dezelfde job. Het wetgevend kader stimuleert dat ook, maar dat is niet de enige oplossing. Misschien heeft je collega er baat bij om de switch te maken naar een ander team, een administratieve functie, of een andere school. Alternatieve pistes die soms leiden tot een terugkeer die sneller en duurzamer is. Iemand die aangeeft dat de prikkels van de klas er te veel aan zijn, moet misschien concluderen dat lesgeven niet de juiste job is. Maar vaak kan je wél samen een weg vinden.”

Wie zich gehoord voelt en kansen krijgt om te groeien, valt veel minder snel uit

Anja Van den Broeck
arbeidsmotivatie (KU Leuven)

Hoe stippel je die weg uit? 

Anja Van den Broeck: “‘Hoe zie jij het? Zeg jij maar hoe we het aanpakken’: met die vraag leg je onbedoeld veel druk bij de leraar die voor een terugkeer staat. Mensen vallen uit omdat het hen op een bepaald moment te veel wordt. Zelfstandig inschatten wat wel lukt, en wat niet, is dan net wat je niet kan.” 

“Dat kan je makkelijk verklaren vanuit het ABC-model van autonomie, betrokkenheid en competentie. Zelf keuzes kunnen maken werkt motiverend, maar als je je niet competent voelt om ermee om te gaan, voelt die verantwoordelijkheid net beklemmend. Begin haalbaar, met kleine stappen zoals deeltijds werk. En zet in op verbinding, zodat je een mogelijke terugval tijdig oppikt.” 

“Hoe je die gesprekken voert, doet ertoe. Dat weten we ook uit onderzoek bij artsen van de ziekenfondsen. Langdurig zieken ervaren die consulten als stresserend. Ze voelen zich onbegrepen en reageren defensief. Vanuit KU Leuven organiseerden we opleidingen voor artsen om op een verbindende en motiverende manier in gesprek te gaan. Met best spectaculaire resultaten: mensen gingen 17 maanden sneller weer aan de slag. En herval was veel minder waarschijnlijk.” 

Al blijft voorkomen beter dan genezen?

Anja Van den Broeck: “Natuurlijk. Als directeur is je team je meest kostbare goed. Zet in op werkbaar werk en een fijne werkplek, en investeer in gesprekken met je leraren. Niet pas wanneer het fout loopt, maar op geregelde tijdstippen. Vertrek vanuit het ABC: ervaren je leraren voldoende autonomie? Voelen ze zich verbonden met het project én de mensen? Voelen ze zich voldoende competent om de uitdagingen in hun job aan te kunnen? En waar merken ze dat ze het verschil maken?”

“Wie zich gehoord voelt en kansen krijgt om te groeien, valt veel minder snel uit. Wat niet betekent dat je als directeur voortdurend op eieren moet lopen. Uiteindelijk willen je leraren, net als je leerlingen, duidelijkheid: ‘Dit is ons project, wat is jouw rol en wat heb je nodig om die op te nemen?’ Voor jou zijn die gesprekken de gelegenheid om je verwachtingen uit te spreken op een moment dat een leraar die druk aankan. Zodat je er ook op moeilijke momenten op kan terugkomen.”

Seppe Goossens

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter