Gepubliceerd op
Specialist

Gedeeld leiderschap in het lerarenteam zoals in een voetbalploeg

Als in een sportploeg de juiste leiders opstaan, is het team hechter en wint het vaker. Dat merkt professor Katrien Fransen (KU Leuven) na haar onderzoek rond gedeeld leiderschap in de sport. En ook in onderwijs geldt: je school draait beter als je de geboren leiders uit je lerarenteam kansen geeft.

Katrien Fransen, expert in gedeeld leiderschap

Leiders uit het team

Sportclubs beseffen al langer dat leiderschap ook uit het team moet komen. Denk aan de kapiteins: trouwe clubiconen of rolmodellen die de coach bijstaan op het veld. Maar Katrien Fransen, professor aan de onderzoeksgroep Fysieke Activiteit, Sport en Gezondheid, ziet het breder en onderscheidt in een team 4 soorten leiderschap: de taakleider (coach op het veld), de motivationele leider (vuurt de ploeg aan op het veld), de sociale leider (sfeermaker en vertrouwenspersoon) en de externe leider (vertegenwoordiger naar bestuur, pers, fans en sponsors). Pas als alle leiderschapsrollen vanuit het team correct ingevuld zijn, draait de ploeg op volle toeren.

“Sportclubs verwachten veel van hun aanvoerders. Alleen: slechts 1 op de 100 kapiteins heeft de kwaliteiten om al die leidersrollen op te nemen. Een type als Vincent Kompany bij de Rode Duivels. Maar zelfs al heb je zo’n superleider in je team dan nog is het geen goed idee om hem voor alles verantwoordelijk te maken. Want als leiderschap bij verschillende spelers zit, functioneert het team beter, zijn de spelers gemotiveerder en halen ze mooiere resultaten”, vertelt Katrien Fransen.

Wat voor de Rode Duivels geldt, geldt ook voor scholen. Ook op school nemen leraren steeds vaker leiding. Maar niet altijd de juiste en niet altijd voldoende leraren. 4 voorzetten over gedeeld leiderschap.
 

  1. Laat het team zijn leiders kiezen

  2. Katrien Fransen: “Bij de Rode Duivels draagt Eden Hazard op het WK de kapiteinsband. Een geniale speler met gouden voeten, maar als zijn ploegmaats hem geen leider vinden, zullen ze hem niet volgen en is zijn leiderschap niet efficiënt. Daarom duidt een coach de kapitein beter niet zelf aan, maar moet hij zijn spelers bevragen. Wie schuiven zij naar voren als taakgerichte, motivationele, sociale en externe leiders? Sommige spelers beseffen zelf niet dat ze leiderskwaliteiten hebben en andere denken ten onrechte dat ze geboren leiders zijn.”


    Duid als directeur de leiders niet zelf aan, maar laat het team kiezen

    Katrien Fransen - KU Leuven

    “De spelers die door de groep aangeduid worden als hun leiders, ervaren meteen een groot draagvlak én mandaat om hun leidersrol te vervullen. Collega’s accepteren dat ze initiatieven nemen. Sterker nog: ze verwachten het zelfs. Daarom kies je als coach of directeur best niet zelf de leiders uit je team. Niet alleen omdat je fout kan kiezen, maar ook omdat de leiders die jij selecteert het vertrouwen van de groep missen, ook al schat je vooraf perfect in wie de groep naar voren schuift.”

    “De juiste leiders kiezen is cruciaal. Sportclubs, en ook scholen, slagen daar niet altijd in. Veel kapiteins scoren op geen enkele leidersrol het hoogst. Goede leiders zijn positief ingesteld en stralen vertrouwen uit in het team. Zo krijgen ze het team mee en zorgen ze voor betere resultaten. Als leiders geen vertrouwen tonen, foeteren op de school of klagen op collega’s als het fout loopt, verspreiden ze zo hun negativisme snel over de groep. Het hele team laat dan zijn kop hangen, gelooft niet meer in het project. En iedereen presteert minder.”
     

  3. Kies voor verschillende leiders

  4. Katrien Fransen: “Je kan niet van 1 leraar verwachten dat hij een vak- of werkgroep voorzit, collega’s motiveert die op hun tandvlees zitten, sfeer maakt in de lerarenkamer, en het team vertegenwoordigt in de schoolraad. Dat is niet realistisch. En zelfs al loopt er een Kompany in je team rond die op alle rollen intrinsiek de sterkste leider is, dan nog zien we dat teams waarin leiderschap verspreid zit over verschillende mensen beter presteren, meer vertrouwen hebben, zich sterker identificeren met en inzetten voor het team.”

    “Steunen op één enkele leider houdt ook risico’s in. Als 1 leraar een animatieteam trekt dat met kleine, verrassende acties zorgt voor sfeer in de lerarenkamer, dan valt die werking plat als ze plots uitvalt. Idem voor de Duivels: stel dat Kompany als enige de taakgerichte en/of sociale leider is in ons nationale elftal en hij blesseert zich nog voor het WK, dan hebben de Rode Duivels een dik probleem.”


    Gebruik niet alleen de Kompany onder je leraren, maar kies voor een leidersteam

    Katrien Fransen - KU Leuven

    “Daarom is het belangrijk dat elke leiderschapsrol in handen komt van een paar leraren. Zo verdelen ze het werk en is continuïteit gegarandeerd. Op die leiderschapskwaliteiten staat geen leeftijd. Een mix van ervaren en jonge leraren in een leidersteam werkt het sterkst. Dat maakt hun draagvlak en invloed alleen maar groter.”
     

  5. Leiders hebben een directeur nodig

  6. Katrien Fransen: “Door leiders uit het team aan te stellen, stap je af van de oude leiderschapsstructuur waarbij een directeur alles stuurt en beslist. Met zo’n top-downsysteem haal je niet de beste resultaten. Maar met volledig zelfsturende teams ook niet. Kies liever voor een tussenvorm. Maak je eigen rol zo klein mogelijk en laat leiders zelf initiatieven nemen en collega’s aansturen. Gedeeld leiderschap kan alleen als je er als directeur in gelooft en het proces faciliteert.”

    Start met een bevraging: wie zien je leraren als taakleider, motivationele, sociale of externe leider? Leraren nemen leiderschap er vaak bij na hun uren. Dan is het belangrijk dat ze niet gefrustreerd raken of op weerstand botsen. Die vermijd je door ze formeel te benoemen als natuurlijke leiders, gekozen door de groep. Daarna leid je alles in goede banen, stuur je bij als leiders hun rol verkeerd invullen en er conflicten dreigen.”
     

  7. Deel leiderschap op alle niveaus

  8. Katrien Fransen: “Kiezen voor gedeeld leiderschap kan ook als leraar. Geef leerlingen kansen om mee het roer te grijpen op school of in de klas. Inspraak in klas- of schoolbeleid leert ze wat ondernemerschap is, maar maakt ook dat ze extra gemotiveerd naar school komen en zich sterk inzetten. Laat leerlingen zelf hun leiders selecteren. En kies niet voor 1 leerling-trekt-het-al, maar voor een presidium met leiders op de vier verschillende leiderschapsrollen.”
     

4 leiderschapsrollen in 1 lerarenteam

Toepassing 1: leraren nemen initiatieven op school

  • Taakleiders: leiden werkgroepen, denken mee over pedagogische keuzes op school.
  • Motivationele leiders: coachen collega’s, geven de kans om te ventileren.
  • Sociale leiders: bedenken initiatieven om sfeer binnen het team te versterken; van kleine verrassingen tot feestjes bij het begin en einde van het schooljaar.
  • Externe leiders: vertegenwoordigen leraren in de schoolraad of nemen de Facebookpagina van de school in handen.

Toepassing 2: een werkgroep ontwikkelt een nieuwe aanpak met focus op themawerking

  • Taakleiders: werken de visie rond die themawerking uit.
  • Motivationele leiders: stimuleren collega’s om door te zetten als het even niet lukt.
  • Sociale leiders: houden de groep bij elkaar, door kleine en grotere initiatieven, laten leraren ventileren over de nieuwe aanpak.
  • Externe leiders: gieten de nieuwe didactische keuzes van de school in een folder, informeren ouders via Facebook, via ouderavond.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...